Kiezen en formeren

19 maart 2017

Kiezen en formeren

Wat moet je met zo’n uitspraak?

Wat moet je hier nu mee: ‘Wie niet voor mij is, is tegen mij en wie niet met mij samenbrengt drijft uiteen’ Ja we hebben de afgelopen tijd wel stevige uitspraken gehoord. Lijsttrekkers van partijen die elkaar uitsluiten. Het is of jullie of wij maar niet allebei. Stevige uitspraken hebben we ook van de Turkse en Nederlandse regering gehoord, over en weer.

Maar vanmorgen zijn we in de kerk. Hier horen we woorden van Jezus. En wat moet je daar dan mee: ‘Wie niet voor mij is, is tegen mij’? Verwacht Jezus van ons een houding van: ‘Jij gelooft niet dus met jou wil ik niks te maken hebben? Een kerk die met de rug naar de wereld toe staat, vijandig.

Wie niet voor mij is is tegen mij… Wat betekent dat als je wel bij Jezus wilt horen, maar je hebt nog je vragen. Je bent er nog niet helemaal toe aan alles wat christenen doen en wat ze overal van vinden. Of je hebt een dip in je geloof. Is het dan: het is alles of niks en als je er niet helemaal voor gaat dan hoor jij er niet bij?

Ik denk ook aan discussie over winkels open op zondag, hoor je er bij Jezus alleen bij als je er fel en consequent tegen bent? Als je altijd de strengste standpunten inneemt over zwartwerken en gereformeerd onderwijs?

Als we even teruggaan naar het gesprek waarin Jezus deze woorden zegt, dan kun je je wel iets meer van zijn felheid voorstellen. Jezus heeft een demon uitgedreven. Is het u ook niet opgevallen de afgelopen zondagen dat de duivel en zijn demonen flink actief waren in de tijd dat Jezus op aarde was? Jezus heeft weer laten merken dat hij macht heeft zulke boze geesten te verjagen. En de mensen beginnen te geloven dat hij de Messias is, de Zoon van David. Maar anderen zeggen onder elkaar: Hij doet dat door Beëlzebul, de duivel. Zo kunnen ze op hun manier volhouden dat ze niet voor Jezus hoeven te zijn. Door hem voor duivel uit te maken. Ik ben nooit voor duivel uitgemaakt, maar je kunt je natuurlijk wel voorstellen dat je dan fel reageert. Dat vuur zit duidelijk in Jezus’ ‘Wie niet voor mij is, is tegen mij’. Maar dat wil niet zeggen dat Jezus dan dingen zegt waar hij niet achter staat. Nee, als er iemand is die altijd staat voor wat hij zegt, dan is het Jezus wel. En wat moeten wij nou met zijn felle uitspraak?

Wat je met zo’n stevige uitspraak moet… In de afgelopen weken hebben we in Nederland daarmee kunnen oefenen. Gewoon de vraag stellen: wat bedoelt hij nu eigenlijk. Woorden kunnen stevig zijn, maar wat wordt er nu echt gezegd. Toegepast op Jezus’ woorden: Wat betekent ‘voor Jezus zijn’? Daarover gaat het in het eerste stuk van de preek, zeg maar over kiezen. Dan wil ik even iets zeggen over een andere tekst die precies het tegenovergestelde lijkt te zeggen. En het derde deel van de preek gaat over dat samenbrengen, wat is daarmee bedoeld. Ik noem het maar even formeren. Kiezen voor Jezus en formeren met Jezus.

1. Kiezen voor Jezus

Wie niet voor mij is… Misschien denk je daarbij aan dingen doen voor Jezus, consequent zijn, standpunten innemen, dingen die veel van je vragen. Dan kan het je beangstigen als Jezus daar zo fel op is. Ben ik er dan wel bij, bij Jezus? Maar Jezus heeft het niet over dingen voor hem doen of zo, maar over ‘voor hem zíjn’. Ben je voor hem of tegen hem? Niet wat jíj doet, maar hoe tegenover hém staat. Erken je hem als Zoon van God die uit de hemel gekomen is om je te redden? Aanvaard je hem als je Redder? Dat is waar het in dat gesprek over ging. Jezus verweet zijn tegenstanders niet dat ze de rustdag niet strikt onderhielden. Dat deden ze op het krampachtige af. Het ging er om dat ze hem niet erkenden. Terwijl de meeste omstanders zeiden: ‘Zou hij de Zoon van David niet zijn?’ probeerden anderen onder die erkenning uit te komen. Dat uitdrijven van demonen dat zou ook wel eens van de duivel kunnen komen. Jezus erkennen en aanvaarden, daar gaat het over, dat is het ‘voor hem zijn’.

Je redding is niet dat je de rustdag of de huwelijkstrouw en al die andere geboden van God zo stipt onderhoudt. Als dat zo was, dan zou het er voor ons allemaal hopeloos zijn. Mijn redding is dat Jezus de straf voor mijn zonde gedragen heeft. Hij kwam uit de hemel om zijn leven te geven als losgeld voor velen. En nou is zijn vraag…. niet dat je hem iets terugbetaalt, maar dat je hem erkent en aanvaardt. Dat je vóór hem bent. Je kunt het niet in het midden laten, zo van: het zou kunnen zijn dat hij mijn Redder wil zijn, maar het kan ook wel zijn dat ik mijn redding zelf moet verdienen of dat God helemaal niet bestaat. Dat lijkt neutraal, maar in werkelijkheid kies je tegen: tegen het erkennen en aanvaarden van Jezus als je verlosser. En dan is er geen redding. Zo heftig is het wel.

Hoe kan Jezus zo hard zijn? Als je mij niet erkent en aanvaardt, dan ben je voor eeuwig verloren? Het viel mij op dat Elly en Rikkert Zuiderveld deze heftige uitspraak van Jezus in een kinderliedje zingen. Laten we er eens even naar luisteren. Dit liedje begint er mee hoe groot Jezus is: Hij is de almachtige, de waarachtige, hij is alles in allen! Als je door hebt wie hij is en wat hij voor je betekent, dan kun je toch niet anders dan vóór hem zijn. En nog wat. Als je door hebt hoeveel hij voor je over gehad heeft, als je ziet hoe die felle confrontatie met zijn tegenstanders uitliep op zijn dood aan een kruis, dan mag hij toch we van je verlangen… niet dat je hem iets terugbetaalt, maar wel dat je hem aanvaardt, dat je niet neutraal blijft. Kiezen dus.

Het kan niet anders of daarvan wordt ook iets zichtbaar in je doen en laten. Hoe je omgaat met huwelijkstrouw, eerlijkheid, met je geld. En het is prachtig om dat te zien gebeuren, maar dat is niet waar het hier om gaat. Jezus, die gekomen is om je te redden door zijn dood, hij vraagt erkenning en aanvaarding. Kiezen.

Intermezzo: Strijdig met Marcus 9:40?

Voordat we van het kiezen overgaan naar het formeren even een uitstapje. Wij horen Jezus vanmorgen zeggen: Wie niet voor mij is, is tegen mij. Maar kijk eens wat hij volgens Marcus 9:40 zegt: Wie niet tegen ons is, is voor ons. Dat is wat relaxter hè, je bent misschien wel niet voor ons, maar als je niet tegen bent, dan hoor je er eigenlijk toch wel bij. Hoe kan het dat Jezus deze dingen allebei zegt? Dat is toch tegenstrijdig?

Toch… als je even goed naar het scherm kijkt zie je direct al een verschil. In de eerste tekst staat steeds ‘mij’ en in de tweede ‘ons’. In de eerste is het dus: ben je voor of tegen Jezus, in de tweede: ben je voor of tegen de kring van de discipelen, de kerk. In het tweede geval gaat het dus over iemand die in Jezus’ naam demonen uitdrijft, hij is dus vóór Jezus, maar hij sluit zich niet aan bij de leerlingen. De discipelen zijn daar niet gelukkig mee, ze willen het zelfs verhinderen. En dàn zegt Jezus: wie niet tegen ons, onze kring is, is voor ons. Hij is vóór Jezus en hij doet dan wel niet mee in de discipelkring, maar hij hoort er in feite wel bij. Dàn kun je zeggen wie niet tegen ons is is voor ons. Wat je over Jezus niet kunt zeggen kun je over de kring van zijn volgelingen wel zeggen. Over Jezus geldt dat je niet bij hem kunt horen als je niet echt voor hem kiest. Maar voor de discipelkring kan het bestaan dat iemand die er niet bij hoort er op een bepaalde manier toch wel bij hoort. Vertaal het even naar vandaag toe: iemand is geen lid of nog geen lid van de kerk, maar hij gelooft wel in Jezus.  Dan zou je kunnen zeggen dat hij er op een bepaalde manier toch wel bij hoort.

2. Formeren met Jezus

Dat brengt me bij het tweede deel van Jezus’ uitspraak. ‘Wie niet met mij bijéénbrengt, die verstróóit’. Dat is in het tweede stuk de tegenstelling, bijeenbrengen of verstrooien. Het eerste ging over het kiezen voor Jezus, het tweede over het formeren met Jezus. Voor Jezus kiezen is één ding. Jezus wil ook dat de mensen die bij hem horen bijeengebracht worden. Bij Jezus hoort een kerk. Jezus is niet los van de kerk te denken.

Ik zal niet zeggen dat wie niet of nog niet bij de kerk hoort ook niet bij Jezus kan horen. Maar in deze uitspraak en eigenlijk in heel het evangelieverhaal van Matteüs dat we deze tijd volgen zien we Jezus bezig mensen bij elkaar te brengen. Wie bij Jezus wil horen moet in de kerk meedoen. Ja, doen. Jezus zegt niet: wie niet ingeschreven staat bij de kerk. Het is veel actiever: wie niet met mij bijeenbrengt. Actief zijn in het samenkomen en samenbrengen van de gemeente. In kerkdiensten, evangelisatie, kringen, catechisatie en allerlei andere activiteiten. Samenbréngen, elkaar er in stimuleren. Als je zo niet samenbindend bezig bent, dan gebeurt het tegenovergestelde, dan laat je de gemeente uit elkaar vallen, dan verstrooi je. Dan werk je er aan mee dat je zelf en andere gemeenteleden vervreemden van elkaar en van Christus. Ik noemde ook het uitdragen van het evangelie: niet met de rug naar de wereld toestaan, maar juist omdat het goede nieuws van Jezus de redding is voor iedereen als je het maar wilt aanvaarden, juist daarom doet Jezus een appel op ons om hart voor de wereld te hebben.

Wij leven in een tijd waarin we veel verschillen in de gemeente merken. We denken verschillend over bijvoorbeeld vrouwelijke ambtsdragers. We verschillen in geloofsbeleving, sommigen van ons verlangen meer geraakt te worden in de kerk en anderen kunnen dat maar moeilijk meevoelen. Ons doen en laten is verschillend, bijvoorbeeld in hoe we de zondag besteden. Maar je hoeft het niet altijd ééns te zijn om toch één te zijn, één in Christus. Als je bij elkaar erkent vóór Christus te zijn, hem te erkennen en te aanvaarden. Dat brengt ons geestelijk bijeen. Met Christus brengen we dan bijeen, formeren we een gemeenschap.

Amen

De liturgie:

Morgenochtend lezen we verder: Matteüs 12:31-37

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *