Alle berichten in Van de predikant

13 april 2017

Jezus’ lijden om te delen

Vanmorgen richt ik in stilte mijn aandacht op de laatste gebaren van Jezus die ik ken. Het gebaar waarmee hij een brood in stukken scheurt en uitdeelt. Het gebaar waarmee hij een beker wijn rondgeeft (Matteüs 26:26-30). Gebaren die zoveel zeggingskracht hebben dat Jezus’ volgelingen het eindeloos blijven herhalen.

Ik hoef er niet veel over te schrijven. De beide gebaren zijn zo duidelijk. Uitdelen is de taal waar ze van spreken. Dat was Jezus’ leven, maar vooral: dat was zijn sterven.

Enkele woorden spreekt Jezus er bij. Over vergeving, over God die zondaren aanvaardt. En over het komende koninkrijk. Daar kwam hij voor en daar stierf hij voor. Dát deelt hij uit.

Pak aan, eet en drink…

 

Morgen, goede vrijdag lees ik Matteüs 27:45-46: Jezus leed, door God verlaten

 

12 april 2017

Jezus’ lijden onder spot

Vanmorgen iets gevoeld van het aangrijpende van Jezus’ bespotting. Ik las Matteüs 27:27-44 achter elkaar. Eén lange opeenstapeling van bespottende woorden en acties. De woorden die we lezen zijn maar een fractie van alles wat er geroepen is die dag.

Jezus is zijn aanhang al lang kwijt. Zijn trouwste vrienden hebben hem al lang verlaten. Om hem heen zijn alleen wrede soldaten overgebleven, een figurant die zijn kruis achter hem draagt en twee misdadigers aan de kruizen naast hem.

Helemaal alleen… Maar dan heb je toch altijd nog je idealen bij je, je diepste drijfveren? Juist op dat punt treffen de spotters hem. Jezus preekte ‘Het koninkrijk van God is dichtbij gekomen’. Zijn bergrede, zijn gelijkenissen, zijn wonderen en heel zijn houding spraken van het komende koninkrijk. Je merkte bij Jezus een groot verlangen, een sterke gedrevenheid voor die toekomst.

En nu… Hoe ver weg is dat koninkrijk nu? Al die bespottingen laten dat juist merken. De doornenkroon met heel die scene er om heen, zijn ‘gevolg’: iemand die zijn waardigheidssymbool achter hem aan draagt, zijn adjudanten links en rechts van hem, het bordje boven het kruis… En dan al die mensen die dingen roepen die aan zijn mooie preken herinneren. Er is allemaal niets van terechtgekomen. Niet eerder was Jezus zo ver van het koninkrijk waar hij vol verlangen over sprak.

Ik denk er nog wat langer over na. Dit is wat ik verdien. Vér van het koninkrijk. Dit is wat Jezus mijn Redder in mijn plaats droeg.

Dank u Heer!

 

Morgen, witte donderdag, gaan we even terug naar de avondmaalstafel: Jezus’ lijden om te delen (Matteüs 26:26-30)

11 april 2017

Jezus’ lijden onder slapheid

Gebed na het lezen van Matteüs 26:36-46:

‘Heer Jezus, als ik denk aan uw leerlingen, die nog geen uur wakker konden blijven in die nacht, toen u al biddend worstelde met de wil van uw Vader, dan bedenk ik hoe snel mijn aandacht verslapt onder het bidden. Zo snel wil ik weer iets anders gaan doen. Ik denk dan dat ik geen tijd heb om mijn aandacht op u te richten, om u de eer te geven voor alles wat u voor mij leed. Vergeef het mij. Geef mij door uw Geest het verlangen en de concentratie om stil te staan, langer stil te zijn bij uw lijden, bij wie u bent voor mij.

Amen.’

 

Morgen Matteüs 27:27-44, Lijden onder spot

10 april 2017

Jezus’ lijden onder verloochening

Hoe kan het dat Petrus Jezus verloochent, terwijl hij een paar uur eerder zo fel beweerde dat hij dat nooit zou doen. Het is niet alleen een vraag voor Petrus, maar voor iedereen die het in de praktijk nog wel eens moeilijk vindt er voor uit te komen dat je in Jezus gelooft. Hoe kan het dat het dan zo tegenvalt?

Ik lees vanmorgen Matteüs 26:33-35, Jezus kondigt aan dat Petrus hem zal verloochenen. Het lijkt op de tekst waar ik gisteren over gepreekt heb: jullie zullen mij allemaal afvallen (vers 31-32). Maar vanmorgen gaat Jezus een stap verder. Ze laten hem niet alleen in de steek, één van hen, juist Petrus die de eerste was om hem te belijden, zal hem zelfs verloochenen. Met grote nadruk zal hij zeggen dat hij Jezus niet kent: ‘Ik Ken Die Man Niet’. Dat is het inderdaad: Petrus kende hem niet echt. Hij had drie jaar met Jezus opgetrokken. Maar hij kende de Man niet die zich voor zíjn zonde ter dood liet veroordelen.

Nog weer meer lijden voor Jezus. Hij verlangt beleden te worden, openlijk erkend. Het doet hem pijn verzwegen en verloochend te worden. Ik wil Petrus niet in de hoek zetten, maar op dit moment gaan mijn gedachten uit naar Jezus die deze pijn voor mij wilde dragen.

Ik denk er nog wat langer over na. Jezus wil erkend, beleden worden. Dat is wat hij van zijn gemeente verlangt. Ook wij kennen situaties waarin je niet de moed hebt Jezus te belijden. Wat kan je helpen Jezus te belijden zoals Jezus het verlangt? Ik denk weer aan Petrus. Hij kende ‘die man’ niet. Daar zit de sleutel: Jezus kennen. Hoe beter je hem ken, kent als je Redder, des te meer zal het je gewoon niet lukken om over hem te zwijgen.

Jezus kennen en zo zijn belijdende gemeente zijn.

 

Morgen lezen we verder in Matteüs 26. Jezus lijdt onder de slapheid van zijn leerlingen (vers 36-46)

9 april 2017

Jezus’ lijden in eenzaamheid

Vanmorgen, Palmzondag begonnen we de kerkdienst met het evangelie van Jezus’ intocht. We lazen het en zongen het mee: ‘Hosanna in de hoge’. We lazen in deze dienst het lijdensevangelie uit Matteüs 26 en 27. De preek ging over 26:31-32.

Hebt u een idee hoeveel mensen er in deze stad eenzaam zijn? Wie het bij u in de straat zijn? Hebt u een idee hoeveel mensen er hier in de kerk eenzaam zijn? Je kunt hier zitten, mensen aan alle kanten om je heen, mensen waar je misschien ook nog wel mee praat, en toch ben je eenzaam. Nee ik bedoel niet dat je je wel eens een eenzaam gevoel hebt. Maar echt dat je je niet verbonden voelt. Ze begrijpen je niet. Ze weten niet wat er werkelijk in je omgaat. Midden tussen de mensen kan leven een eenzame weg zijn.

Hier in de kerk wil ik het hebben over iemand die weet wat eenzaamheid is. Sterker nog: de kerk ìs van iemand die weet wat eenzaamheid is. Laten we eens kijken hoe hij de weg van de eenzaamheid gaat. Ja, je ziet hem echt op weg gaan. Net zaten ze nog samen aan tafel. Ze vierden Pesach. Echt een feest van verbondenheid. Eén van de groep is al eerder van tafel gegaan, maar de twaalf die overblijven zijn hecht met elkaar. Veel mensen zijn vijandig tegenover Jezus en zijn leerlingen. Maar zij zijn elkaar trouw gebleven. En zo stappen ze op van de tafel. Op weg… Waar naar toe? Waar gaat dit op uitlopen? Eén is er al afgehaakt en nu horen we Jezus zeggen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen.’ Hij heeft het over een kudde die uiteengedreven wordt, verstrooid. Jezus alleen en al die discipelen ook ieder hun eigen weg. Ieder in zijn eenzaamheid.

Wat is er hier aan de hand? Je gaat er iets meer van begrijpen als je ontdekt waaróm ze Jezus afvallen. Wat denkt u, waarom laten ze Jezus in de steek? Omdat ze bang zijn voor de soldaten? Dat zou je denken. En dan is de boodschap voor ons: en jij… laat jij Jezus ook in de steek als het je moeilijk gemaakt wordt? Op zich een goed punt om over na te denken. En angst was er ook zeker. Maar Jezus heeft het over iets wat dieper zit. Jullie zullen mij afvallen. Iemand afvallen betekent dat je niet meer achter hem staat, dat je hem niet meer ziet zitten.

In oudere bijbelvertalingen lees je ‘aanstoot aan mij nemen’ of ‘je aan mij ergeren’. Dat is wat Jezus straks ziet gebeuren. Dat gaat dus veel dieper dan: jullie zullen te bang zijn om bij mij te blijven. Ze begrijpen er niets van dat Jezus gekomen is om te lijden. Dat zat al in die heftige reactie van Petrus, een half jaar geleden, en ondanks alles wat Jezus geprobeerd heeft er over te vertellen is het totaal niet geland bij hen. Op weg naar Getsemane zijn deze vrienden volslagen vreemden voor elkaar aan het worden. Dit is de eenzaamheid waarin Jezus lijdt. Het is niet alleen verschrikkelijk om gevangen genomen te worden,  onrechtvaardig veroordeeld, gemarteld, bespot en gedood. Hij weet al wat hem te wachten staat, de volle lading en hij weet dat zijn vrienden gaan afhaken. Dat dit voor hen niet te begrijpen is. En dat híj er helemaal alleen voor staat. Zelfs voor zijn trouwste vrienden is hij een vreemde geworden. En uiteindelijk wordt hij zelfs door God in de steek gelaten. Zo gaan ze op weg. Mensen die nog samen zijn, maar die op weg zijn elkaar kwijt te raken. De eenzaamheid tegenmoet. Het teleurstellende einde van drie jaar intensief samen optrekken.

Voordat ik er met u over ga nadenken wat voor zin dit allemaal heeft, zou ik zeggen: voel eerst eens hoe leeg deze eenzaamheid is.

 

Inderdaad, hier in de kerk gaat het over iemand die weet wat eenzaamheid is. Maar als je naar Jezus luistert hoor je nog meer. Moet je wel goed luisteren, want je merkt dat de leerlingen het niet horen. Die protesteren alleen maar tegen het eerste wat Jezus zegt. Maar ze hebben kennelijk toch onthouden wat Jezus nog meer gezegd heeft en vinden het belangrijk dat wij er nu wel naar luisteren, daarom geven ze het aan ons door. Ze hebben Jezus horen zeggen ‘Ik zal de herder doden en de kudde verstrooien’. Wat wil Jezus hiermee zeggen? Het klinkt als een algemene waarheid: goede leiders zijn belangrijk anders worden mensen stuurloos, of dat nou in een kerk, een elftal of een bedrijf is. Ja, dat is op zich wel waar, maar op het moment dat Jezus dit zegt is het veel persoonlijker. Hij haalt hier een profetie van Zacharia aan. De profetieën van  Zacharia zijn soms moeilijk te begrijpen, maar nu Jezus daar zo nadrukkelijk aandacht voor vraagt wil ik met u proberen er toch iets van te begrijpen om zo iets meer van Jezus en zijn eenzaamheid te begrijpen.

Zwaard, ontwaak! Verhef je tegen mijn herder ,tegen de man met wie ik mij verbonden heb, spreekt de Heer van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verdwalen. Zacharia 13:7

Zwaard, ontwaak, verhef je! God gaat een straf voltrekken. Aan wie? Wie heeft Gods straf verdiend? De herder? De schapen? De herder wordt hier als Gods beschermeling genoemd.  ‘Mijn herder met wie ik mij verbonden heb’ Een vrij speciale uitdrukking. Zeg maar: de messias. Niet de herder verdient de straf. Het moeten de schapen wel zijn. Zij verdienen de straf, maar de hérder draagt de straf. Net als die knecht van de Heer in Jesaja 53. De Heer laat de ongerechtigheid van de dwalende schapen op hem neerkomen. De herder wordt gedood, de straf die de schapen verdienen. De schapen dwalen weerloos rond en laten hun herder in de steek. Ik denk dat de mensen uit de tijd van Zacharia dit maar een vreemd verhaal vonden. Maar dan komt Jezus. ‘Ik ben de goede Herder, ik zet mijn leven in voor mijn schapen’ (Johannes 10:11,15) Nu gaat het gebeuren. Jezus gaat in alle eenzaamheid lijden.

Die eenzaamheid en onverbondenheid is de straf die wij verdienen. Alleen zijn. Mensen kwijt raken op wie je rekende. In de steek gelaten worden. Want zo zijn wij zelf. We laten anderen in de steek. Als dat mij overkomt, dan krijg ik mijn verdiende loon. Ja, ik verdien het zelfs om door God in de steek gelaten te worden. Helse eenzaamheid. Dat ondragelijke dat gaat Jezus nu dragen. Jezus lijdt in eenzaamheid, hij doet dit voor ons.

Maar er is nog meer wat de leerlingen hem hebben horen zeggen. Op het moment zelf drong het niet echt door, maar ze vinden dat wij nu toch wel moeten weten dat Jezus ook gezegd heeft: ‘..nadat ik uit de dood ben opgewekt zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’ Zoals die twaalf daar op weg zijn lijkt het allemaal op niets uit te lopen. Ze worden vreemden voor elkaar en Jezus wordt gedood. Maar Jezus zal uit de dood weer gaan leven. Daar begrijpen ze nog helemaal niks van. Maar volgende week en de weken daarna gaan we er iets van zien. De kracht die daar in zit, wat dat met mensen doet, als je er meer over wilt horen, als je er meer van wilt merken moet je volgende week weer in de kerk komen. Dan merk je ook dat dat wel iets is dat tijd kost. Het kost de leerlingen alleen al moeite om het te geloven. Maar er gaat wat gebeuren. Jezus zegt: dan ga ik jullie voor naar Galilea. De weg die op niets uit dreigde te lopen krijgt toch een vervolg. Het loopt toch ergens op uit. Maar waar loopt het op uit? Galilea. Wat betekent dat? Het was in ieder geval de regio waar ze samen waren. Na de eenzaamheid en onverbondenheid komt er door Jezus’ sterven en opstanding weer verbondenheid. Daar gaat het naar toe. Galilea, het is ook de streek waar Jezus ze heeft opgeleid om de wereld in te gaan mensen bijeen te brengen. Galilea, we gaan ons daar binnenkort wel meer in verdiepen. Maar nu zien we alvast dat die twaalf mannen die daar zo op weg gaan, dat dat eerst wel op niks uit lijkt te lopen, alleen op Jezus’ eenzame dood en ronddwalende leerlingen, maar dat het uiteindelijk uitloopt op iets moois. Op mensen die verbonden zijn, met Jezus, met God en met elkaar.

En dan zitten we ineens bij onszelf, hier in Ommen. Een stad met eenzame mensen, hoeveel? Een kerk waarin mensen eenzaam zijn, ja, echt. Een stad, een gemeente waar Jezus verbondenheid brengt. Eenzaamheid en onverbondenheid verandert in verbondenheid. Hoe?

Laat ik eerst de verbondenheid met Jezus noemen. Jezus wil dat mensen, ook eenzame mensen, hem leren kennen. Als je hem kent, dan is er iemand in de hemel die je begrijpt en om je geeft, hoe eenzaam je tussen de mensen ook bent. Dat lijkt een schrale troost, maar dat is het helemaal niet. Het is dé grote verandering als je van onderbonden verbonden wordt, verbonden met God, met Jezus, de verbinding die meer is dan alles wat je hier op aarde hebt of mist. Wees daar zelf gelukkig mee, koester het. En ga er mee op stap naar wie ongelukkig en onverbonden is.

In die gemeenschap gunt en verlangt Jezus ook verbondenheid met elkaar. Heb je ogen er voor open wie eenzaam is. Dat zijn niet altijd de mensen die alleen wonen. Je kunt je tussen de mensen onbegrepen en onverbonden voelen. Wat is het dan veel waard als er mensen zijn die echte belangstelling hebben. Niet op de manier van ‘jij bent eenzaam, laat ik jou eens komen helpen’ maar gewoon om een mooi mens beter te leren kennen. Die ander in jou straat, jouw kerkbank die voor Jezus zoveel waard was dat hij er de ultieme eenzaamheid voor inging.

Amen.

 

De liturgie:

Morgen lezen we verder in Matteüs 26, Jezus lijden onder verloochening (vers 33-35).

7 april 2017

Jezus’ lijden onder onbegrip

In Jezus’ laatste contact met mensen is veel lijden te merken. En dat, terwijl hij juist voor mensen was gekomen. De afgelopen dagen lazen we zijn afscheidstoespraak waarin we steeds weer voelden hoe hij leed onder de houding van de joodse leiders. Na dat afscheid trok hij zich terug met zijn leerlingen. We lezen er de komende dagen over in hoofdstuk 26. Vandaag vers 6-13.

Ook in de kring van de leerlingen schuurt het. Terwijl Jezus een kostbaar eerbetoon ontvangt van Maria ergeren de leerlingen zich. De lading van deze laatste dagen van Jezus op aarde lijkt hen volkomen te ontgaan. Alsof er niets aan de hand is maken ze zich druk over de vraag of je de kosten van het eerbetoon aan Jezus niet beter in de armenkas zou kunnen storten.

Nu is de zorg voor de armen ook best belangrijk. Het is mooi om te zien hoe er in de kring van Jezus’ vrienden een soort diaconie is. Maar tegelijk is het schrijnend dat Jezus dit eerbetoon misgund wordt. Jezus uit dit zelf door nóg eens duidelijk naar zijn naderende sterven te verwijzen: ‘Door die olie over mij uit te gieten, heeft ze mijn lichaam voorbereid op het graf’.

Hoe voorkomen wij dat we door alle activiteit en diaconale zorg het eerbetoon aan Jezus, de gekruisigde vergeten?

 

Morgen gaat de preek over Matteüs 26:31-32, Jezus’ lijden in eenzaamheid

7 april 2017

Jezus’ lijden en het lijden van zijn kerk

Lijden, echt lijden en toch uitzicht hebben. Ik lees vanmorgen vers 34-39 van Matteus 23, het slot van Jezus’ laatste publieke toespraak. Vooral vers 34 zet mij aan het denken. De Heer kijkt verder dan zijn eigen lijden. Hij spreekt over profeten, wijzen en schriftgeleerden die hij gaat sturen. Op allerlei manieren laat hij zijn woord horen. Door alle tegenwerking heen zie ik een gemeente groeien. Ik richt mijn gedachten op Christus in de hemel die op dit moment bezig is zijn gemeente samen te brengen. Ik dank en prijs hem.

Maar de nadruk ligt in Jezus’ woorden wel op de tegenwerking. ‘Jullie zullen sommigen van hen doden, kruisigen zelfs, en anderen in jullie synagogen geselen en van stad tot stad vervolgen.’ Het is de tegenwerking waar Jezus al zo vaak over gesproken heeft. Als je hem volgt kan het niet anders of het roept weerstand op. Vanaf de zaligsprekingen tot deze woorden waarmee hij afscheid neemt van Jeruzalem is het een toon die meeklinkt in het evangelie: Jezus volgen maakt je niet populair.

En wanneer je niet met die tegenwerking en vervolging te maken krijgt… Aan de ene kant ben ik Christus dankbaar voor de ruimte die de kerk in dit land krijgt. En toch, regelmatig bekruipt mij het gevoel dat er iets mis is als mijn geloof geen weerstand oproept. Ben ik wel radicaal genoeg?

 

Nu we Matteüs 23 uit hebben lezen we de komende dagen uit Matteüs 26, te beginnen bij vers 6-13

6 april 2017

Jezus’ lijden onder huichelarij

Vanmorgen een wat langer gedeelte waarin de gekwelde toon van Jezus je niet kan ontgaan (Matteüs 23:16-28). Jezus lijdt onder de mooie woorden die een smerige binnenkant verbergen. Al luisterend raak je onder de indruk van de eindeloze stroom voorbeelden die hij weet op te noemen. Je merkt hoe vol hij er van is, maar ook hoeveel huichelarij hij tegen komt. Kennelijk is dit een valkuil in een serieuze geloofsgemeenschap. Als het je niet lukt om de dingen te doen die je zou moeten doen, als het je niet lukt om te verlangen wat je zou moeten verlangen, dan ga je dat camoufleren met mooie woorden. Juist in de geloofsgemeenschap liggen de mooie woorden voor het oprapen.

Maar hoe staat het met recht, barmhartigheid en trouw? Hoe zit het met mijn binnenkant die niemand ziet. Juist ook voor het vuil aan die binnenkant wilde Jezus sterven. Om van binnen schoon te worden.

In Jezus’ woorden van vanmorgen klinkt een gekwelde schreeuw waar in Jezus zijn lijden verwoordt. Er klinkt ook een verlangen in naar een gemeente die anders is. Die aan de verleiding van schijnheiligheid niet toegeeft maar eerlijk is. Juist waar je leeft bij de vergeving die Jezus verdient heeft kun je eerlijk toegeven dat je daden niet altijd zo mooi zijn en je binnenkant niet altijd zo schoon is.

 

Morgen nog één stukje uit Matteüs 23: vers 34-39 over het lijden van de gemeente na Jezus.

5 april 2017

Jezus’ lijden onder verdraaiing van het evangelie

Vanmorgen luister ik naar woorden van Jezus, waarin ik hem fel hoor worden (Matteüs 23:13-15). In heel Jezus toespraak in Matteüs 23 klinkt een heftige spanning door. Jezus verwoordt in deze laatste toespraak nog één keer waar hij onder lijdt. In vers 13 neemt de spanning toe. We komen hier dichter bij Jezus zelf, bij zijn hart, bij zijn beleving van het lijden.

Als je de vertalingen zou vergelijken zie je verschillen bij vers 13 en 14. Vanmorgen richt ik mijn aandacht op Jezus’ pijn dat de leiders de toegang tot Gods rijk versperren. Ze zijn de geestelijke leiders van het volk, maar ze hebben Gods boodschap zo verdraait dat er geen ruimte is voor Jezus. In hun geloof hebben ze kennelijk geen behoefte aan Jezus, de Redder. En ze waarschuwen ook anderen tegen Jezus. Ze verkondigen hun eigen evangelie, dat geen evangelie is.

Het is niet vreemd dat wij hier Jezus’ pijn naar buiten voelen komen. Hij die er alles voor over had om joden en niet-joden te redden wordt afgewezen. Een afwijzing die tot een hoogtepunt aan het komen is in de dood van Jezus.

Ook in dit stukje van Jezus’ lijden klinkt een boodschap voor de latere volgelingen van Jezus. Gemakkelijk komen geestelijke leiders met hun eigen verhaal, dat niet het verhaal van Jezus is. Al in de tijd van het nieuwe testament kwamen er allerlei dwalingen op en dat gaat tot vandaag door. Terwijl ik mijn aandacht op Jezus, mijn Heer richt, besef ik hoe hij tekortgedaan wordt in een geloofsbeleving die hem, de Redder niet nodig heeft.

Ik kan niet zonder hem. Zo wil hij erkend worden.

 

Morgen: Jezus’ lijden onder schijnheiligheid (Matteüs 23:16-28)

4 april 2017

Jezus’ lijden onder heerszucht

Jullie moeten je niet ‘rabbi’, ‘vader’ of ‘leraar’ laten noemen, hoor ik Jezus vanmorgen zeggen (Matteüs 23:8-12). Het lijkt op de eerzucht waar ik Jezus gisteren over hoorde spreken. Maar vanmorgen is het toch net iets anders: macht willen hebben over anderen. Jezus heeft daar onder geleden. Geestelijke leiders die uit zijn op macht. Het kon vernederende trekken krijgen. Hun macht werd een soort monster in de geloofsgemeenschap die mensen op afstand hield van God zelf, van zijn goedheid en liefde. Jezus heeft hier onder geleden. Hij heeft het vaker gezegd, maar ook in zijn laatste publieke toespraak komt het terug. Je voelt in de gesprekken, die dagen voor Pasen hoe de joodse leiders vol zijn van hun heerszucht. Ze zullen tot het uiterste gaan, de dood van Jezus.

Het valt mij op dat Jezus vanaf vers 8 zijn volgelingen aanspreekt. Het gaat niet meer over ‘hun’ maar over ‘jullie’. Ook in de kring van zijn leerlingen merkt Jezus die heerszucht. Verschillende ruzies gingen er over wie de belangrijkste was. Zelfs aan het laatste avondmaal werd er nog ruzie over gemaakt.

Als ik aan deze dingen denk, gaan mijn gedachten naar mijn Heer in de hemel. Hij heeft onder die heerszucht geleden. Maar nu is hij de Heer over alles. Ook over mij en over de gemeente waar ik bij hoor. Ook in de gemeente van Christus lijden mensen onder heerszucht. In de gemeente zijn leiders nodig. Maar Jezus leert mij dienstbaar en nederig te zijn. Als ik denk aan hem, dè leider, dan leert dat mij te dienen op een ander manier. Gewoon als ik vandaag de catechisatie van vanavond voorbereid. Niet mijn verhaal doen, maar de catechisanten zoeken waar zij zijn, met hun vragen over God en Jezus. Dienstbaar en nederig.

Misschien heb je zelf ervaren hoe heerszucht mensen kan beschadigen. Weet dat er een Heer in de hemel is die weet waar je het over hebt.

 

Morgen lezen we uit Matteüs 23 vers 13-15. Jezus leed onder verdraaiing van het evangelie.