Alle berichten in Van de predikant

11 april 2017

Jezus’ lijden onder slapheid

Gebed na het lezen van Matteüs 26:36-46:

‘Heer Jezus, als ik denk aan uw leerlingen, die nog geen uur wakker konden blijven in die nacht, toen u al biddend worstelde met de wil van uw Vader, dan bedenk ik hoe snel mijn aandacht verslapt onder het bidden. Zo snel wil ik weer iets anders gaan doen. Ik denk dan dat ik geen tijd heb om mijn aandacht op u te richten, om u de eer te geven voor alles wat u voor mij leed. Vergeef het mij. Geef mij door uw Geest het verlangen en de concentratie om stil te staan, langer stil te zijn bij uw lijden, bij wie u bent voor mij.

Amen.’

 

Morgen Matteüs 27:27-44, Lijden onder spot

10 april 2017

Jezus’ lijden onder verloochening

Hoe kan het dat Petrus Jezus verloochent, terwijl hij een paar uur eerder zo fel beweerde dat hij dat nooit zou doen. Het is niet alleen een vraag voor Petrus, maar voor iedereen die het in de praktijk nog wel eens moeilijk vindt er voor uit te komen dat je in Jezus gelooft. Hoe kan het dat het dan zo tegenvalt?

Ik lees vanmorgen Matteüs 26:33-35, Jezus kondigt aan dat Petrus hem zal verloochenen. Het lijkt op de tekst waar ik gisteren over gepreekt heb: jullie zullen mij allemaal afvallen (vers 31-32). Maar vanmorgen gaat Jezus een stap verder. Ze laten hem niet alleen in de steek, één van hen, juist Petrus die de eerste was om hem te belijden, zal hem zelfs verloochenen. Met grote nadruk zal hij zeggen dat hij Jezus niet kent: ‘Ik Ken Die Man Niet’. Dat is het inderdaad: Petrus kende hem niet echt. Hij had drie jaar met Jezus opgetrokken. Maar hij kende de Man niet die zich voor zíjn zonde ter dood liet veroordelen.

Nog weer meer lijden voor Jezus. Hij verlangt beleden te worden, openlijk erkend. Het doet hem pijn verzwegen en verloochend te worden. Ik wil Petrus niet in de hoek zetten, maar op dit moment gaan mijn gedachten uit naar Jezus die deze pijn voor mij wilde dragen.

Ik denk er nog wat langer over na. Jezus wil erkend, beleden worden. Dat is wat hij van zijn gemeente verlangt. Ook wij kennen situaties waarin je niet de moed hebt Jezus te belijden. Wat kan je helpen Jezus te belijden zoals Jezus het verlangt? Ik denk weer aan Petrus. Hij kende ‘die man’ niet. Daar zit de sleutel: Jezus kennen. Hoe beter je hem ken, kent als je Redder, des te meer zal het je gewoon niet lukken om over hem te zwijgen.

Jezus kennen en zo zijn belijdende gemeente zijn.

 

Morgen lezen we verder in Matteüs 26. Jezus lijdt onder de slapheid van zijn leerlingen (vers 36-46)

9 april 2017

Jezus’ lijden in eenzaamheid

Vanmorgen, Palmzondag begonnen we de kerkdienst met het evangelie van Jezus’ intocht. We lazen het en zongen het mee: ‘Hosanna in de hoge’. We lazen in deze dienst het lijdensevangelie uit Matteüs 26 en 27. De preek ging over 26:31-32.

Hebt u een idee hoeveel mensen er in deze stad eenzaam zijn? Wie het bij u in de straat zijn? Hebt u een idee hoeveel mensen er hier in de kerk eenzaam zijn? Je kunt hier zitten, mensen aan alle kanten om je heen, mensen waar je misschien ook nog wel mee praat, en toch ben je eenzaam. Nee ik bedoel niet dat je je wel eens een eenzaam gevoel hebt. Maar echt dat je je niet verbonden voelt. Ze begrijpen je niet. Ze weten niet wat er werkelijk in je omgaat. Midden tussen de mensen kan leven een eenzame weg zijn.

Hier in de kerk wil ik het hebben over iemand die weet wat eenzaamheid is. Sterker nog: de kerk ìs van iemand die weet wat eenzaamheid is. Laten we eens kijken hoe hij de weg van de eenzaamheid gaat. Ja, je ziet hem echt op weg gaan. Net zaten ze nog samen aan tafel. Ze vierden Pesach. Echt een feest van verbondenheid. Eén van de groep is al eerder van tafel gegaan, maar de twaalf die overblijven zijn hecht met elkaar. Veel mensen zijn vijandig tegenover Jezus en zijn leerlingen. Maar zij zijn elkaar trouw gebleven. En zo stappen ze op van de tafel. Op weg… Waar naar toe? Waar gaat dit op uitlopen? Eén is er al afgehaakt en nu horen we Jezus zeggen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen.’ Hij heeft het over een kudde die uiteengedreven wordt, verstrooid. Jezus alleen en al die discipelen ook ieder hun eigen weg. Ieder in zijn eenzaamheid.

Wat is er hier aan de hand? Je gaat er iets meer van begrijpen als je ontdekt waaróm ze Jezus afvallen. Wat denkt u, waarom laten ze Jezus in de steek? Omdat ze bang zijn voor de soldaten? Dat zou je denken. En dan is de boodschap voor ons: en jij… laat jij Jezus ook in de steek als het je moeilijk gemaakt wordt? Op zich een goed punt om over na te denken. En angst was er ook zeker. Maar Jezus heeft het over iets wat dieper zit. Jullie zullen mij afvallen. Iemand afvallen betekent dat je niet meer achter hem staat, dat je hem niet meer ziet zitten.

In oudere bijbelvertalingen lees je ‘aanstoot aan mij nemen’ of ‘je aan mij ergeren’. Dat is wat Jezus straks ziet gebeuren. Dat gaat dus veel dieper dan: jullie zullen te bang zijn om bij mij te blijven. Ze begrijpen er niets van dat Jezus gekomen is om te lijden. Dat zat al in die heftige reactie van Petrus, een half jaar geleden, en ondanks alles wat Jezus geprobeerd heeft er over te vertellen is het totaal niet geland bij hen. Op weg naar Getsemane zijn deze vrienden volslagen vreemden voor elkaar aan het worden. Dit is de eenzaamheid waarin Jezus lijdt. Het is niet alleen verschrikkelijk om gevangen genomen te worden,  onrechtvaardig veroordeeld, gemarteld, bespot en gedood. Hij weet al wat hem te wachten staat, de volle lading en hij weet dat zijn vrienden gaan afhaken. Dat dit voor hen niet te begrijpen is. En dat híj er helemaal alleen voor staat. Zelfs voor zijn trouwste vrienden is hij een vreemde geworden. En uiteindelijk wordt hij zelfs door God in de steek gelaten. Zo gaan ze op weg. Mensen die nog samen zijn, maar die op weg zijn elkaar kwijt te raken. De eenzaamheid tegenmoet. Het teleurstellende einde van drie jaar intensief samen optrekken.

Voordat ik er met u over ga nadenken wat voor zin dit allemaal heeft, zou ik zeggen: voel eerst eens hoe leeg deze eenzaamheid is.

 

Inderdaad, hier in de kerk gaat het over iemand die weet wat eenzaamheid is. Maar als je naar Jezus luistert hoor je nog meer. Moet je wel goed luisteren, want je merkt dat de leerlingen het niet horen. Die protesteren alleen maar tegen het eerste wat Jezus zegt. Maar ze hebben kennelijk toch onthouden wat Jezus nog meer gezegd heeft en vinden het belangrijk dat wij er nu wel naar luisteren, daarom geven ze het aan ons door. Ze hebben Jezus horen zeggen ‘Ik zal de herder doden en de kudde verstrooien’. Wat wil Jezus hiermee zeggen? Het klinkt als een algemene waarheid: goede leiders zijn belangrijk anders worden mensen stuurloos, of dat nou in een kerk, een elftal of een bedrijf is. Ja, dat is op zich wel waar, maar op het moment dat Jezus dit zegt is het veel persoonlijker. Hij haalt hier een profetie van Zacharia aan. De profetieën van  Zacharia zijn soms moeilijk te begrijpen, maar nu Jezus daar zo nadrukkelijk aandacht voor vraagt wil ik met u proberen er toch iets van te begrijpen om zo iets meer van Jezus en zijn eenzaamheid te begrijpen.

Zwaard, ontwaak! Verhef je tegen mijn herder ,tegen de man met wie ik mij verbonden heb, spreekt de Heer van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verdwalen. Zacharia 13:7

Zwaard, ontwaak, verhef je! God gaat een straf voltrekken. Aan wie? Wie heeft Gods straf verdiend? De herder? De schapen? De herder wordt hier als Gods beschermeling genoemd.  ‘Mijn herder met wie ik mij verbonden heb’ Een vrij speciale uitdrukking. Zeg maar: de messias. Niet de herder verdient de straf. Het moeten de schapen wel zijn. Zij verdienen de straf, maar de hérder draagt de straf. Net als die knecht van de Heer in Jesaja 53. De Heer laat de ongerechtigheid van de dwalende schapen op hem neerkomen. De herder wordt gedood, de straf die de schapen verdienen. De schapen dwalen weerloos rond en laten hun herder in de steek. Ik denk dat de mensen uit de tijd van Zacharia dit maar een vreemd verhaal vonden. Maar dan komt Jezus. ‘Ik ben de goede Herder, ik zet mijn leven in voor mijn schapen’ (Johannes 10:11,15) Nu gaat het gebeuren. Jezus gaat in alle eenzaamheid lijden.

Die eenzaamheid en onverbondenheid is de straf die wij verdienen. Alleen zijn. Mensen kwijt raken op wie je rekende. In de steek gelaten worden. Want zo zijn wij zelf. We laten anderen in de steek. Als dat mij overkomt, dan krijg ik mijn verdiende loon. Ja, ik verdien het zelfs om door God in de steek gelaten te worden. Helse eenzaamheid. Dat ondragelijke dat gaat Jezus nu dragen. Jezus lijdt in eenzaamheid, hij doet dit voor ons.

Maar er is nog meer wat de leerlingen hem hebben horen zeggen. Op het moment zelf drong het niet echt door, maar ze vinden dat wij nu toch wel moeten weten dat Jezus ook gezegd heeft: ‘..nadat ik uit de dood ben opgewekt zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’ Zoals die twaalf daar op weg zijn lijkt het allemaal op niets uit te lopen. Ze worden vreemden voor elkaar en Jezus wordt gedood. Maar Jezus zal uit de dood weer gaan leven. Daar begrijpen ze nog helemaal niks van. Maar volgende week en de weken daarna gaan we er iets van zien. De kracht die daar in zit, wat dat met mensen doet, als je er meer over wilt horen, als je er meer van wilt merken moet je volgende week weer in de kerk komen. Dan merk je ook dat dat wel iets is dat tijd kost. Het kost de leerlingen alleen al moeite om het te geloven. Maar er gaat wat gebeuren. Jezus zegt: dan ga ik jullie voor naar Galilea. De weg die op niets uit dreigde te lopen krijgt toch een vervolg. Het loopt toch ergens op uit. Maar waar loopt het op uit? Galilea. Wat betekent dat? Het was in ieder geval de regio waar ze samen waren. Na de eenzaamheid en onverbondenheid komt er door Jezus’ sterven en opstanding weer verbondenheid. Daar gaat het naar toe. Galilea, het is ook de streek waar Jezus ze heeft opgeleid om de wereld in te gaan mensen bijeen te brengen. Galilea, we gaan ons daar binnenkort wel meer in verdiepen. Maar nu zien we alvast dat die twaalf mannen die daar zo op weg gaan, dat dat eerst wel op niks uit lijkt te lopen, alleen op Jezus’ eenzame dood en ronddwalende leerlingen, maar dat het uiteindelijk uitloopt op iets moois. Op mensen die verbonden zijn, met Jezus, met God en met elkaar.

En dan zitten we ineens bij onszelf, hier in Ommen. Een stad met eenzame mensen, hoeveel? Een kerk waarin mensen eenzaam zijn, ja, echt. Een stad, een gemeente waar Jezus verbondenheid brengt. Eenzaamheid en onverbondenheid verandert in verbondenheid. Hoe?

Laat ik eerst de verbondenheid met Jezus noemen. Jezus wil dat mensen, ook eenzame mensen, hem leren kennen. Als je hem kent, dan is er iemand in de hemel die je begrijpt en om je geeft, hoe eenzaam je tussen de mensen ook bent. Dat lijkt een schrale troost, maar dat is het helemaal niet. Het is dé grote verandering als je van onderbonden verbonden wordt, verbonden met God, met Jezus, de verbinding die meer is dan alles wat je hier op aarde hebt of mist. Wees daar zelf gelukkig mee, koester het. En ga er mee op stap naar wie ongelukkig en onverbonden is.

In die gemeenschap gunt en verlangt Jezus ook verbondenheid met elkaar. Heb je ogen er voor open wie eenzaam is. Dat zijn niet altijd de mensen die alleen wonen. Je kunt je tussen de mensen onbegrepen en onverbonden voelen. Wat is het dan veel waard als er mensen zijn die echte belangstelling hebben. Niet op de manier van ‘jij bent eenzaam, laat ik jou eens komen helpen’ maar gewoon om een mooi mens beter te leren kennen. Die ander in jou straat, jouw kerkbank die voor Jezus zoveel waard was dat hij er de ultieme eenzaamheid voor inging.

Amen.

 

De liturgie:

Morgen lezen we verder in Matteüs 26, Jezus lijden onder verloochening (vers 33-35).

7 april 2017

Jezus’ lijden onder onbegrip

In Jezus’ laatste contact met mensen is veel lijden te merken. En dat, terwijl hij juist voor mensen was gekomen. De afgelopen dagen lazen we zijn afscheidstoespraak waarin we steeds weer voelden hoe hij leed onder de houding van de joodse leiders. Na dat afscheid trok hij zich terug met zijn leerlingen. We lezen er de komende dagen over in hoofdstuk 26. Vandaag vers 6-13.

Ook in de kring van de leerlingen schuurt het. Terwijl Jezus een kostbaar eerbetoon ontvangt van Maria ergeren de leerlingen zich. De lading van deze laatste dagen van Jezus op aarde lijkt hen volkomen te ontgaan. Alsof er niets aan de hand is maken ze zich druk over de vraag of je de kosten van het eerbetoon aan Jezus niet beter in de armenkas zou kunnen storten.

Nu is de zorg voor de armen ook best belangrijk. Het is mooi om te zien hoe er in de kring van Jezus’ vrienden een soort diaconie is. Maar tegelijk is het schrijnend dat Jezus dit eerbetoon misgund wordt. Jezus uit dit zelf door nóg eens duidelijk naar zijn naderende sterven te verwijzen: ‘Door die olie over mij uit te gieten, heeft ze mijn lichaam voorbereid op het graf’.

Hoe voorkomen wij dat we door alle activiteit en diaconale zorg het eerbetoon aan Jezus, de gekruisigde vergeten?

 

Morgen gaat de preek over Matteüs 26:31-32, Jezus’ lijden in eenzaamheid

3 april 2017

Jezus’ lijden onder eerzucht

Deze week en volgende week wil ik samen met je kijken naar verschillende kanten van Jezus’ lijden. Daarbij verrast Jezus’ toespraak in Matteüs 23 me. Ik heb ooit eens een preek gehouden over een vers uit dit hoofdstuk, maar me er eigenlijk nooit heel erg in verdiept. Voor het eerst verrast het mij nu dat deze laatste toespraak die Jezus in het publiek gehouden heeft zo’n felle aanklacht is tegen de joodse leiders. Is dat de ultieme boodschap van Jezus?

Vandaag realiseer ik me dat ik in deze gekwelde woorden van Jezus zijn lijden naar het hoogtepunt zie komen. Hier verwoordt Jezus waaronder hij lijdt. Hij er onder wat er terecht gekomen is van zijn volk en hun leiders. In deze toespraak geeft hij twee dingen indringend aan ons mee: het lijden dat hij draagt en zijn verlangen voor de gemeente. Juist naar dat laatste ben ik steeds op zoek, en het verrast bij dat ik dit vindt, zo dicht bij het kruis.

Vanmorgen lees ik vers 1-7. In vers 5-7 voel ik Jezus’ afkeer van de eerzucht om hem heen. Hij lijdt onder een godsdienstige praktijk waarin de mens stralend in het middelpunt komt te staan, terwijl het om God zou moeten draaien. Ik denk hier nog wat langer over na. Is het fout als je gezien wilt worden in de synagoge of in de kerk? Nee toch? Zo ken ik Jezus juist. Hij ziet mij terwijl ik zijn woorden overdenk. Het geeft mij troost dat ik me door hem gezien en gekend weet. Toch is dit iets anders dan dat ik de mensen laat zien hoe goed ik het doe en hoe mooi dat er allemaal uitziet. Bovendien doorziet Jezus bij de wetgeleerden van zijn tijd dat het allemaal schijn is. Een lege huls. Hij lijdt daaronder. Hij verlangt naar een gemeente waar God het stralende middelpunt is en niet de mens.

 

Morgen: Jezus’ lijden onder heerszucht, Matteüs 23:8-12

2 april 2017

Jezus’ lijden onder onrecht

De twee weken voor Pasen is er meer nog dan anders aandacht voor het lijden van Jezus. Gemakkelijk wordt het iets heel massiefs voor ons. Jezus heeft geleden, het was verschrikkelijk, het was zwaar, maar wat heeft hij nou geleden. De komende twee weken wil ik er iedere dag iets van overdenken. Jezus’ lijden was eenzaamheid, het was lijden onder huichelarij, bespotting…  We beginnen met een preek over Jezus’ lijden onder onrecht. De tekst voor de preek is: Matteüs 22:15 en 26:59,60a. De preek:

Onrecht. Het kan je aangrijpen als je mensen onder onrecht ziet lijden. In programma’s als Argos en Opgelicht ontmoet je soms van die mensen. Een vrouw die een zeldzame ziekte heeft en niet kan werken, maar ook niet afgekeurd wordt en in een uitzichtloze papieroorlog met instanties terecht komt. Een heel gezin wat daar onder gebukt gaat. Of iemand die op het werk in ongenade gevallen is en het leven onmogelijk gemaakt wordt, zodat ze hem uiteindelijk kunnen dumpen. Onrecht, waarbij je bij niemand gehoor vindt. Mensen vinden hun positie of hun regels kennelijk belangrijker dan de lijdensweg waarin zo’n gezin terechtkomt. Als zulke verhalen op de radio of de tv worden uitgemeten kan het je meeslepen. Het raakt je.

Je kunt lijden onder het onrecht dat je aangedaan wordt en onder het onrecht waar je mee geconfronteerd wordt. Zo zie ik ook Jezus onder onrecht lijden. Hij zei eens: Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid… (Matteüs 5:6) Gerechtigheid, daar kun je honger en dorst naar hebben. Het kan je pijn doen dat het in die tv-beelden of op je werk niet eerlijk gaat. En Jezus prijst je dan gelukkig. Dat je daar niet aan meedoet, dat je dat niet normaal vindt, maar dat het je pijn doet. Honger en dorst.

Jezus leed onder het onrecht dat hij om zich heen zag. Als baby al ontkwam hij ternauwernood aan de moord op tientallen, misschien wel honderden baby’s in Betlehem. Waarom? Omdat koning Herodes bang was dat één van die baby’s zijn positie, zijn macht zou kunnen bedreigen. Jezus leed onder het onrecht dat mensen op een schijnheilige manier hun oude vaders en moeders aandeden. Als je hem er over hoort krijg je de indruk dat het veel voor kwam (Matteüs 15:5-6). Er was in die tijd geen AOW en geen pensioen. Kinderen moesten voor hun ouders zorgen als ze niet meer konden werken. Maar als je nou bang was dat al je geld op zou gaan aan de zorg voor je ouders, dan kon je daar op een schijnheilige manier onderuit komen. Dan bestemde je je vermogen voor de tempel, ‘korban’ heette dat, en dan ging dat daar bij je dood naar toe, maar tot die tijd kon je het gewoon zelf gebruiken. En je kon tegen je hulpbehoevende ouders zeggen: ik kan u niet helpen want mijn geld is gereserveerd voor de tempel. Alleen maar aan jezelf denken, dat jij genoeg hebt, en je ouders laten stikken. Je niet druk maken om hun lot, hun recht. Dat onrecht, daar leed Jezus onder. Dat mensen zich alleen maar druk maakten om hun eigen macht, hun eigen geld, hun eigen leventje. En alles en iedereen wat daarbij in de weg staat wordt ruw en gemeen aan de kant geschoven. Jezus zag het, voelde het mee en reageerde er fel op. Honger en dorst naar gerechtigheid.

Jezus moest zelf ook mee maken dat ze hem op zo’n manier aan de kant probeerden te schuiven.

Je merkt daar al heel snel iets van als je het verhaal over Jezus lees, over zijn optreden en de reacties. Maar toen Jezus een paar dagen in Jeruzalem was, kort voor het pesachfeest was het wel heel duidelijk: ‘Nu trokken de Farizeeën zich terug om zich er op te beraden hoe ze hem met een uitspraak in de val konden lokken’ (Matteüs 22:15) Jezus is kennelijk zo’n bedreiging voor hun positie, hun macht dat hij opgeruimd moet worden. Ze proberen hem een uitspraak te ontlokken… Ja, in Matteüs 26 lezen we waar het om ging, het moest iets zijn waardoor ze hem ter dood konden veroordelen. Een uitspraak die Jezus doet waardoor ze hem uit de weg kunnen ruimen. Hij verdient dat niet, maar voor hun macht en positie hebben ze dat nodig.

En waarover ontlokken ze dan een uitspraak­? We hebben het gesprek gehoord, het ging over politiek. ‘Mag een gelovige jood aan de keizer van Rome belasting betalen?’ Waarom nou juist die vraag? Ze dagen hem uit om een revolutionaire uitspraak te doen, zodat ze het aan de stadhouder Pontius Pilatus kunnen overlaten om Jezus als revolutieprediker te executeren. Dan hoeven ze hun handen niet vuil te maken en zijn ze toch van hem af. We hebben gehoord dat er verschillende gesprekken volgden, maar Jezus liet zich geen uitspraak ontglippen waarop ze hem zouden kunnen pakken. En als ze hem dan gearresteerd hebben met hulp van Judas en met soldaten van stadhouder Pilatus, dan weten ze nog steeds niet waarover ze hem moeten aanklagen. Voor de rechtszitting is er ’s morgensvroeg nog een soort vergadering  waarin ze op zoek gaan naar valse getuigen. Als er dan niet in alle eerlijkheid een aanklacht tegen Jezus is, dan maar wat minder eerlijk, want het moet wel doorgaan. Doel van de rechtszitting straks is niet om recht te doen, maar om van Jezus af te komen, als het niet rechtsom is, dan linksom. Hier rond Jezus is de lucht vol haat, vol onrecht.

Ook met valse getuigen lukt het niet. Tenslotte stelt de hogepriester een vraag… Het lijkt er op dat hij terug komt op die gesprekken van een paar dagen geleden toen Jezus de vraag stelde of de Messias de zoon van David of de Heer van David was. ‘Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons of u de Messias bent, de Zoon van God.’ Als Jezus ‘ja’ zegt kunnen zij dat als godslastering opvatten. En zo gebeurt het. Precies waar het in al dit onrecht om gaat: Jezus wordt veroordeeld om wie hij is. Hij mag er niet zijn. Er is in hun denken en hun functioneren als machthebbers geen ruimte voor God die zo naar ons omziet dat hij mens wordt. Precies dat wordt zijn dood. Jezus ondergaat al dit onrecht met als giftige kern: hij mag er niet zijn.

Onrecht. Misschien ga je er zelf onder gebukt. Zoals die oude vaders en moeders in Jezus´ tijd die te veel geld kostten. Die vrouw met die zeldzame ziekte die maar niet afgekeurd wordt. Of die werknemer die in ongenade gevallen is. Je mag er niet zijn, we werken jou weg. Alle oneerlijke en gemene trucks word uit de kast gehaald. Je kunt je er machteloos onder voelen. En niemand begrijpt je echt. Niemand weet wat je doormaakt.

Op aarde misschien niet. Maar in de hemel is er iemand die de giftige kern van het onrecht diep gevoeld heeft. Daar kun je terecht met je gebed. Als er iemand is die weet dat je doormaakt, dan Jezus wel, bij God op de troon. Een God die niet alleen in zijn wetten, zoals we die gelezen hebben en in de bergrede laat merken dat hij een diepe afkeer van onrecht heeft, maar die het ook zelf gevoeld heeft. En God luistert. Er is meer wat ik wil zeggen over het onrecht dat Jezus ondergaat. Maar om te beginnen dit: Hoe zwaar het onrecht is dat je moet lijden, in de hemel is er iemand die tot in het diepst weet wat het is.                   (Zingen: Psalm 9:7,9)

Ik zei al: er is meer over te zeggen. In het tweede stuk van de preek kijken we als het ware achter dit onrecht tegen Jezus. Wat zit er nog weer achter? En ik sluit er mee af wat het voor ons als volgelingen van de Heer betekent.

Er zit nog iets meer achter. Ik had het er al even over dat op het beslissende moment de hogepriester Jezus vraagt of hij de Messias, de Zoon van God is. Daarmee pakt hij op wat Jezus hem zelf heeft aangereikt in dat laatste gesprek over de Messias, zoon van David of Heer van David. Met die raadselachtige vraag over de Messias stuurt Jezus het er zelf op aan. De vraag dringt zich op: ‘Zegt u dan van uzelf dat u de Messias bent?’ Al dit onrecht overkomt Jezus niet, tot het laatste toe stuurt hij het er zelf op aan. Hij is gekómen om als onschuldige veroordeeld te worden. Dat is wat hier achter zit. Waarom? Waarom is hij gekomen om als onschuldige veroordeeld te worden?

Dan kom ik even terug bij het onrecht dat wij lijden en om ons heen ervaren. En dan stel ik daar een vraag bij, die diep gaat. Verdien ik het dat ik eerlijk behandeld wordt? Verdien je het dat je eerlijk behandeld wordt? Rare vraag misschien. Iedereen verdient toch een eerlijke behandeling? Ja, wacht even, doe je zelf altijd iedereen recht? Op het werk, in de gemeente, in je relatie? Nee, ik wil best geloven dat u er nog nooit aan meegewerkt hebt dat iemand op zo’n onrechtvaardige manier als Jezus ter dood veroordeeld is. Maar ik ben bang dat ook christenen er aan mee doen om op een sneaky manier anderen te lozen, weg te werken. Wij hoeven onze oude vaders en moeders meestal niet financieel te verzorgen. Maar doe je ze recht in liefde en aandacht? Of heb je ze in feite weggewerkt uit je leven? Wij doen medemensen veel onrecht en we doen God veel onrecht. Daarom verdien je niet dat je eerlijk behandeld wordt, maar dat je zelf onrecht moet lijden. Precies die pijn die Jezus droeg, dat is wat ik verdien. Maar nu zegt Jezus: dat hoef jij niet te dragen, dat kún jij ook niet dragen, maar dat neem ik op mij. Dat is wat hier achter zit: Jezus die het die de haat en de oneerlijke behandeling die ik verdien op zich neemt. Zoals zondag 15 vanmiddag zegt: Christus is onschuldig ter dood veroordeeld om ons te bevrijden van het strenge oordeel van God dat over ons komen zou.

Tenslotte: wat betekent dit voor ons als volgelingen van Jezus?

  1. Bevrijding van Gods oordeel. Jezus heeft de straf gedragen die u verdient. Als je in hem gelooft mag je er zeker van zijn dat jij die niet meer hoeft te dragen. God wil je vergeven.
  2. Een God in de hemel die luistert naar onze vragen en die, juist ook als het over onrecht lijden gaat, weet wat het is.
  3. Het betekent voor ons als gemeente, als volgelingen van Jezus dat we in deze wereld vol onrecht een plek willen zijn waar iedereen recht gedaan wordt. Hier gaat het niet om je macht te handhaven, ook voor de leiders niet. Hier willen we juist iedereen tot zijn recht laten komen. In wie je bent, in wat je kunt doen in de gemeente. De leiding is er om iedereen daarvoor de ruimte te geven, niet om mensen aan de kant te zetten. Ik heb mij daar altijd sterk voor willen maken en besef ook wel dat dat wel eens lastig is. Sommigen van u verlangen naar een duidelijker lijn, een vernieuwende visie of juist een meer behoudende koers. Maar mijn zorg is dat hiermee gemakkelijk echte volgelingen van Christus aan de kant gezet worden. Laat het onze uitdaging zijn in de gemeente iedereen tot zijn recht te laten komen.
  4. En sta ook met die houding in de wereld. Haat het onrecht. Laat het je pijn doen: hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Begin maar gewoon met iedereen om je heen recht te doen en afstand te nemen van vuile spelletjes. Sterk en dapper. Als mensen waarin Christus herkenbaar is.

Amen.

De liturgie:

Psalm 43 zongen we in de Nieuwe Psalmberijming.

Morgen: Jezus’ lijden onder eerzucht, Matteüs 23:(1-)5-7.

1 april 2017

Anders worden

Vandaag lezen we Matteüs 16:24-28. Opnieuw zien we dat Jezus mensen wil verzamelen die bij hem horen. Die hem volgen, zegt hij. Een groot woord als je bedenkt dat hij zojuist over zijn onmenselijk lijden heeft gesproken.

Nee, hij vraagt niet van me dat ik datzelfde lijden onderga. Hij heeft het al in mijn plaats gedaan. Toch vraagt hij van me dat ik mijzelf verloochen, mijn leven verlies. Jezus volgen, dat gaat je leven echt veranderen.

Als we vanaf morgen iedere dag een stukje, een aspect van het lijden van Jezus bekijken, dan kan ik daar niet vrijblijvend naar kijken. Dat heeft twee redenen. De eerste is dat hij het lijden droeg dat ik verdien. Bij alles wat ik op Jezus lijdensweg zie besef ik nederig dat ik het ben die dit verdien. En het verbindt me intens dankbaar met Christus omdat hij het voor me wilde dragen.

Maar er is een tweede reden. Ieder stukje van Jezus’ lijden wil mijn leven veranderen. Een verandering die soms zelfverloochening vraagt. Een verandering die niet alleen mijn persoonlijk leven raakt, maar ook ons samen als gemeente van Christus.

 

We beginnen morgen bij Jezus’ lijden onder onrecht. De preek gaat dan over Matteüs 22:15 en 26:59-60a.

31 maart 2017

Onmenselijk

Petrus, zo las ik vanmorgen, wilde niet dat Jezus moest lijden (Matteüs 16:21-23). Jezus vertelde dat hij naar Jeruzalem moest gaan, veel zou moeten lijden en uiteindelijk gedood worden. Petrus kwam in opstand: ‘God verhoedde het Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!’

Petrus wilde dat niet. Natuurlijk wilde hij dat niet. Heb je je wel eens ingeleefd in Petrus’ gedachten? Als je de felle reactie van Jezus kent ben je geneigd dat niet te doen. De gedachten van Petrus waren fout. Maar ze zijn, zo zegt Jezus, wel heel menselijk.

Natuurlijk heeft Petrus moeite met de zware lijdensweg die Jezus tegemoet gaat. Ik laat de woorden van Jezus nog eens op mij inwerken: dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat hij gedood zou worden. Geen mens wil dit. Onmenselijk, onmenselijk was het wat Jezus moest lijden. Het maakt mij stil tegenover Christus. Dat wilde hij voor mij doen.

En, wat ik als mens ook niet wil: dit is de straf voor míjn zonden. Zo erg is mijn zonde in Gods ogen. Ik wil dat het meevalt. Ik ervaar de ernst van mijn zonde vaak niet. Dat is ‘wat mensen willen’. Maar God ervaart de ernst van mijn zonde. Ik kan daar maar weinig van begrijpen als ik naar mijn zonde kijk. Maar des te meer als ik aan het kruis van Christus denk. Stil en dankbaar richt ik mijn concentratie op hem, mijn Redder.

 

De laatste twee weken voor Pasen zien we er iedere dag iets van waar Jezus onder geleden heeft. Hij leed onder het onrecht, onder eerzucht, eenzaamheid enz. We lezen daarbij uit Matteüs 22-27.

Morgen nog één stukje uit Matteüs 16, vers 24-28.

30 maart 2017

Sleutel

Vanmorgen lees ik Matteüs 16:13-19. Jezus vraagt zijn leerlingen wie hij volgens hen is. ‘U bent de Messias, de Zoon van de levende God’ zegt Petrus. Waarop Jezus hem de sleutel van het koninkrijk belooft.

Over die sleutel blijf ik nadenken. De kring rond Jezus heeft een sleutel. Eerder zagen we al: je hoort er bij of je hoort er niet bij. Je moet een keuze maken. Die sleutel zet dat nog wat steviger aan. Jezus is niet automatisch de Redder van alle mensen. Een sleutel opent, maar een sleutel sluit ook af. Zo gaan mijn gedachten vanmorgen naar Christus, mijn Heer in de hemel. Hij is mijn Redder, mijn Heer. Ik heb een band met hem en duizenden met mij. Maar dan besef ik dat er nog veel meer mensen zijn die daar buiten staan…

Jezus spreekt over een sleutel. Een sleutel is een instrument. Hij heeft het niet over het slot of een deur, maar over de sleutel waarmee je die open en dicht doet. Hij geeft die sleutel in handen van mensen. Mensen in de kring rond Jezus krijgen een grote verantwoordelijkheid. Wie rekenen we er bij en wie rekenen we er niet bij? De belijdenis van Petrus kunnen we als basis nemen, als rots om op te bouwen: Ik erken Jezus als Messias, als Zoon van de levende God. Met iedereen die dat belijdt wil ik mij in een levende gemeenschap verbonden weten. Dat lukt lang niet altijd op deze aarde. Ik kan mij machteloos voelen bij een kerkelijke verdeeldheid en beseffen dat die lang niet altijd te overbruggen is. Toch geeft de belijdenis van Petrus richting aan mijn houding tegenover de mensen om mij heen en verder weg.

 

Morgen nog een stukje van dit gesprek: Matteüs 16:21-23

29 maart 2017

Hoe open moet je zijn?

Al weken lang zoek en vind ik in het evangelie van Matteüs aanwijzingen voor het gemeente-zijn. Op weg naar Pasen lees ik iedere ochtend een stukje uit het evangelie. Zo vormt zich mozaïeksgewijs een plaatje van Jezus en de gemeente rond hem. Na Pasen wil ik het complete plaatje eens gaan uittekenen.

Vandaag een nieuw mozaïekstukje: Jezus wil openheid en eerlijkheid in de kring van zijn volgelingen merken. In Matteüs 15:1-9 voel je Jezus’ afkeer van schijnheiligheid en huichelarij. Mooie woorden waarachter slechte daden verborgen gaan. Die afkeer ziet diep bij Jezus, je merkt het regelmatig. Hij leidt hier onder. Hij verlangt juist dat zonde openlijk beleden wordt met de vraag om vergeving. Daarvoor is hij gekomen. Niet om zonde aan te rekenen, maar ook niet om zonde onder mooie worden te laten voortwoekeren.

Jezus’ afkeer van huichelarij zet mij aan het denken. Hij verlangt kennelijk naar een kring van leerlingen waar openheid en eerlijkheid de sfeer bepalen. Wat betekent dit voor onze gesprekken? Hoe open moet je zijn in de kring van de gemeente?

 

Morgen lezen we de belijdenis van Petrus: Matteüs 16:13-19