Alle berichten in Preken

21 december 2014

Verderkijkers 4 Adventspreek Lucas 1:26-38

20141116_142946000_iOSOp de vier adventszondagen van 2014 kijken we mee met vier ‘verderkijkers’. Mensen die verder kijken dan anderen en ons aansporen om dat ook te doen. Bij deze diensten hebben we een leesrooster om thuis te lezen. Ria Borkent en Roelof Elsinga hebben er een lied bij gemaakt.

De eerste zondag stond Marcus 13 centraal, over het uitzien naar de terugkomst van Christus. De tweede zondag ging de preek Jesaja 40:1-11 en Johannes 1:19-28 over de hoop die klinkt in de tijd van de balllingschap en Johannes de doper. De derde adventszondag ging de preek over de blije belofte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, Jesaja 65:17-23.

Op de vierde adventszondag luisteren we naar de boodschap van Gabriël aan Maria (Lucas 1:26-38)

Liturgie

Welkom

Mededelingen

Psalm 27:7 (in verband met twee overleden gemeenteleden)

Openingsbelijdenis

Groet

Geref. Kerkboek Gezang 80:1,2 O Heiland open wijd de poort

Gebed

Geref. Kerkboek Gezang 80:4

Genadeverkondiging (Jesaja 55:1)

Geref. Kerkboek Gezang 80:3

Jesaja 55

Psalm 89:13,14,18

Lucas 1:26-38 (tekst)

Adventslied 2014 1,2,3,4 Door de ramen van de tijd

Preek

Geref. Kerkboek Gezang 47:1,4,5,6 Mijn ziel verheft Gods eer

Romeinen 13:8-14

Psalm 63:2

Gebed

Collecten

Liedboek (2013) Gezang 425 Vervuld van uw zegen

Zegen

Wanneer u deze preek in een kerkdienst wilt voorlezen wordt u verzocht hiervan bericht te doen aan onze predikant (dehullu@gkv.nl).

Bij de preek is een beamerpresentatie beschikbaar.

Blij met het beloofde Davidsrijk

Ik denk nog even terug aan vorige week. We hadden een prachtige profetie. Een wereld die helemaal nieuw wordt. Eindeloos leven en gezond zijn. Zonder de pijn en teleurstellingen waar je nu onder gebukt gaat. Zonder gevaarlijke wilde dieren. Een wereld van volmaakte vrede en harmonie. Een wereld waarin God niet meer op hoge afstand in de hemel woont. De áárde zal vol zijn van hemelse glorie en God en mensen wonen bij elkaar.

Het wordt een wereld, zo lazen we vanmorgen (Jesaja 55), van eten in overvloed. En zie dat nog maar weer even door het raam van díé tijd: de honger en ontberingen op de terugreis naar Jeruzalem door de woestijn en tussen de puinhopen van Jeruzalem zullen voorbij zijn. De troon van David wordt hersteld. Niet alleen om over het joodse volk te regeren, maar over alle volken. David, en zijn zoon Salomo… Dat was de glorietijd van Israël. Een tijd waarin vrede aanbrak. Dat komt terug, ja wordt nog overtroffen, zoals Psalm 72 er over zingt. Veilig leven zonder de dreiging van vijanden. Een tijd van recht en wijs bestuur. Een koning op de troon van David, voor altijd.

Dat was wat God al aan David beloofd had. Jij hoeft geen huis voor mij te bouwen, ik ga aan huis voor jou bouwen. Er zal altijd één van je zonen op de troon zitten (2 Samuël 7:16). Die belofte wordt nu herhaald, maar ook uitgebreid. De zoon van David zal over alle volken regeren (Jesaja 55:4). Het herinnert aan heel oude beloften van God aan Abraham ‘Door jou zullen alle volken op aarde gezegend worden’ (Genesis 12:3) en aan Juda ‘In Juda’s handen zal de scepter blijven, tussen zijn voeten de heerserstaf, totdat hij komt die er recht op heeft, die alle volken zullen dienen’ (Genesis 49:10). Hier zien we weer dat het een rijk is rond één hoofdfiguur, de dienaar van de Heer, die recht en vrijheid komt brengen, een gelukkige wereld voor alle volken.

Bergen en heuvels juichen, bomen klappen in de handen. Doornstruiken worden cypressen. Het wordt een heerlijk paradijs voor een kleurrijk volk rond de zoon van David.

Teleurgesteld over het verstommen van de profetie

Een blije profetie. We staken er een roze kaars bij aan. Een blije kleur. Maar dan ga je naar huis en dan is er weer ruzie, dan loop je weer tegen teleurstellingen aan. Nog die avond werd één van onze huizen in rouw gedompeld. Het was een blije profetie in een donkere tijd. Daarom vandaag toch weer een donkere, paarse kaars.

Wat komt er terecht van die blije profetie? Daar lopen wij tegenaan. Daar hadden ook de mensen uit de tijd van Simeon en Hanna last van. Twee mensen die de bijbel noemt zo rond het begin van onze jaartelling. Simeon was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken. Hanna was een profetes die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in het tempelcomplex was en sprak met de mensen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem. Mensen die verlangden dat die blije woorden uit de profetie nou eens een blije werkelijkheid zouden worden.

Het kon moeilijk zijn daarnaar te blijven verlangen. Het was al eeuwen geleden dat de profetie geklonken had. Jesaja, maar ook Daniël en Zacharia waren al lang gestorven. Eén profeet was de eeuwen daarna nog opgetreden: Maleachi. En daarna werd het stil. Stille eeuwen. En je moet niet denken dat het joodse volk massaal uitzag naar de komst van de Messias. De kracht van die blije profetie van vijf eeuwen geleden lijkt verdwenen.

De belofte wordt toch werkelijkheid

Totdat een hemelse engel een aards meisje gaat opzoeken. Je voelt direct hoe groots dit is. Hemelse kracht doorbreekt de aardse uitzichtloosheid. Je zult zwanger worden en een jongentje krijgen en je moet hem Jezus noemen. Nú komt het. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God de Heer zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.

Ineens zijn het geen woorden meer. Alleen maar beloften. De nieuwe wereld is een tastbare werkelijkheid. Nog maar het allerkleinste stukje. De wereld is niet in één klap anders geworden. Maar de figuur die in het middelpunt stond in de profetieën van Jesaja 40-66, de Davidszoon, de Dienaar, de Gezalfde… Zijn embryo ís er. Straks kun je een zwangerschapstest gaan doen, een echo maken. In die eerste cellen is een gave nieuwe wereld tastbare werkelijkheid geworden.

Hoe kan dit?

Maria vraagt zich af: hoe kan dit? En zij denkt er dan natuurlijk aan dat Jozef en zij geen gemeenschap hebben en dat ze dus onmogelijk zwanger kan zijn. Maar los daarvan is de vraag: hoe kan dit? Hoe kan iemand, ook al is het een afstammeling van de grote David en een zoon van de gelovige Maria… hoe kan een mens de kracht hebben om een leider te zijn die de hele wereld blij maakt. En dan niet een beetje blij als een Charlie Chaplin waar de hele wereld om glimlacht of een Martin Luther King die weer op een heel andere manier blijdschap in de wereld gebracht heeft. Nee puur blij. Hoe kan een mens dat in de wereld voor elkaar krijgen?

Dan moet het toch wel iemand zijn die zelf tot in zijn botten rechtvaardig is en van mensen houdt. En die een overwicht heeft waar je niet om heen kunt. En nog wat: wil er vrede zijn tussen God en mensen en tussen mensen onderling, dan moet er eerst het nodige goedgemaakt worden. Anders blijft er toch iets van afstand tussen zitten. En dat zou God nooit verdragen. Voor hem moet het echt puur goed zijn. En wij, wij kennen dat niet. Maar ook wij zullen merken dat het dan pas echt blij kunt zijn op een manier waar geen ruis meer op zit. De profeet heeft er wel iets over verteld hoe de Dienaar ook daar voor gaat zorgen. Jesaja 53: hij zal alle zonden op zich nemen en er voor geslagen, gestriemd, vernederd en doorboord worden. Ook hier van geldt: álle zonden dragen van alle mensen, welk mens kan dat nou?

Hoe kan dit? Het is niet alleen de vraag van een meisje dat zich nog geen moeder zit worden. Het is de ultieme vraag van de wereld. Kunnen mensen deze wereld beter maken?

God

De engel antwoorde: De Heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God.

In dit embryo is God zelf aanwezig. God met zijn pure recht, zijn macht om volmaakte vrede te vestigen, zijn liefde die omziet naar zondaren. De komende weken gaat Maria het voelen. Het begint nu echt.

En je hoort Maria er van zingen. Van Gods macht en barmhartigheid. Van recht en overvloed. Van Gods trouw aan wat hij Abraham al beloofd heeft. Ze zong: ‘Hij trok zich Israël aan, Hij laat niet hulpeloos staan die Abrams troost verwachten.’ En ze voelde het van binnen. ‘Groot en in eeuwigheid is Gods barmhartigheid voor duizenden geslachten.’

Maria. En wij?

Maria voelde het van binnen. En wij?

Nee, u bent Maria niet. En daar kun je jaloers op zijn. Zoals die vrouw die tegen Jezus zei: Gelukkig de schoot die u gedragen heeft. Waarop Jezus dan zegt: Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en er naar leven. Maria droeg dat nieuwe begin in haar baarmoeder. U mag het in uw hart dragen. Hem, Jezus.

Verder kijken naar zijn toekomst, dat doe je door terug te kijken naar wie hij was en dat in je hart te dragen. Dan zie je Jezus die eerlijk is. Huichelarij, daar prijkt hij doorheen. Die omziet naar wie kwetsbaar is en aan de kant staat. En tenslotte doorboord wordt aan een kruis.

Zo mag je hem in je hart dragen. Laat dat je leven nieuw maken. Begin dan maar waar Jezus eindigde: om jouw zonde werd hij doorboord. Dat zit er helemaal niet meer tussen God en jou. Dat is helemaal weg. Je kunt je dat zelf misschien niet voorstellen. Maar in Gods ogen is dat er niet meer.

Dan ga je anders tegen jezelf aan kijken. Maar je kijkt ook anders naar de anderen. Je waardeert elkaar, je hebt de ander hoog, meer dan jezelf. Begin de blije wereld daar maar gewoon mee. Elkaar hoog hebben. Een open hart naar elkaar toe. Bedenk maar gewoon eens wie je hoger moet hebben dan je toe nu toe doet. Als alleen wij dat al doen, als je dat thuis doet in de kerstvakantie, als je anderen tegenkomt op straat, als je met anderen en over anderen praat, wat een blijdschap kan dat brengen. De Heer verstoot wie hoog zijn in hun ogen. Maar de eenvoudigen wil hij verhogen. Dat is Jezus.

Dat is het rijk, wat voelbaar begon in de baarmoeder van Maria. En in het hart van iedereen die hem in zijn hart sluit.

Amen.

14 december 2014

Verderkijkers 3 Adventspreek Jesaja 65:17-25

Op de vier adventszondagen van 2014 kijken we mee met vier ‘verderkijkers’. Mensen die verder kijken dan anderen en ons aansporen om dat ook te doen. Bij deze diensten hebben we een leesrooster om thuis te lezen. Ria Borkent en Roelof Elsinga hebben er een lied bij gemaakt.

De eerste zondag stond Marcus 13 centraal, over het uitzien naar de terugkomst van Christus. De preek op de tweede adventszondag Jesaja 40:1-11 en Johannes 1:19-28 over de hoop die klinkt in de tijd van de balllingschap en Johannes de doper.

De derde adventszondag staat in het teken van de blije belofte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, Jesaja 65:17-23

Afbeelding 3 JesajaLiturgie

Welkom

Mededelingen

Aansteken adventskaarsen

Geref. Kerkboek Gezang 78:1,3 Hoe zal ik u ontvangen

Openingsbelijdenis

Groet

Liedboek Gezang 125:1,5

Wet (Tien geboden en Filippenzen 4:8-9)

Psalm 85:1,2

Gebed

Genadeverkondiging (Filippenzen 4:4-7)

Psalm 85:3,4

Jesaja 65:17-25

Psalm 22:10,11,13

Kindmoment

Geref. Kerkboek Gezang 28

Preek

Adventslied 2014 1,2,3 Door de ramen van de tijd

Gebed

Collecten

Geref. Kerkboek Gezang 78:4 Nog eenmaal zal hij komen

Zegen

Wanneer u deze preek in een kerkdienst wilt voorlezen wordt u verzocht hiervan bericht te doen aan onze predikant (dehullu@gkv.nl). Bij de preek is een kindmoment en een beamerpresentatie beschikbaar.

 

Blij

Het blije gevoel spat er van af, van het bijbelgedeelte van vanmorgen. Jeruzalem jubelt, de mensen stralen. En God jubelt zelf. Zijn hart is blij. Samen blij zijn maakt je blije gevoel nog veel intenser. Samen met God blij zijn geeft de vreugde grote kracht.

Ik ben onder de indruk van wat we vóór deze dienst al met elkaar gedeeld hebben over het bijbelgedeelte. Ik heb het tijdens verschillende bezoeken gelezen. En op Facebook de vraag gesteld: wat is het eerste waaraan je denkt bij een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Het was indrukwekkend hoeveel reacties kwamen. En wat voor reacties, heel persoonlijk. Met elkaar delen hoe je uitziet naar die volmaakte wereld, waar ziekte en oorlog voorbij zijn. Dat je daar soms zo naar kunt verlangen. Maar dat je het soms ook wel angstig vindt om los te laten wat je nu hebt. Iemand die ernstig ziek is schreef: ‘Je probeert er een voorstelling van te maken. Dan te weten dat het nog mooier is. Fantastisch!! Voor mij betekent het nu in mijn eigen situatie dat ik daarin vrede en rust kan vinden en dat het heel bewust het enige belangrijke in je leven is.’ En veel anderen deelden met mij en met elkaar wat het met hen doet. Dat, ook dat is kerk zijn. Om blij van te worden. Om stil van te worden.

Hoop voor Jeruzalem na de ballingschap

Het bijbelgedeelte klinkt ons ook wel een beetje vreemd in de oren. Vooral de woorden ‘een kind zal pas sterven als honderdjarige’. Sterven we dan toch nog op de nieuwe aarde? Je hoort toch altijd over een leven zonder einde… Heeft de profeet het misschien over een andere nieuwe hemel en nieuwe aarde dan wat wij als onze toekomst verwachten?

Laten we ons eens verplaatsen in tijd van de profeet. Het was kort na de ballingschap. Vermoedelijk is Israël inmiddels teruggekeerd. En dat is prachtig. Het ontroerde natuurlijk om weer in Gods stad te komen. Maar de puinhopen waren verschrikkelijk. En de ene tegenslag volgde op de anderen. Aan de ellende is nog steeds geen einde gekomen. Eerst de wrede wegvoering. Later de onderdrukking in het Oosten. En het gaat nog steeds door.

Dat gevoel, daarop reageert de profeet: (Vers 17b) ‘Wat vroeger was raakt in vergetelheid, het komt niemand ooit nog voor de geest.’ Het wordt echt zo dat de ellende voorbij is en je er zelfs niet meer aan terugdenkt. In plaats van je pijn, verdriet en frustratie komt er een blijdschap die alles beheerst. Een allesoverheersende blijdschap waarin God zelf het middelpunt is door blij te maken en zelf blij te zijn.

En dan gaat de profeet de blije stad en de blije wereld tekenen. Hij begint met de levensverwachting van de mensen. Bij de verovering van de stad indertijd en de wegvoering naar het oosten zijn natuurlijk veel mensen gestorven. Gedood door wapens of bezweken op de reis. In de ghetto’s in Babel zullen ook veel mensen jong gestorven zijn. Het sterven van baby’s waar de profeet het over heeft is er vast veel voorgekomen. En dan daarna de zware terugreis. En nu in Jeruzalem was het kennelijk nog niks beter. De roman ‘Zacharia keer terug’ van Lynn Austin die vorig jaar uitgekomen is geeft daar wel een aardig beeld van. Wel, daarvan zegt de profeet, dat zal voorbij zijn. Geen baby’s die meer sterven, niemand die de honderd niet haalt. Het oudste wat je je kunt voorstellen in die erbarmelijke omstandigheden. Honderd worden… het lijkt een eeuwigheid.

En dan: wonen in je eigen huis, wijn drinken uit je eigen wijngaard. Toen hun grootouders weggevoerd waren uit Jeruzalem waren anderen in hun huizen gaan wonen. Alles wat ze opgebouwd hadden, ook hun bedrijven, boerderijen werd door anderen ingepikt. In Babel moesten ze met niks beginnen. Wat ze in Babel opgebouwd hadden, hadden we daar weer achtergelaten. En wat ze nu moeizaam in Jeruzalem aan het opbouwen waren, de vijanden om hen heen dreigden het weer af te pakken. En dan belooft de profeet een wereld waarin je voor altijd in je eigen huis mag blijven en van je eigen wijngaard mag eten. Het leven is goed en van al je werk mag je volop genieten.

Ook de wilde dieren vormen geen bedreiging meer. Ik vermoed dat de wilde dieren het ontvolkte Jeruzalem binnengedrongen waren en nog steeds een gevaar voor de teruggekeerde ballingen vormden. Er komt een toekomst waarin dat allemaal voorbij zal zijn.

Merkt u… God geef mooie beloften, blij en hoopvol, juist op het punt waarop zijn volk het nodig heeft. Gods beloften raken precies de punten waar zij mee zitten. Het is mooi om dat zo nauwkeurig te lezen. Dat is God. Hij ziet wat je lijdt en hij belooft een toekomst waarin dat allemaal voorbij is.

Door de ramen van de tijd 1

De mensen zullen zich wel afgevraagd hebben wanneer het zo ver was. Ze zagen er wel iets van. Ze bouwden huizen en bleven er in wonen. Ze plantten wijngaarden, bouwden bedrijven op en leefden van de opbrengst. Een tijd lang ging het goed. Maar toch kwamen er weer vijanden. En er stierven weer baby’s. Denk aan die dag in het naburige Betlehem waar Herodes alle jongentjes liet doden. Nee dit was nog maar een begin van wat God beloofd had. Een nieuwe aarde? Ja een beetje: God maakte met zijn volk een nieuwe start in het beloofde land. Maar de hemel, de woonplaats van God, die blijft zoals hij is.

Je merkt: God gaat je precies geven wat je in je lijden van nu mist. We zien de het beeld van de nieuwe aarde door de ramen van díé tijd. Precies de blijdschap die het antwoord is op jou pijn, verdriet en teleurstelling.

En tegelijk: het is nu nog niet zo ver. Dat is de boodschap ook voor ons. God ziet precies wat jou pijn, verdriet en teleurstelling is. En hij komt met een blijdschap waardoor alles wat je nu lijdt voorbij zal zijn. Zo zelfs dat je geen last meer hebt van verdrietige herinneringen. Wat gebeurd is, wat je meegemaakt hebt, het doet er allemaal niet meer toe. Dat is nu niet voor te stellen hè? Het zou nu wreed zijn om te zeggen: denk er maar niet meer aan. Denk maar niet meer aan je kind dat gestorven is. Praat maar niet meer over dat faillissement. Doe maar alsof het allemaal wel meevalt. Dat zeg je niet. Maar wat God zegt is anders. Hij maakt je blij met een krachtige blijdschap omdat hij goedmaakt waar je nu verdrietig over bent of bang.

Er komt een dag dat hij niet alleen de aarde nieuw maakt maar ook zijn eigen woonplaats. Hij zal bij ons wonen. Dan zal het sterven voorbij zijn. Verdreven worden uit je huis, je baan, je bedrijf. Geen oorlog meer, niemand hoeft meer te vluchten. Dieren zijn geen bedreiging meer voor de mens. Ook virussen als ebola of H5N8 meer. Zoals de profeet de komende heerlijkheid naast hun moeiten van nu legt, zo mogen ook wij dat doen. De toekomst zien door de ramen van onze tijd. Als jij juist lijdt onder onrecht, weet dat alles daar eerlijk zal toegaan. Als jij gebukt gaat onder ziekte, weet dat je je dan gezond zult voelen op een manier zoals je nog nooit gevoeld hebt.

En niet te vergeten: God zal bij ons wonen en de band met hem zal heel sterk zijn. Wat je nu al kent bij het bidden –soms heel sterk- dat zal dan nog veel sterker zijn. Vers 24: Ik zal hun antwoorden nog voor ze mij roepen, ik zal verhoren terwijl ze nog spreken.

Door de ramen van de tijd 2

Het kan moeilijk zijn naar die toekomst te verlangen. Omdat je je zo gehecht voelt aan wat je nu hebt. Maar ook dan kunnen we leren van de manier waarop God in Jesaja 65 over zijn toekomst laat spreken. Hij kiest taal, hij kiest toekomstbeelden die heel dicht liggen bij ons leven van nu. Zelfs het sterven lijkt er nog te zijn, terwijl later duidelijk wordt dat je helemaal niet sterft. We zien de toekomst door de ramen van de tijd. Het wordt een toekomst die helemaal bij ons past, die bij jou persoonlijk past zoals je bent en zoals God je kent. Het wordt een leven wat je nog beter past dan het leven nu.

Geen kwaad

Misschien zit in de laatste zin nog wel het lastigste. Wat het minste past. ‘…Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg – zegt de HEER’ (vers 25b). Dat is prachtig. Verschillenden van u schreven dat ook op de vraag waar ze aan dachten bij de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Heilig leven, zonder zonde. Wat je nu niet lukt, maar wat je wel zou willen. Niemand meer onrecht doen. Nooit oneerlijk zijn. Geen gedachten hebben die niet vol zijn van liefde voor God, de mensen die hij gemaakt heeft en de natuur. En dat je er dan ook helemaal gelukkig mee bent zo te zijn en zo te denken.

Maar je vraagt je af: gaat dit over mij? Als je Jesaja 65 vanaf het begin leest, dan is duidelijk dat die nieuwe aarde niet voor iedereen zijn. God belooft zijn volk redding. Maar als je hem verlaat en zijn heilige berg veronachtzaamt dan krijg je juist het tegendeel. Het zwaard, honger, dorst, schande, verstoken zijn van Gods aanwezigheid. Op de nieuwe aarde passen de mensen die geen kwaad doen. En ik dan?

Het bijbelgedeelte van vanmorgen is een echte adventstekst. Niet alleen omdat het over toekomstverwachting gaat. Maar ook omdat deze tekst vraagt om kerst. Om de komst van Jezus, de dienaar van de Heer die zich liet straffen voor mijn en uw zonden. Juist omdat hij gekomen is mag je bidden om vergeving. En neem die vergeving serieus.

Bij al het kwaad wat je gedaan hebt… Als je gevraag hebt om vergeving, dan is het weg in Gods ogen. Dan ben je iemand zoals vers 25 zegt: niemand doet kwaad, niemand sticht onheil. Zo sta je voor God. Volmaakt schoon om voor hem te leven. Nu al. Nu al beginnen met ‘niemand doet kwaad en niemand sticht onheil’ Goed doen en vredestichter zijn. Door de kracht van Gods Geest, de gave die hij nu al geeft. En steeds meer passen bij hoe je straks gaat leven. Het wordt een blije wereld. Het komt!

Amen.

7 december 2014

Verderkijkers 2 (Jesaja 40/Johannes 1)

Op de vier adventszondagen van 2014 kijken we mee met vier ‘verderkijkers’. Mensen die verder kijken dan anderen en ons aansporen om dat ook te doen. Bij deze diensten hebben we een leesrooster om thuis te lezen. Ria Borkent en Roelof Elsinga hebben er een lied bij gemaakt.

De eerste zondag stond Marcus 13 centraal, over het uitzien naar de terugkomst van Christus.

Op de tweede adventszondag een preek over Jesaja 40:1-11 en Johannes 1:19-28. In een donkere tijd geeft Jesaja 40-66 hoop. Het is dan nog betrekkelijk onduidelijk waarheen we ‘verderkijken’. Als Johannes de Doper komt wordt dit duidelijker. Ook voor ons.

Afbeelding 2 Johannes

Liturgie:

Welkom

Mededelingen

Psalm 116:1,7,10

Openingsbelijdenis

Groet

Psalm 80:1,2

Wet (Leviticus 19:1-4,11-12,17-18)

Psalm 80:3

Gebed

Genadeverkondiging (Leviticus 26:40,42,44b)

Psalm 80:10

Jesaja 40:1-11

Johannes 1:19-28

Adventslied 2014 1,2 Door de ramen van de tijd

Preek

Liedboek Gezang 127:1,2,3

Gebed

Collecten

Psalm 24:4,5

Zegen

 

Wanneer u deze preek in een kerkdienst wilt voorlezen wordt u verzocht hiervan bericht te doen aan onze predikant (dehullu@gkv.nl).

Bij de preek is een kindmoment en een beamerpresentatie beschikbaar.

 

Preek

De tijd is weer aangebroken om terug te kijken op 2014. Wordt ‘stemfie’ het woord van het jaar? En wie wordt de politicus en de sportman van het jaar? We kijken in deze donkere dagen ook terug naar de rampen van 2014. Vlak over de grenzen van de EU het Oekraïneconflict, waar wij als Nederland op een schokkende manier bij betrokken werden. Een land waar een gemengde bevolking strijd om de macht. Uit het middenoosten komen stromen vluchtelingen. En jihadisten proberen die kant op te gaan. Een Islamietische staat.

En dan het ebolavirus en de vogelpest. Ja, we zijn eind 2014 in een donkere tijd terecht gekomen.

 

Bijbelwoorden uit een donkere tijd

Een tijd om bijbelwoorden te lezen uit een andere donkere tijd. Ooit werd het volk Israël ruw weggevoerd uit hun land. Het lijkt een beetje op de bevolkingspolitiek van de USSR, zoals je daar in Oekraïne de gevolgen van ziet. Het ene volk deporteren of in ieder geval van bovenlaag ontdoen. Een mensen uit andere volken dáár dan weer heen brengen. Dat was ook de bevolkingspolitiek van Assyrië en in mindere mate van Babylon. We weten niet precies hoe de Israëlieten het hadden, daar in Babel. Je zou kunnen denken dat het meeviel. Daniël kreeg een belangrijke functie aan het hof. Esther was koningin. Uit opgravingen weten we dat er Israëlieten actief waren in de handel. En toch moeten we niet te snel denken dat het meeviel in de ballingschap. Toen Mozes de profeet in Leviticus 26 al sprak over de ballingschap zei hij:

33En jullie zal ik onder vreemde volken verstrooien 35En wie van jullie nog in leven zijn, zal ik in het land van hun vijanden zo schrikachtig maken dat ze al op de vlucht slaan wanneer ze een blaadje horen ritselen. Ze zullen vluchten alsof ze door het zwaard worden achtervolgd, en neervallen hoewel niemand hen opjaagt. 37 .. Jullie zullen je tegenover je vijanden niet staande kunnen houden 38en te midden van vreemde volken ten onder gaan.

Het moet een angst geweest zijn zoals je die onder een dictatuur en schrikbewind soms kent. Jesaja had het over een leven in slavendienst. En dan kun je geld verdienen in de handel en of als Daniël een hoge positie krijgen, maar toch leggen angst en onderdrukking een schaduw over je leven. Het was echt een situatie om de moed te verliezen.Regelmatig merk je in Jesaja 40-66 dat Israël totaal moedeloos was.       Er is geen God die naar ons omziet. Moedeloosheid en zinloosheid overheersen. Zelfs degene die van God de opdracht krijgt om te profeteren heeft er last van.

Vers 6:

Een stem zegt ‘Roep!’

En het antwoord is: ‘Wat zóú ik roepen?’

Het is toch allemaal zinloos? De één na de ander sterft.

De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem

Het gras verdort en de bloem verwelkt.

Het schrikbewind van de Babyloniers, het geweld van de soldaten, de ziektes die met de beperkte middelen in de ghetto’s niet goed behandeld kunnen worden. Wat heeft het allemaal voor zin? Je wordt er moedeloos van. Een donkere tijd.

En let er op wat in Jesaja 40:2 staat. Het is hun eigen schuld. Het is een straf van God. Het leven in het mooie land dat God hen gegeven had, met koningen als David en Salomo, het was uitgelopen op obscure godsdiensten, corruptie, uitbuiting van armen, en sexuele losbandigheid. God wilde ze laten voelen wat het hem deed. Daarom dat onderdrukte en angstige leven in Babel. Niet dat iedere Israëliet die daar in Babel was zich er persoonlijk aan schuldig gemaakt had. We kennen Daniël en zijn vrienden als jongemannen die helemaal voor God willen leven. Maar samen hebben de Israëlieten wel dat leven geleid en daar de verantwoordelijkheid voor gedragen. En pas in Babel voelen ze hoe slecht het eigenlijk was. Voelen wij ons er ook verantwoordelijk voor wat onze zonde en de zonde van onze leefwereld God moet doen?

 

God doorbreekt het zwijgen

Het was een donkere tijd. Bijbelwoorden uit die tijd lezen we deze weken. Hier in de kerk. En om het thuis mee te lezen kunt u het bijbelleesrooster van het Steunpunt Liturgie gebruiken. Jesaja 40-66.

Ja, in Jesaja 39:5-7 lees je dat de profeet de ballingschap aankondigt. En daarna zwijgt hij. Het wordt stil in de jaren waarin Jeruzalem steeds verder ontspoort. En het blijft stil in de donkere jaren van de ballingschap. Een kleine 200 jaar. O, er zijn nog wel profeten, maar Jesaja’s krachtige stem valt stil. Hij moet in die tijd overleden zijn. En dan bijna 200 jaar later klinkt Jesaja 40:1:

Troost, troost mijn volk…

Hoe kan dat? Jesaja leeft toch niet meer? Spreekt hier een leerling uit de school van Jesaja? Of klinken hier woorden die de grote profeet zelf opgeschreven heeft? We weten het niet. Maar als je de taal en de inhoud hoort klinkt het echt alsof Jesaja weer tot leven gekomen is. En hoe dat dan precies gegaan is en wie die woorden uitspreekt maakt niet zoveel uit. Er klinkt een stem door wie God het zwijgen doorbreekt.

Wij moderne westerlingen met onze onderzoekersmentaliteit stellen dan de vraag wie die verschillende stemmen zijn. Zoals die stem die roept ‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn’ Is dat de profeet of profetenleerling die deze woorden rond 550 voor Christus spreekt? Of de profeet Johannes die deze woorden zes eeuwen later in de mond neemt? Maar het is helemaal niet de bedoeling dat we zulke vragen stellen. Expres staat het er onbepaald ‘een stem’. En nog een stem. Er klinken stemmen, er wordt geroepen. God spreekt en laat mensen spreken. Doet er niet toe wie het precies is. Gód doorbreekt het zwijgen – daar gaat het om.

Na het zwijgen van de profeet Jesaja is een tijd van moedeloosheid aangebroken. En nu wordt een profeet geroepen om te troosten, om moed in te spreken. Dat is wat we in deze 27 bijbelhoofdstukken zullen ervaren. Deze hoofdstukken worden wel het troostboek van Jesaja genoemd. Of Deutero-Jesaja, de tweede Jesaja. Moed inspreken. Waaruit moeten we moed putten?

 

Goed nieuws in een donkere tijd

We horen over een wereld die op zijn kop gaat.

Laat elke vallei verhoogd worden

en elke berg en heuvel verlaagd

laat ruig land vlak worden

en rotsige hellingen rustige dalen. (vers 4)

Als we de volgende hoofdstukken lezen horen we er meer over. Bijvoorbeeld in de lezing voor de derde adventszondag:

‘Zie ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.’ (66:17)

Deze wereld, met alles wat je zo kan frustreren en moedeloos maken, het gaat voorbij. Er komt een nieuwe wereld waarin alles goed is.

En wat ik nou vandaag wil benadrukken is dit: De profeet laat zien dat die nieuwe wereld een hoofdfiguur heeft. God. Er moet een weg gebaand worden voor Gód. Een weg om met God op weg te gaan? Of een weg waarlangs God naar ons toe komt? Je zou denken het laatste. Jesaja 40 gaat over het komen van God, niet over op weg gaan met God.

Vers 10:

Zie hier God de HEER!

Hij komt met kracht…

God, hij komt dicht bij. Intiem als herder gaat hij zorgen. Als we doorlezen in de volgende hoofdstukken gaan we daar meer over zien. In de afgelopen week stond hoofdstuk 40-41 op het rooster om thuis te lezen. God is onvergelijkbaar groot. Met niets en niemand te vergelijken. Heel indrukwekkend.

Nou was dat al bekend vanaf de schepping. In hoofdstuk 42 komt er iets nieuws. Bij de HEER hoort de dienaar, de knecht van de HEER. Niet zomaar een dienaar. Nee, vervuld met de Geest van God, het recht van God, de macht van God. Macht over heel de wereld. De redder van de wereld. De dienaar die door te lijden, door zijn plaatsvervangend lijden, redding brengt van zonde en dood. U gaat het allemaal horen in Jesaja 42, 49, 50 en 53. Jesaja 61 noemt hem de gezalfde van de Heer. Messias in het Hebreeuws. Het komende rijk is het messiaanse rijk, het rijk van de Messias. Door hem, de Messias komt er hoop in donkere tijden.

Het lijden in de wereld, het is onze schuld. Wij, met onze zonde, verdienen het. Maar God heeft zijn knecht naar deze wereld gestuurd om onze schuld te dragen. Om om onze zonden doorboord te worden. Om door zijn striemen ons genezing te brengen.

 

Baan voor de Heer een weg

Een kleine zes eeuwen later staat er opnieuw een profeet op. Het is dan al weer een poosje stil geweest. Profeten als Ezechiël, Daniël en Zacharia hebben over de komende wereld geprofeteerd. En over de Komende. Maar pas na enkele eeuwen stilte klinkt er aan de Jordaan een stem: ‘Ik ben de stem die roept: maak recht de weg van de Heer’ Nu komt het koninkrijk van God dichtbij. Nu zal de luister van de Heer zich openbaren. In Jezus zie je Gods grootheid, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. Nu komt de hoofdfiguur van de komende wereld. Alles draait om hem.

Johannes de doper is een verderkijker. Ik ben de Messias niet. Ik ben alleen maar de wegbereider. Die na mij komt, bij hem moet je zijn.

De hoofdfiguur van de komende wereld. Zoals hij is, zo zal die nieuwe wereld zijn. Het omgekeerde is ook waar. Als je hem ziet dan zie je al iets van dat perfecte leven. En als je hem volgt zie je er ook in je eigen leven al iets van. Alles draait om hem. Het is ook door hem dat het voor mij en u mogelijk is in die volmaakte wereld te komen. Hij werd om onze zonden geminacht, verstoren en doorboord. Hij liet zich tot de zondaars rekenen, droeg de schuld van velen en nam het voor zondaars op. Daarom hoef je niet onder te gaan in moedeloosheid en frustratie. Ook voor u, ook voor jou komt er een betere wereld. Als je Messias aanvaardt die het voor jou wilde verdienen.

Daarom de oproep van Jesaja 40:3, die Johannes oppakt en die ik vanmorgen aan u voorhoudt: ‘Baan voor de Heer een weg.’ Ook in uw leven, in jouw leven wil hij binnenkomen met die geweldig toekomst en met alles wat je daar nu al van mag ervaren.

Baan de weg. Die weg, die zo makkelijk vol ligt met obstakels: twijfel, onverschilligheid, opgaan in het leven hier en nu. Ruim ze op met Gods kracht. Baan de weg. Keer je naar hem toe. Hij die komt maakt je leven goed.

Amen.