Alle berichten in Preken

16 april 2017

Pasen: de kracht van een hemelse boodschap (2)

Te mooi om waar te zijn, zeggen ze wel eens. Geldt dat ook voor Pasen? Iemand die opstaat uit een graf en weer leeft. Ja, Jezus die opstaat uit het graf en de dood heeft overwonnen. Spectaculair, maar is het waar? Kijk, dat Jezus geleefd heeft, dat staat wel vast. Daar waren vriend en vijand in die tijd van overtuigd. Daar kun je van alles overlezen van mensen uit die tijd. Dat hij gestorven is aan een kruis, daar is ook iedereen het wel over eens. Maar dat hij uit een graf is opgestaan, zou dat echt waar zijn?

Ik ga even terug naar wat wij lezen dat er op de vroege morgen gebeurde. Een engel haalde de steen weg en liet Jezus uit het graf. De celdeur ging open. God zei daarmee dat de straf voldaan was, uw, mijn straf. De aardbeving waarmee het gepaard gaat laat de wereld schudden van Gods ja, van Gods aanvaarding. Maar om Jezus er uit te laten was het weghalen van de steen niet beslist nodig. Toch moest de steen weg, want God wilde niet alleen Jezus er uit laten, maar hij wilde de mensen er in laten. Ik zei toen al er is nog een reden waarom het zo moest gebeuren. Toen we vanmiddag verder lazen zagen we dat de soldaten beefden van angst en als dood neervielen. Toen ze bijgekomen waren gingen enkelen naar de joodse leiders om alles te vertellen. De soldaten zullen Jezus er niet uit hebben zien gaan, maar ze hebben die engel zien komen en later gezien dat het graf open en leeg was. De conclusie is duidelijk. Door het zo te doen stuurt God ook een boodschap naar de joodse leiders, naar de mensen die zich het hardst verzetten tegen het geloof dat Jezus is opgestaan. Zij krijgen een boodschap waar ze niet om heen kunnen. Zullen ze nu in Jezus gaan geloven?

Ze kopen de soldaten om dat ze gaan zeggen: ‘Toen wij sliepen, zijn zijn leerlingen gekomen en hebben zijn lichaam weggehaald’ Een heleboel mensen in Jeruzalem zullen dit graag willen geloven en dus geloven ze het ook. Zo werkt dat. Maar als je eens nadenkt over dit verhaal dat verteld werd en lange tijd de ronde bleef doen… Toen wij sliepen…  Hoezo? Sliepen die soldaten tijdens zo’n politiek belangrijke bewaking? Allemaal? En zijn er dan geen maatregelen tegen hen genomen? Dat lijkt niet heel waarschijnlijk. En wat hoor ik ze nou zeggen: ‘Terwijl wij sliepen kwamen zijn leerlingen’. Heb je dat gezien? Je sliep toch? Deze leugen kan niet kloppen. Ze is al te doorzichtig. Door dit te vertellen bewijzen ze in feite dat ze de waarheid niet vertellen. De waarheid is een andere waarheid die de leiding onder de pet wil houden. Jezus is opgestaan. Hun leugen bewijst de waarheid.

God zet alles in om je te laten geloven in Jezus. Ook die soldaten die de engel bij het graf trof. Ook het avondmaal straks. Geloof het, je vindt het misschien moeilijk, maar het is de waarheid, ook voor jou.

Amen

De liturgie:

16 april 2017

Pasen: de kracht van een hemelse boodschap

  1. Terugblik: verzameld in veertig dagen

Mooi wat de kinderen in de veertigdagentijd bij elkaar gebracht hebben. Ook ik heb in de veertigdagentijd wat bij elkaar gebracht. Daar wil ik de preek van vanmiddag mee beginnen. Een korte terugblik op de veertigdagentijd, de voorbereidingstijd voor Pasen. Maar nu de veertigdagentijd voorbij is, wil ik het er vooral over hebben wat Pasen ons te bieden heeft. In twee punten, maar dat zien we straks wel.

Eerst even terugkijken wat we verzameld hebben. Toen we op weg gingen naar Pasen heb ik gezegd, laten we eens kijken wat Matteüs ons vertelt over wie Jezus is, waar hij op uit is en hoe hij mensen om zich heen verzamelt. Ik hoopte daarbij van alles te ontdekken hoe je gemeente van Jezus moet zijn. Wij vandaag hier in Ommen. Ik ga nu niet alles opnoemen wat ik gevonden heb. Velen van u hebben mijn preken er over gehoord. Ik heb mijn dagelijkse ontdekkingen en overdenkingen gedeeld via de website en Facebook.

Maar wat mij opviel is dat er al heel snel als Jezus optreedt en beweging van mensen om hem heen komt. Mensen, zo verlangt Jezus het, heel duidelijk bijvoorbeeld in de bergrede, die zich onderscheiden. Door rechtvaardig te zijn, last te hebben van onrecht, barmhartig zijn. Zo met elkaar zijn en zo in de wereld te staan. Ik merkte Jezus’ afkeer van huichelarij. Van heersen ook, de baas willen zijn, Jezus verlangt een dienende houding in de gemeente. Jezus voelde zich sterk verbonden met zijn eigen volksgenoten, maar als hij bij niet-joden een sterk geloof voelde, dan raakte hem dat heel erg. Jezus verlangt dat je voor hem kiest en met hem samenbrengt.

Zo lijkt er iets moois te gaan groeien, totdat Jezus er over begint dat hij moet lijden en sterven. De joodse leiders proberen hem op een onrechtvaardige manier ter dood veroordeeld te krijgen. Zijn trouwe leerlingen, Jezus en zij worden vreemden voor elkaar. Ze vluchten weg, verraden en verloochenen hem. Helemaal alleen wordt hij bespot, aan een kruis gehangen. Al die mooie dingen waar hij naar verlangde, het koninkrijk van God, het is verder weg dan ooit. En dan, aan het kruis roept hij: Mijn God, waarom hebt u mij verlaten. Hij sterft en wordt begraven. En dan die mensen om hem heen, wat zo’n mooie gemeenschap had kunnen worden, er komt niks van terecht.

Dat is wat ik de afgelopen tijd vond in dat levensverhaal wat Matteüs schreef. En is dat ook niet wat je om je heen ziet. Afgelopen zondag, de palmzondag, toen wij hier in de kerk het lijdensevangelie lazen, werden in Egypte koptische –christelijke- kerken aangevallen. Maar ook hier lijkt het dat de kerk zijn tijd gehad heeft. En mensen die nog wel naar de kerk gaan, raken elkaar kwijt. Als ik alleen maar in onze gemeente kijk: de één gaat liefst naar de VEZ in Zwolle, een ander zou liefst naar de DGK in Mariënberg gaan. Als het nou in de kerk allemaal op niets uitloopt, laat God dat dan allemaal maar gebeuren? Wat gebeurde er met Pasen? Wat heeft Pasen ons te bieden? We zijn gekomen om dat te horen.

  1. Wat heeft Pasen ons te bieden?

Wat er precies gebeurde op Pasen heeft volgens mij niemand gezien. Maar wat iedereen in de buurt kon voelen was een aardbeving. Een aardbeving… dan denk je aan iets wat rommelt in de aarde waardoor de hele aarde trilt. Groningen. Maar deze aardbeving is anders. ‘Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel.’ Deze aardbeving kwam niet uit de aarde maar uit de hemel. De hemel laat de aarde bewegen. De hemel heeft de aarde iets te zeggen. De hemel laat een kracht los op aarde.

Wat voor kracht? Hebben wij er iets aan? Als ook wij in de kerk wel eens het gevoel hebben dat het op niets uitloopt? Wat heeft de hemel ons te zeggen met die aardbeving. Ik wil twee dingen noemen en vanmiddag nog een derde.

2.1 Gods ‘Ja’

Laten we maar eens zien wat die engel met zijn donderende geweld doet. Hij loopt naar het graf van Jezus en rolt de steen weg. Wat er op dat moment gebeurt, je kunt het een beetje vergelijken met een gevangenis. Jezus, die in dat donkere graf was, vergelijk het maar met een gevangeniscel. Want net als in de gevangenis… Jezus was daar omdat hij een straf droeg. Niet de straf die hij zelf verdiende. Hij heeft nooit iets verkeerds gedaan. Zijn doodstraf was totaal onverdiend. Heel onrechtvaardig. Maar hij zit daar in die donkere cel, in de dood van het graf om de straf die u en ik verdienen. Daarvoor is hij gestorven. Stel je voor, je zit in de gevangenis en eindelijk is het zo ver dat je je straf uitgezeten hebt. Dan gaat de celdeur open, dan mag je de vrijheid weer in, dan heb je het allemaal volbracht. Ik weet wel, het leven na de gevangenis heeft zijn eigen problemen, maar daar gaat het nu niet om. De celdeur gaat open, je hebt je straf volbracht, je bent vrij. Dat is wat er bij dat graf gebeurt. Een engel uit de hemel –iedereen voelt de aarde er bij schudden- opent het graf waar in Jezus gevangen zit. De hemel zegt tegen hem: je bent vrij. Vrijdagmiddag, voordat hij stierf riep hij ‘Het is volbracht’. En nu zegt God uit de hemel, het is volbracht. Die open celdeur is een boodschap aan Jezus. Maar dan moet je bedenken dat hij in dat graf gevangen zat om uw zonden. Die boodschap aan Jezus –het is genoeg geweest- is ook een boodschap aan u. Jouw straf is gedragen, volbracht. Het is de boodschap dat God je aanvaardt. Gods ‘ja’. Misschien heb je net als zijn leerlingen Jezus in de steek gelaten, is hij een vreemde voor je geworden. Misschien heb je ook wel die neiging waar Jezus onder geleden heeft dat je de baas wilt zijn over anderen in plaats van te dienen. Misschien heb je ook wel dat je mooie woorden gebruikt om jouw slechte daden achter te verschuilen. Of nog heel wat anders. God zegt tegen je dat je daar geen straf voor hoeft te dragen. Maar met die aardbeving wil God je laten voelen dat hij ‘ja’ zegt tegen Jezus en tegen jou. Je mag er bij horen, bij hem. God gunt je vergeving en leven na de dood. Daar mag je zeker van zijn, dat is het eerste wat Pasen ons te bieden heeft.

2.2. Gods uitnodiging

En nog iets. Ja, ik zou immers twee dingen noemen. Het is Gods ‘ja’ tegen Jezus en ook tegen jou als je bij Jezus wilt horen. Maar God wil er nog meer mee zeggen. Want om Jezus uit het graf te laten komen… God had dat ook wel kunnen doen zonder die steen weg te rollen. Later diezelfde dag gaat Jezus ergens door een dichte deur naar binnen. Maar God wil het juist zo doen, dat dat graf daar heel zichtbaar open staat. En dan zit die engel ernaast. Niet ervoor maar ernaast. Je kunt zo naar binnen lopen. Ja de engel zit daar uitnodigend. Het is het uitnodigende van Jesaja 55: Kom! Zoek de Heer nu hij zich lat vinden. De steen verdween om Jezus er uit te laten én om de mensen er in te laten. Waarom? Omdat God weet dat het moeilijk is om te geloven dat Jezus is opgestaan. Omdat God weet dat je het moeilijk kunt vinden om te geloven dat je door hem helemaal geaccepteerd bent, en dat hij al je zonde wil vergeven. Je kunt soms zo twijfelen. Maar God had geduld met die eerste twijfelaars. Ieder worstelt met zijn eigen onbegrip, angst en teleurstelling. De één rent snel vooruit, een ander blijft nog ronddwalen. Maar ze zijn allemaal welkom in het graf. Kijk maar eens goed rond. Zie dat Jezus er niet is. En kom in alle rust, in de tijd dat God geduld met je heeft tot geloof. Hier in de kerk ben je welkom met je enthousiasme, je ontgoocheling, met je moeiten en je vragen.

Ook dat is Gods boodschap, hij nodigt uit. Ook u, ook jou. Ik vraag u, ik vraag je: Doe je mee? Ga je door Jezus’ kracht het gevecht aan tegen je twijfels en teleurstellingen? Aanvaardt je die ander, ook die minder ver is dan jij, of die juist veel verder is en bij wie je denkt ‘dat is niks voor mij om bij zulke mensen te horen’? God zegt ‘ja’ ik aanvaard je, hij zegt ‘kom’ ik nodig je uit. Blijf niet in je twijfel, blijf niet op een afstand, komt bij mij. Door die kracht ontstaat een nieuwe gemeente en in die kracht kunnen we vandaag verder, ondanks tegenslagen. De kracht van Gods ‘ja’ en Gods uitnodiging is sterker.

Misschien denkt u ‘dat zeg je nou allemaal wel, maar hoe kan ik zeker weten dat dit echt gebeurd is’. ‘Waarom zou ik het geloven?’ Daar kan ik nog wel meer over zeggen, maar dan moet je vanmiddag terugkomen. Nu houdt ik het er bij dat de kracht van de kerk is dat God mensen als u als jou aanvaard en vergeeft, ‘ja’ tegen je zegt en je uitnodig om ondanks al je zwakheid en twijfel in Jezus te geloven.

Amen

De liturgie:

9 april 2017

Jezus’ lijden in eenzaamheid

Vanmorgen, Palmzondag begonnen we de kerkdienst met het evangelie van Jezus’ intocht. We lazen het en zongen het mee: ‘Hosanna in de hoge’. We lazen in deze dienst het lijdensevangelie uit Matteüs 26 en 27. De preek ging over 26:31-32.

Hebt u een idee hoeveel mensen er in deze stad eenzaam zijn? Wie het bij u in de straat zijn? Hebt u een idee hoeveel mensen er hier in de kerk eenzaam zijn? Je kunt hier zitten, mensen aan alle kanten om je heen, mensen waar je misschien ook nog wel mee praat, en toch ben je eenzaam. Nee ik bedoel niet dat je je wel eens een eenzaam gevoel hebt. Maar echt dat je je niet verbonden voelt. Ze begrijpen je niet. Ze weten niet wat er werkelijk in je omgaat. Midden tussen de mensen kan leven een eenzame weg zijn.

Hier in de kerk wil ik het hebben over iemand die weet wat eenzaamheid is. Sterker nog: de kerk ìs van iemand die weet wat eenzaamheid is. Laten we eens kijken hoe hij de weg van de eenzaamheid gaat. Ja, je ziet hem echt op weg gaan. Net zaten ze nog samen aan tafel. Ze vierden Pesach. Echt een feest van verbondenheid. Eén van de groep is al eerder van tafel gegaan, maar de twaalf die overblijven zijn hecht met elkaar. Veel mensen zijn vijandig tegenover Jezus en zijn leerlingen. Maar zij zijn elkaar trouw gebleven. En zo stappen ze op van de tafel. Op weg… Waar naar toe? Waar gaat dit op uitlopen? Eén is er al afgehaakt en nu horen we Jezus zeggen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen.’ Hij heeft het over een kudde die uiteengedreven wordt, verstrooid. Jezus alleen en al die discipelen ook ieder hun eigen weg. Ieder in zijn eenzaamheid.

Wat is er hier aan de hand? Je gaat er iets meer van begrijpen als je ontdekt waaróm ze Jezus afvallen. Wat denkt u, waarom laten ze Jezus in de steek? Omdat ze bang zijn voor de soldaten? Dat zou je denken. En dan is de boodschap voor ons: en jij… laat jij Jezus ook in de steek als het je moeilijk gemaakt wordt? Op zich een goed punt om over na te denken. En angst was er ook zeker. Maar Jezus heeft het over iets wat dieper zit. Jullie zullen mij afvallen. Iemand afvallen betekent dat je niet meer achter hem staat, dat je hem niet meer ziet zitten.

In oudere bijbelvertalingen lees je ‘aanstoot aan mij nemen’ of ‘je aan mij ergeren’. Dat is wat Jezus straks ziet gebeuren. Dat gaat dus veel dieper dan: jullie zullen te bang zijn om bij mij te blijven. Ze begrijpen er niets van dat Jezus gekomen is om te lijden. Dat zat al in die heftige reactie van Petrus, een half jaar geleden, en ondanks alles wat Jezus geprobeerd heeft er over te vertellen is het totaal niet geland bij hen. Op weg naar Getsemane zijn deze vrienden volslagen vreemden voor elkaar aan het worden. Dit is de eenzaamheid waarin Jezus lijdt. Het is niet alleen verschrikkelijk om gevangen genomen te worden,  onrechtvaardig veroordeeld, gemarteld, bespot en gedood. Hij weet al wat hem te wachten staat, de volle lading en hij weet dat zijn vrienden gaan afhaken. Dat dit voor hen niet te begrijpen is. En dat híj er helemaal alleen voor staat. Zelfs voor zijn trouwste vrienden is hij een vreemde geworden. En uiteindelijk wordt hij zelfs door God in de steek gelaten. Zo gaan ze op weg. Mensen die nog samen zijn, maar die op weg zijn elkaar kwijt te raken. De eenzaamheid tegenmoet. Het teleurstellende einde van drie jaar intensief samen optrekken.

Voordat ik er met u over ga nadenken wat voor zin dit allemaal heeft, zou ik zeggen: voel eerst eens hoe leeg deze eenzaamheid is.

 

Inderdaad, hier in de kerk gaat het over iemand die weet wat eenzaamheid is. Maar als je naar Jezus luistert hoor je nog meer. Moet je wel goed luisteren, want je merkt dat de leerlingen het niet horen. Die protesteren alleen maar tegen het eerste wat Jezus zegt. Maar ze hebben kennelijk toch onthouden wat Jezus nog meer gezegd heeft en vinden het belangrijk dat wij er nu wel naar luisteren, daarom geven ze het aan ons door. Ze hebben Jezus horen zeggen ‘Ik zal de herder doden en de kudde verstrooien’. Wat wil Jezus hiermee zeggen? Het klinkt als een algemene waarheid: goede leiders zijn belangrijk anders worden mensen stuurloos, of dat nou in een kerk, een elftal of een bedrijf is. Ja, dat is op zich wel waar, maar op het moment dat Jezus dit zegt is het veel persoonlijker. Hij haalt hier een profetie van Zacharia aan. De profetieën van  Zacharia zijn soms moeilijk te begrijpen, maar nu Jezus daar zo nadrukkelijk aandacht voor vraagt wil ik met u proberen er toch iets van te begrijpen om zo iets meer van Jezus en zijn eenzaamheid te begrijpen.

Zwaard, ontwaak! Verhef je tegen mijn herder ,tegen de man met wie ik mij verbonden heb, spreekt de Heer van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verdwalen. Zacharia 13:7

Zwaard, ontwaak, verhef je! God gaat een straf voltrekken. Aan wie? Wie heeft Gods straf verdiend? De herder? De schapen? De herder wordt hier als Gods beschermeling genoemd.  ‘Mijn herder met wie ik mij verbonden heb’ Een vrij speciale uitdrukking. Zeg maar: de messias. Niet de herder verdient de straf. Het moeten de schapen wel zijn. Zij verdienen de straf, maar de hérder draagt de straf. Net als die knecht van de Heer in Jesaja 53. De Heer laat de ongerechtigheid van de dwalende schapen op hem neerkomen. De herder wordt gedood, de straf die de schapen verdienen. De schapen dwalen weerloos rond en laten hun herder in de steek. Ik denk dat de mensen uit de tijd van Zacharia dit maar een vreemd verhaal vonden. Maar dan komt Jezus. ‘Ik ben de goede Herder, ik zet mijn leven in voor mijn schapen’ (Johannes 10:11,15) Nu gaat het gebeuren. Jezus gaat in alle eenzaamheid lijden.

Die eenzaamheid en onverbondenheid is de straf die wij verdienen. Alleen zijn. Mensen kwijt raken op wie je rekende. In de steek gelaten worden. Want zo zijn wij zelf. We laten anderen in de steek. Als dat mij overkomt, dan krijg ik mijn verdiende loon. Ja, ik verdien het zelfs om door God in de steek gelaten te worden. Helse eenzaamheid. Dat ondragelijke dat gaat Jezus nu dragen. Jezus lijdt in eenzaamheid, hij doet dit voor ons.

Maar er is nog meer wat de leerlingen hem hebben horen zeggen. Op het moment zelf drong het niet echt door, maar ze vinden dat wij nu toch wel moeten weten dat Jezus ook gezegd heeft: ‘..nadat ik uit de dood ben opgewekt zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’ Zoals die twaalf daar op weg zijn lijkt het allemaal op niets uit te lopen. Ze worden vreemden voor elkaar en Jezus wordt gedood. Maar Jezus zal uit de dood weer gaan leven. Daar begrijpen ze nog helemaal niks van. Maar volgende week en de weken daarna gaan we er iets van zien. De kracht die daar in zit, wat dat met mensen doet, als je er meer over wilt horen, als je er meer van wilt merken moet je volgende week weer in de kerk komen. Dan merk je ook dat dat wel iets is dat tijd kost. Het kost de leerlingen alleen al moeite om het te geloven. Maar er gaat wat gebeuren. Jezus zegt: dan ga ik jullie voor naar Galilea. De weg die op niets uit dreigde te lopen krijgt toch een vervolg. Het loopt toch ergens op uit. Maar waar loopt het op uit? Galilea. Wat betekent dat? Het was in ieder geval de regio waar ze samen waren. Na de eenzaamheid en onverbondenheid komt er door Jezus’ sterven en opstanding weer verbondenheid. Daar gaat het naar toe. Galilea, het is ook de streek waar Jezus ze heeft opgeleid om de wereld in te gaan mensen bijeen te brengen. Galilea, we gaan ons daar binnenkort wel meer in verdiepen. Maar nu zien we alvast dat die twaalf mannen die daar zo op weg gaan, dat dat eerst wel op niks uit lijkt te lopen, alleen op Jezus’ eenzame dood en ronddwalende leerlingen, maar dat het uiteindelijk uitloopt op iets moois. Op mensen die verbonden zijn, met Jezus, met God en met elkaar.

En dan zitten we ineens bij onszelf, hier in Ommen. Een stad met eenzame mensen, hoeveel? Een kerk waarin mensen eenzaam zijn, ja, echt. Een stad, een gemeente waar Jezus verbondenheid brengt. Eenzaamheid en onverbondenheid verandert in verbondenheid. Hoe?

Laat ik eerst de verbondenheid met Jezus noemen. Jezus wil dat mensen, ook eenzame mensen, hem leren kennen. Als je hem kent, dan is er iemand in de hemel die je begrijpt en om je geeft, hoe eenzaam je tussen de mensen ook bent. Dat lijkt een schrale troost, maar dat is het helemaal niet. Het is dé grote verandering als je van onderbonden verbonden wordt, verbonden met God, met Jezus, de verbinding die meer is dan alles wat je hier op aarde hebt of mist. Wees daar zelf gelukkig mee, koester het. En ga er mee op stap naar wie ongelukkig en onverbonden is.

In die gemeenschap gunt en verlangt Jezus ook verbondenheid met elkaar. Heb je ogen er voor open wie eenzaam is. Dat zijn niet altijd de mensen die alleen wonen. Je kunt je tussen de mensen onbegrepen en onverbonden voelen. Wat is het dan veel waard als er mensen zijn die echte belangstelling hebben. Niet op de manier van ‘jij bent eenzaam, laat ik jou eens komen helpen’ maar gewoon om een mooi mens beter te leren kennen. Die ander in jou straat, jouw kerkbank die voor Jezus zoveel waard was dat hij er de ultieme eenzaamheid voor inging.

Amen.

 

De liturgie:

Morgen lezen we verder in Matteüs 26, Jezus lijden onder verloochening (vers 33-35).

2 april 2017

Jezus’ lijden onder onrecht

De twee weken voor Pasen is er meer nog dan anders aandacht voor het lijden van Jezus. Gemakkelijk wordt het iets heel massiefs voor ons. Jezus heeft geleden, het was verschrikkelijk, het was zwaar, maar wat heeft hij nou geleden. De komende twee weken wil ik er iedere dag iets van overdenken. Jezus’ lijden was eenzaamheid, het was lijden onder huichelarij, bespotting…  We beginnen met een preek over Jezus’ lijden onder onrecht. De tekst voor de preek is: Matteüs 22:15 en 26:59,60a. De preek:

Onrecht. Het kan je aangrijpen als je mensen onder onrecht ziet lijden. In programma’s als Argos en Opgelicht ontmoet je soms van die mensen. Een vrouw die een zeldzame ziekte heeft en niet kan werken, maar ook niet afgekeurd wordt en in een uitzichtloze papieroorlog met instanties terecht komt. Een heel gezin wat daar onder gebukt gaat. Of iemand die op het werk in ongenade gevallen is en het leven onmogelijk gemaakt wordt, zodat ze hem uiteindelijk kunnen dumpen. Onrecht, waarbij je bij niemand gehoor vindt. Mensen vinden hun positie of hun regels kennelijk belangrijker dan de lijdensweg waarin zo’n gezin terechtkomt. Als zulke verhalen op de radio of de tv worden uitgemeten kan het je meeslepen. Het raakt je.

Je kunt lijden onder het onrecht dat je aangedaan wordt en onder het onrecht waar je mee geconfronteerd wordt. Zo zie ik ook Jezus onder onrecht lijden. Hij zei eens: Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid… (Matteüs 5:6) Gerechtigheid, daar kun je honger en dorst naar hebben. Het kan je pijn doen dat het in die tv-beelden of op je werk niet eerlijk gaat. En Jezus prijst je dan gelukkig. Dat je daar niet aan meedoet, dat je dat niet normaal vindt, maar dat het je pijn doet. Honger en dorst.

Jezus leed onder het onrecht dat hij om zich heen zag. Als baby al ontkwam hij ternauwernood aan de moord op tientallen, misschien wel honderden baby’s in Betlehem. Waarom? Omdat koning Herodes bang was dat één van die baby’s zijn positie, zijn macht zou kunnen bedreigen. Jezus leed onder het onrecht dat mensen op een schijnheilige manier hun oude vaders en moeders aandeden. Als je hem er over hoort krijg je de indruk dat het veel voor kwam (Matteüs 15:5-6). Er was in die tijd geen AOW en geen pensioen. Kinderen moesten voor hun ouders zorgen als ze niet meer konden werken. Maar als je nou bang was dat al je geld op zou gaan aan de zorg voor je ouders, dan kon je daar op een schijnheilige manier onderuit komen. Dan bestemde je je vermogen voor de tempel, ‘korban’ heette dat, en dan ging dat daar bij je dood naar toe, maar tot die tijd kon je het gewoon zelf gebruiken. En je kon tegen je hulpbehoevende ouders zeggen: ik kan u niet helpen want mijn geld is gereserveerd voor de tempel. Alleen maar aan jezelf denken, dat jij genoeg hebt, en je ouders laten stikken. Je niet druk maken om hun lot, hun recht. Dat onrecht, daar leed Jezus onder. Dat mensen zich alleen maar druk maakten om hun eigen macht, hun eigen geld, hun eigen leventje. En alles en iedereen wat daarbij in de weg staat wordt ruw en gemeen aan de kant geschoven. Jezus zag het, voelde het mee en reageerde er fel op. Honger en dorst naar gerechtigheid.

Jezus moest zelf ook mee maken dat ze hem op zo’n manier aan de kant probeerden te schuiven.

Je merkt daar al heel snel iets van als je het verhaal over Jezus lees, over zijn optreden en de reacties. Maar toen Jezus een paar dagen in Jeruzalem was, kort voor het pesachfeest was het wel heel duidelijk: ‘Nu trokken de Farizeeën zich terug om zich er op te beraden hoe ze hem met een uitspraak in de val konden lokken’ (Matteüs 22:15) Jezus is kennelijk zo’n bedreiging voor hun positie, hun macht dat hij opgeruimd moet worden. Ze proberen hem een uitspraak te ontlokken… Ja, in Matteüs 26 lezen we waar het om ging, het moest iets zijn waardoor ze hem ter dood konden veroordelen. Een uitspraak die Jezus doet waardoor ze hem uit de weg kunnen ruimen. Hij verdient dat niet, maar voor hun macht en positie hebben ze dat nodig.

En waarover ontlokken ze dan een uitspraak­? We hebben het gesprek gehoord, het ging over politiek. ‘Mag een gelovige jood aan de keizer van Rome belasting betalen?’ Waarom nou juist die vraag? Ze dagen hem uit om een revolutionaire uitspraak te doen, zodat ze het aan de stadhouder Pontius Pilatus kunnen overlaten om Jezus als revolutieprediker te executeren. Dan hoeven ze hun handen niet vuil te maken en zijn ze toch van hem af. We hebben gehoord dat er verschillende gesprekken volgden, maar Jezus liet zich geen uitspraak ontglippen waarop ze hem zouden kunnen pakken. En als ze hem dan gearresteerd hebben met hulp van Judas en met soldaten van stadhouder Pilatus, dan weten ze nog steeds niet waarover ze hem moeten aanklagen. Voor de rechtszitting is er ’s morgensvroeg nog een soort vergadering  waarin ze op zoek gaan naar valse getuigen. Als er dan niet in alle eerlijkheid een aanklacht tegen Jezus is, dan maar wat minder eerlijk, want het moet wel doorgaan. Doel van de rechtszitting straks is niet om recht te doen, maar om van Jezus af te komen, als het niet rechtsom is, dan linksom. Hier rond Jezus is de lucht vol haat, vol onrecht.

Ook met valse getuigen lukt het niet. Tenslotte stelt de hogepriester een vraag… Het lijkt er op dat hij terug komt op die gesprekken van een paar dagen geleden toen Jezus de vraag stelde of de Messias de zoon van David of de Heer van David was. ‘Ik bezweer u bij de levende God, zeg ons of u de Messias bent, de Zoon van God.’ Als Jezus ‘ja’ zegt kunnen zij dat als godslastering opvatten. En zo gebeurt het. Precies waar het in al dit onrecht om gaat: Jezus wordt veroordeeld om wie hij is. Hij mag er niet zijn. Er is in hun denken en hun functioneren als machthebbers geen ruimte voor God die zo naar ons omziet dat hij mens wordt. Precies dat wordt zijn dood. Jezus ondergaat al dit onrecht met als giftige kern: hij mag er niet zijn.

Onrecht. Misschien ga je er zelf onder gebukt. Zoals die oude vaders en moeders in Jezus´ tijd die te veel geld kostten. Die vrouw met die zeldzame ziekte die maar niet afgekeurd wordt. Of die werknemer die in ongenade gevallen is. Je mag er niet zijn, we werken jou weg. Alle oneerlijke en gemene trucks word uit de kast gehaald. Je kunt je er machteloos onder voelen. En niemand begrijpt je echt. Niemand weet wat je doormaakt.

Op aarde misschien niet. Maar in de hemel is er iemand die de giftige kern van het onrecht diep gevoeld heeft. Daar kun je terecht met je gebed. Als er iemand is die weet dat je doormaakt, dan Jezus wel, bij God op de troon. Een God die niet alleen in zijn wetten, zoals we die gelezen hebben en in de bergrede laat merken dat hij een diepe afkeer van onrecht heeft, maar die het ook zelf gevoeld heeft. En God luistert. Er is meer wat ik wil zeggen over het onrecht dat Jezus ondergaat. Maar om te beginnen dit: Hoe zwaar het onrecht is dat je moet lijden, in de hemel is er iemand die tot in het diepst weet wat het is.                   (Zingen: Psalm 9:7,9)

Ik zei al: er is meer over te zeggen. In het tweede stuk van de preek kijken we als het ware achter dit onrecht tegen Jezus. Wat zit er nog weer achter? En ik sluit er mee af wat het voor ons als volgelingen van de Heer betekent.

Er zit nog iets meer achter. Ik had het er al even over dat op het beslissende moment de hogepriester Jezus vraagt of hij de Messias, de Zoon van God is. Daarmee pakt hij op wat Jezus hem zelf heeft aangereikt in dat laatste gesprek over de Messias, zoon van David of Heer van David. Met die raadselachtige vraag over de Messias stuurt Jezus het er zelf op aan. De vraag dringt zich op: ‘Zegt u dan van uzelf dat u de Messias bent?’ Al dit onrecht overkomt Jezus niet, tot het laatste toe stuurt hij het er zelf op aan. Hij is gekómen om als onschuldige veroordeeld te worden. Dat is wat hier achter zit. Waarom? Waarom is hij gekomen om als onschuldige veroordeeld te worden?

Dan kom ik even terug bij het onrecht dat wij lijden en om ons heen ervaren. En dan stel ik daar een vraag bij, die diep gaat. Verdien ik het dat ik eerlijk behandeld wordt? Verdien je het dat je eerlijk behandeld wordt? Rare vraag misschien. Iedereen verdient toch een eerlijke behandeling? Ja, wacht even, doe je zelf altijd iedereen recht? Op het werk, in de gemeente, in je relatie? Nee, ik wil best geloven dat u er nog nooit aan meegewerkt hebt dat iemand op zo’n onrechtvaardige manier als Jezus ter dood veroordeeld is. Maar ik ben bang dat ook christenen er aan mee doen om op een sneaky manier anderen te lozen, weg te werken. Wij hoeven onze oude vaders en moeders meestal niet financieel te verzorgen. Maar doe je ze recht in liefde en aandacht? Of heb je ze in feite weggewerkt uit je leven? Wij doen medemensen veel onrecht en we doen God veel onrecht. Daarom verdien je niet dat je eerlijk behandeld wordt, maar dat je zelf onrecht moet lijden. Precies die pijn die Jezus droeg, dat is wat ik verdien. Maar nu zegt Jezus: dat hoef jij niet te dragen, dat kún jij ook niet dragen, maar dat neem ik op mij. Dat is wat hier achter zit: Jezus die het die de haat en de oneerlijke behandeling die ik verdien op zich neemt. Zoals zondag 15 vanmiddag zegt: Christus is onschuldig ter dood veroordeeld om ons te bevrijden van het strenge oordeel van God dat over ons komen zou.

Tenslotte: wat betekent dit voor ons als volgelingen van Jezus?

  1. Bevrijding van Gods oordeel. Jezus heeft de straf gedragen die u verdient. Als je in hem gelooft mag je er zeker van zijn dat jij die niet meer hoeft te dragen. God wil je vergeven.
  2. Een God in de hemel die luistert naar onze vragen en die, juist ook als het over onrecht lijden gaat, weet wat het is.
  3. Het betekent voor ons als gemeente, als volgelingen van Jezus dat we in deze wereld vol onrecht een plek willen zijn waar iedereen recht gedaan wordt. Hier gaat het niet om je macht te handhaven, ook voor de leiders niet. Hier willen we juist iedereen tot zijn recht laten komen. In wie je bent, in wat je kunt doen in de gemeente. De leiding is er om iedereen daarvoor de ruimte te geven, niet om mensen aan de kant te zetten. Ik heb mij daar altijd sterk voor willen maken en besef ook wel dat dat wel eens lastig is. Sommigen van u verlangen naar een duidelijker lijn, een vernieuwende visie of juist een meer behoudende koers. Maar mijn zorg is dat hiermee gemakkelijk echte volgelingen van Christus aan de kant gezet worden. Laat het onze uitdaging zijn in de gemeente iedereen tot zijn recht te laten komen.
  4. En sta ook met die houding in de wereld. Haat het onrecht. Laat het je pijn doen: hongeren en dorsten naar de gerechtigheid. Begin maar gewoon met iedereen om je heen recht te doen en afstand te nemen van vuile spelletjes. Sterk en dapper. Als mensen waarin Christus herkenbaar is.

Amen.

De liturgie:

Psalm 43 zongen we in de Nieuwe Psalmberijming.

Morgen: Jezus’ lijden onder eerzucht, Matteüs 23:(1-)5-7.

19 maart 2017

Kiezen en formeren

Wat moet je met zo’n uitspraak?

Wat moet je hier nu mee: ‘Wie niet voor mij is, is tegen mij en wie niet met mij samenbrengt drijft uiteen’ Ja we hebben de afgelopen tijd wel stevige uitspraken gehoord. Lijsttrekkers van partijen die elkaar uitsluiten. Het is of jullie of wij maar niet allebei. Stevige uitspraken hebben we ook van de Turkse en Nederlandse regering gehoord, over en weer.

Maar vanmorgen zijn we in de kerk. Hier horen we woorden van Jezus. En wat moet je daar dan mee: ‘Wie niet voor mij is, is tegen mij’? Verwacht Jezus van ons een houding van: ‘Jij gelooft niet dus met jou wil ik niks te maken hebben? Een kerk die met de rug naar de wereld toe staat, vijandig.

Wie niet voor mij is is tegen mij… Wat betekent dat als je wel bij Jezus wilt horen, maar je hebt nog je vragen. Je bent er nog niet helemaal toe aan alles wat christenen doen en wat ze overal van vinden. Of je hebt een dip in je geloof. Is het dan: het is alles of niks en als je er niet helemaal voor gaat dan hoor jij er niet bij?

Ik denk ook aan discussie over winkels open op zondag, hoor je er bij Jezus alleen bij als je er fel en consequent tegen bent? Als je altijd de strengste standpunten inneemt over zwartwerken en gereformeerd onderwijs?

Als we even teruggaan naar het gesprek waarin Jezus deze woorden zegt, dan kun je je wel iets meer van zijn felheid voorstellen. Jezus heeft een demon uitgedreven. Is het u ook niet opgevallen de afgelopen zondagen dat de duivel en zijn demonen flink actief waren in de tijd dat Jezus op aarde was? Jezus heeft weer laten merken dat hij macht heeft zulke boze geesten te verjagen. En de mensen beginnen te geloven dat hij de Messias is, de Zoon van David. Maar anderen zeggen onder elkaar: Hij doet dat door Beëlzebul, de duivel. Zo kunnen ze op hun manier volhouden dat ze niet voor Jezus hoeven te zijn. Door hem voor duivel uit te maken. Ik ben nooit voor duivel uitgemaakt, maar je kunt je natuurlijk wel voorstellen dat je dan fel reageert. Dat vuur zit duidelijk in Jezus’ ‘Wie niet voor mij is, is tegen mij’. Maar dat wil niet zeggen dat Jezus dan dingen zegt waar hij niet achter staat. Nee, als er iemand is die altijd staat voor wat hij zegt, dan is het Jezus wel. En wat moeten wij nou met zijn felle uitspraak?

Wat je met zo’n stevige uitspraak moet… In de afgelopen weken hebben we in Nederland daarmee kunnen oefenen. Gewoon de vraag stellen: wat bedoelt hij nu eigenlijk. Woorden kunnen stevig zijn, maar wat wordt er nu echt gezegd. Toegepast op Jezus’ woorden: Wat betekent ‘voor Jezus zijn’? Daarover gaat het in het eerste stuk van de preek, zeg maar over kiezen. Dan wil ik even iets zeggen over een andere tekst die precies het tegenovergestelde lijkt te zeggen. En het derde deel van de preek gaat over dat samenbrengen, wat is daarmee bedoeld. Ik noem het maar even formeren. Kiezen voor Jezus en formeren met Jezus.

1. Kiezen voor Jezus

Wie niet voor mij is… Misschien denk je daarbij aan dingen doen voor Jezus, consequent zijn, standpunten innemen, dingen die veel van je vragen. Dan kan het je beangstigen als Jezus daar zo fel op is. Ben ik er dan wel bij, bij Jezus? Maar Jezus heeft het niet over dingen voor hem doen of zo, maar over ‘voor hem zíjn’. Ben je voor hem of tegen hem? Niet wat jíj doet, maar hoe tegenover hém staat. Erken je hem als Zoon van God die uit de hemel gekomen is om je te redden? Aanvaard je hem als je Redder? Dat is waar het in dat gesprek over ging. Jezus verweet zijn tegenstanders niet dat ze de rustdag niet strikt onderhielden. Dat deden ze op het krampachtige af. Het ging er om dat ze hem niet erkenden. Terwijl de meeste omstanders zeiden: ‘Zou hij de Zoon van David niet zijn?’ probeerden anderen onder die erkenning uit te komen. Dat uitdrijven van demonen dat zou ook wel eens van de duivel kunnen komen. Jezus erkennen en aanvaarden, daar gaat het over, dat is het ‘voor hem zijn’.

Je redding is niet dat je de rustdag of de huwelijkstrouw en al die andere geboden van God zo stipt onderhoudt. Als dat zo was, dan zou het er voor ons allemaal hopeloos zijn. Mijn redding is dat Jezus de straf voor mijn zonde gedragen heeft. Hij kwam uit de hemel om zijn leven te geven als losgeld voor velen. En nou is zijn vraag…. niet dat je hem iets terugbetaalt, maar dat je hem erkent en aanvaardt. Dat je vóór hem bent. Je kunt het niet in het midden laten, zo van: het zou kunnen zijn dat hij mijn Redder wil zijn, maar het kan ook wel zijn dat ik mijn redding zelf moet verdienen of dat God helemaal niet bestaat. Dat lijkt neutraal, maar in werkelijkheid kies je tegen: tegen het erkennen en aanvaarden van Jezus als je verlosser. En dan is er geen redding. Zo heftig is het wel.

Hoe kan Jezus zo hard zijn? Als je mij niet erkent en aanvaardt, dan ben je voor eeuwig verloren? Het viel mij op dat Elly en Rikkert Zuiderveld deze heftige uitspraak van Jezus in een kinderliedje zingen. Laten we er eens even naar luisteren. Dit liedje begint er mee hoe groot Jezus is: Hij is de almachtige, de waarachtige, hij is alles in allen! Als je door hebt wie hij is en wat hij voor je betekent, dan kun je toch niet anders dan vóór hem zijn. En nog wat. Als je door hebt hoeveel hij voor je over gehad heeft, als je ziet hoe die felle confrontatie met zijn tegenstanders uitliep op zijn dood aan een kruis, dan mag hij toch we van je verlangen… niet dat je hem iets terugbetaalt, maar wel dat je hem aanvaardt, dat je niet neutraal blijft. Kiezen dus.

Het kan niet anders of daarvan wordt ook iets zichtbaar in je doen en laten. Hoe je omgaat met huwelijkstrouw, eerlijkheid, met je geld. En het is prachtig om dat te zien gebeuren, maar dat is niet waar het hier om gaat. Jezus, die gekomen is om je te redden door zijn dood, hij vraagt erkenning en aanvaarding. Kiezen.

Intermezzo: Strijdig met Marcus 9:40?

Voordat we van het kiezen overgaan naar het formeren even een uitstapje. Wij horen Jezus vanmorgen zeggen: Wie niet voor mij is, is tegen mij. Maar kijk eens wat hij volgens Marcus 9:40 zegt: Wie niet tegen ons is, is voor ons. Dat is wat relaxter hè, je bent misschien wel niet voor ons, maar als je niet tegen bent, dan hoor je er eigenlijk toch wel bij. Hoe kan het dat Jezus deze dingen allebei zegt? Dat is toch tegenstrijdig?

Toch… als je even goed naar het scherm kijkt zie je direct al een verschil. In de eerste tekst staat steeds ‘mij’ en in de tweede ‘ons’. In de eerste is het dus: ben je voor of tegen Jezus, in de tweede: ben je voor of tegen de kring van de discipelen, de kerk. In het tweede geval gaat het dus over iemand die in Jezus’ naam demonen uitdrijft, hij is dus vóór Jezus, maar hij sluit zich niet aan bij de leerlingen. De discipelen zijn daar niet gelukkig mee, ze willen het zelfs verhinderen. En dàn zegt Jezus: wie niet tegen ons, onze kring is, is voor ons. Hij is vóór Jezus en hij doet dan wel niet mee in de discipelkring, maar hij hoort er in feite wel bij. Dàn kun je zeggen wie niet tegen ons is is voor ons. Wat je over Jezus niet kunt zeggen kun je over de kring van zijn volgelingen wel zeggen. Over Jezus geldt dat je niet bij hem kunt horen als je niet echt voor hem kiest. Maar voor de discipelkring kan het bestaan dat iemand die er niet bij hoort er op een bepaalde manier toch wel bij hoort. Vertaal het even naar vandaag toe: iemand is geen lid of nog geen lid van de kerk, maar hij gelooft wel in Jezus.  Dan zou je kunnen zeggen dat hij er op een bepaalde manier toch wel bij hoort.

2. Formeren met Jezus

Dat brengt me bij het tweede deel van Jezus’ uitspraak. ‘Wie niet met mij bijéénbrengt, die verstróóit’. Dat is in het tweede stuk de tegenstelling, bijeenbrengen of verstrooien. Het eerste ging over het kiezen voor Jezus, het tweede over het formeren met Jezus. Voor Jezus kiezen is één ding. Jezus wil ook dat de mensen die bij hem horen bijeengebracht worden. Bij Jezus hoort een kerk. Jezus is niet los van de kerk te denken.

Ik zal niet zeggen dat wie niet of nog niet bij de kerk hoort ook niet bij Jezus kan horen. Maar in deze uitspraak en eigenlijk in heel het evangelieverhaal van Matteüs dat we deze tijd volgen zien we Jezus bezig mensen bij elkaar te brengen. Wie bij Jezus wil horen moet in de kerk meedoen. Ja, doen. Jezus zegt niet: wie niet ingeschreven staat bij de kerk. Het is veel actiever: wie niet met mij bijeenbrengt. Actief zijn in het samenkomen en samenbrengen van de gemeente. In kerkdiensten, evangelisatie, kringen, catechisatie en allerlei andere activiteiten. Samenbréngen, elkaar er in stimuleren. Als je zo niet samenbindend bezig bent, dan gebeurt het tegenovergestelde, dan laat je de gemeente uit elkaar vallen, dan verstrooi je. Dan werk je er aan mee dat je zelf en andere gemeenteleden vervreemden van elkaar en van Christus. Ik noemde ook het uitdragen van het evangelie: niet met de rug naar de wereld toestaan, maar juist omdat het goede nieuws van Jezus de redding is voor iedereen als je het maar wilt aanvaarden, juist daarom doet Jezus een appel op ons om hart voor de wereld te hebben.

Wij leven in een tijd waarin we veel verschillen in de gemeente merken. We denken verschillend over bijvoorbeeld vrouwelijke ambtsdragers. We verschillen in geloofsbeleving, sommigen van ons verlangen meer geraakt te worden in de kerk en anderen kunnen dat maar moeilijk meevoelen. Ons doen en laten is verschillend, bijvoorbeeld in hoe we de zondag besteden. Maar je hoeft het niet altijd ééns te zijn om toch één te zijn, één in Christus. Als je bij elkaar erkent vóór Christus te zijn, hem te erkennen en te aanvaarden. Dat brengt ons geestelijk bijeen. Met Christus brengen we dan bijeen, formeren we een gemeenschap.

Amen

De liturgie:

Morgenochtend lezen we verder: Matteüs 12:31-37

5 maart 2017

De strijd begint (Preek over Matteüs 4:1-11)

Vandaag de preek die ik vanmorgen gehouden heb over Matteüs 4:1-11:

Kom mee. Laten we eens even een kijkje nemen in de woestijn. Zie je die eenzame man. Zo mager. Zijn ingevallen gezicht. Zijn ogen. Dagen, wekenlang heeft hij gevast. En nu… Je ziet dat hij het haast niet meer kan volhouden. Wat een beeld. Eng om de zien gewoon. Het is Jezus. Ja, Jezus, die kortgeleden nog zo stralend in de schijnwerpers stond. Toen hij gedoopt werd in de Jordaan en een duif uit de hemel kwam en een stem uit de hemel riep: ‘Dit is mijn Zoon van wie ik hou?’ Wat is er nog van over als je deze uitgeteerde man ziet?

Dit aangrijpende verhaal wordt een bizar verhaal. Er komt iemand anders bij. Satan in eigen persoon. Hij probeert hem van alles te laten doen. Eerst hier in de woestijn. Daarna op het dak van de tempel: ‘Laat maar eens zien dat je Gods Zoon bent. Spring van het dak en laat de engelen in actie komen. Dat zal nog eens indruk maken op al die mensen beneden.’ En op een hoge berg: ‘Kijk eens naar al die koninkrijken. Kniel voor mij en ze zijn allemaal voor jou.’

Ja, het gaat precies over de dingen waarvoor hij naar deze aarde gekomen is. Hij is één van ons geworden, iemand die brood moet eten om in leven te blijven. Zo dicht is God bij ons gekomen. En tegelijk de Zoon van God, de Zoon waar God van houdt. Hij is gekomen om in heel de wereld aanbeden te worden.  Om een gemeenschap uit alle volken te stichten. Als we met Pasen Matteüs 28 lezen, dan moeten we daar uitkomen: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen.’ Het gaat in deze woestijn precies over de dingen waar Jezus voor gekomen is, God die ons zo komt opzoeken. Maar waar zijn wij. Waarom is er niemand van ons, mensen bij en is Jezus hier helemaal alleen. Dat is de eerste vraag in de preek van vanmorgen: Waar zijn wij? En de tweede vraag: Waar blijven wij?

1 Waar zijn wij?

Waar zijn wij? Jezus gaat op weg om mensen om zich heen te verzamelen. De gemeente die wij vandaag zijn. En ik probeer bij het lezen uit het evangelie van Matteüs met u te ontdekken wat nou het geheim is van het gemeenschap zijn rond Jezus. Wat betekent het voor ons kerk-zijn vandaag?

Maar om te beginnen gaat Jezus na zijn doop alleen op stap. Hij gaat zelf de confrontatie aan met de duivel. Satan zoekt hèm niet op, zoals hij ons zo vaak verleidt. Nee Jezus gaat de confrontatie aan. De Geest die op hem gekomen is bij de doop stuurt hem de woestijn in. En Jezus gaat. En als de duivel hem meeneemt, het tempeldak op, een berg op, dan gáát Jezus mee. Hij gaat de confrontatie aan, en hij doet dat alleen.

Ja, zouden wij met knagende honger de verleiding kunnen weerstaan om naar de duivel te luisteren met zijn tip om aan brood te komen?  Hoe gaat dat bij ons? Je hoeft helemaal niet ziek van de honger te zijn om je dagelijks brood toch net iets belangrijker te vinden dan het woord van God. Waar zijn wij? Ja wij kunnen deze verleiding helemaal niet aan.

En wat daarna komt, van het dak af springen, ja dat is voor ons niet zo verleidelijk. Hooguit als je niet meer wilt leven, maar verder lijkt het een bizarre verleiding. Maar bedenk dat Satan er een meester in is om zich er in in te leven wat jou in verleiding kan brengen. Typisch dingen die voor jou verleidelijk zijn. En voor Jezus… Kortgeleden nog straalde hij als de Zoon van God toen die stem uit de hemel klonk en de mensen allemaal gewezen werden op hem. Zou het niet heerlijk zijn om nog een keer te ervaren en te laten zien dat je Zoon van God bent. Nu niet door een stem uit de hemel, maar door engelen die je midden op het tempelplein neerzetten? Satan voelt heel goed aan wat voor jou verleidelijk is. Misschien is het voor jou de verleiding van wat extra inkomsten als je het even niet zo nauw neemt met de wet, of eventjes iets minder eerlijk bent. De verleiding om nog wat langer op internet te blijven en bij foute sites terecht te komen. Om er nog eentje te drinken en in een gesprek verzeild te raken waarin je dingen zegt waar je spijt van krijgt. Satan is er een meester in voor iedereen de verleiding te vinden die bij je past. En waar zijn wij dan?

Jezus staat alleen op die berg waar satan hem heel de wereld laat zien. Ja, wat kan satan veel hè? Hij is in staat om je heel anders naar de dingen te laten kijken. Hij weet een verlangen naar macht op te wekken en weet je aan ideeën te helpen om op een foute manier hoger op te komen. Verleidelijk.

Waar zijn wij? Jezus staat hier voor een aantal verleidingen die wij onmogelijk kunnen weerstaan. Vanaf het begin bij die boom in het paradijs zijn is hij ons met zijn verleidingen te machtig. De strijd die wij toen verloren hebben, Jezus gaat die nu voeren. Alleen. Hij in onze plaats. Zal hij als eerste van de mensen de strijd met de Satan aankunnen?

Anders zijn we nog steeds nergens. Dan komt er niks terecht van Gods plan, dat zijn Zoon één van ons zou worden, een mens die brood eet en tegelijk de Zoon van God is, de redder van de wereld die als koning wereldwijd aanbidding en onderwerping krijgt. Dan heeft Satan Jezus en ons voor altijd in zijn macht. Satan die iedereen pijn wil laten lijden en kapot wil maken. Zal Jezus hem overwinnen, alleen, en ons dan in die overwinning laten delen?

Als je ziet hoe Jezus weerstand biedt, dan begrijp je dat hij dit alleen kon. Na veertig dagen eten nee zeggen tegen Satans suggestie. En ook die andere verleidingen tot de laatste toe: niet op een makkelijke manier koning over de wereld worden, maar de weg van het kruis gaan. Jezus houdt vol. Hij is Satan te sterk. Hij kan hem gewoon wegjagen. Na de tweede poging van Satan zegt hij: stel de Heer uw God niet op de proef. Dat betekent voor hemzelf: niet van het dak springen om God uit te proberen. Maar tegelijk zegt hij tegen Satan: hou nou eens op met je pogingen mij, God, te verleiden. Satan luistert daar niet naar. Hij doet nog één ultieme poging om Jezus onderuit te halen. En dan kan hij niet anders dan afdruipen.

Dan komen de engelen uit de hemel. Dan krijgt Jezus van God alles waar Satan hem mee wilde verleiden. De verzorging die hij als mens nodig heeft. De komst van Gods engelen. En de macht over alle koninkrijken? Nog niet, maar daarheen gaan we wel op weg. Voor Jezus is het een weg van lijden. Ja, zo gaan we naar Pasen toe. Jezus kiest hier bewust voor de weg van het kruis. We zullen uitkomen bij ‘Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde’. Maar dat gaat langs ‘Mijn God waarom hebt u mij verlaten’. En terwijl Jezus die weg gaat begint hij al direct mensen bijeen te brengen voor het komende koninkrijk. Twaalf discipelen, een kring daaromheen en uiteindelijk een wereldwijde gemeente. Mensen die zelf het gevecht met Satans verleidingen niet kunnen winnen. We mogen ons aansluiten bij Jezus die alleen het gevecht voerde. In de woestijn en op Golgota. Wij waren daar niet, wij konden die strijd niet winnen en wij hoefden die niet te winnen. Hij deed het voor ons. Jezus eenzame strijd, in de woestijn en aan het kruis, is je redding.

Hier hebben we een stukje te pakken van het geheim van het kerk zijn: Jezus brengt mensen samen. Maar dat betekent niet dat je alles moet kunnen wat hij kon. Hij heeft juist heel veel voor ons gedaan wat wij niet konden, hij heeft de duivel verslagen en de dood overwonnen. Hij heeft het alleen gedaan en hij vraagt iedereen om zich heen om dat uit te kunnen delen en ondanks je zwakheid met hem op weg te gaan.

  1. Waar blijven wij?

Dat brengt mij bij de tweede vraag. Waar blijven wij? Jezus wil je er bij hebben. Wij hoeven het gevecht van Jezus niet over te doen. Satan heeft de beslissende nederlaag geleden.

Dat deed Jezus alleen. Maar Satan is er nog steeds. En wat we vanmorgen van hem lazen is herkenbaar in je eigen leven. Je dagelijks brood belangrijker vinden dan Gods woord. Uit zijn op macht en succes en daar alles aan opofferen. Ook de waarheid, de eerlijkheid. We zagen dat Satan je geweldig kan aanvoelen en je precies met die verleiding weet te pakken die bij jou past. De veertigdagentijd is een mooie tijd om daar over na te denken. Hoe doet hij dat bij mij? Waar ben ik gevoelig voor en weet hij mij te pakken?

En hoe voorkom je nou dat hij je verleidt? Laat ik het duidelijk maken aan de hand van een voorbeeld. Bijvoorbeeld als je merkt dat geld, meer geld toch wel heel belangrijk voor je is en dat ten kost gaat van je gezin, je geloof… Kijk eens hoe Jezus zich verzette tegen de verleidingen. Allereerst zien we dat hij vol is van de Heilige Geest. Voordat hij de woestijn inging kwam de Geest op hem en bleef op hem. Die Geest voerde hem de woestijn in. Niet God de Vader, nee juist de Geest voerde hem de woestijn in. De Geest die binnenin mensen werkt. Als Lucas dit verhaal vertelt zegt hij het ook zo: Jezus was vervuld van de Geest. Dat was zijn kracht. En die Geest, waardoor hij zulke grote dingen kon doen, die wil hij ook u, ook jou geven. Bidt er om. Waar blijven wij? Waar blijf jij?

De Heilige Geest… En hoe werkt die? Hoe geeft die je kracht om sterk te zijn in je geloof? Door de bijbel. Jezus antwoordt steeds met bijbelteksten. Allemaal uit Deuteromium 6 en 8, waar we vanmorgen uit gelezen hebben. Mozes is dan aan het begin van zijn afscheidstoespraak. Hij spreekt het volk Israël toe dat na de woestijntocht het beloofde land gaat binnentrekken. Een wereld met allerlei geloven. Met welvaart en met het gevaar dat je God dan vergeet. En dan die drie teksten:

Die over ‘Niet bij brood alleen leven’. Dat niet je brood en niet de aardse dingen richting geven aan je leven. Dat je daar niet in op gaat. Maar dat het woord van God je de weg wijst. Dat je daaruit leeft.

En dat je God niet op de proef stelt. Wat betekent dat? Dat je hem niet uitprobeert, dat je hem niet vraagt dat hij zich bewijst. Maar dat je hem vertrouwt. Gewoon vertrouwen. Dat hij er voor je is. Dat je bij hem in goede handen bent.

En de laatste die Jezus noemt: dat je God aanbidt en hem alleen vereert. Daar draait het tenslotte om: dat híj God is, hij alleen. Hij is het waard om voor hem te leven. Van hem mag je alles verwachten wat je nodig hebt.

Dat geeft je weerstand tegen die verleiding die ik noemde, dat geld, meer geld toch wel heel belangrijk voor je is. Maar ook bij allerlei andere verleidingen is de bijbel het wapen dat je helpt om weerstand te bieden. De bijbel, en vooral dat je God kent en merkt dat hij een God is om lief te hebben en alles van te verwachten. Hoe meer dat je leven is, des te meer worden dingen die verleidingen kunnen worden onbelangrijk. Dat geeft je leven met Jezus kracht. Kom mee, waar blijf je?

Amen

De liturgie:

10 oktober 2016

De tijden veranderen (3) preek over trouwen en samenwonen

hc-23-41-flyer

Trouwen of samenwonen? Hoe moeten we er als kerk mee omgaan? Hoe reageren we als twee gemeenteleden voor een geregistreerd partnerschap kiezen of een samenlevingscontract? Het was het onderwerp van de derde leerdienst in het kader van het thema ‘De tijden veranderen en wij…’. De preek kijkt wat verder dan trouwen en samenwonen. Ook komt de vraag aan de orde wat het voor huwelijk en seksualiteit betekent dat we onderweg zijn naar een toekomst zonder huwelijk. Ook komt de plaats van de ongehuwde in de gemeente ter sprake.

1.0. Inleiding

Over huwelijk en relaties gaat het vandaag. Terwijl de tijden veranderen heb je op dit gebied met veel tradities te maken. Een traditie waar –ik denk- de meesten in de kerk aan hechten: eerst trouwen op het gemeentehuis en meestal op dezelfde dag een trouwdienst in de kerk. En pas daarna ga je samenwonen.

Een traditie waar in ieder geval veel jongeren aan hechten is die van een grote bruiloft. Een dag waarop jij echt speciaal bent. Een dag met een mooie auto, een mooie jurk, locatie, muziek, eten en drinken met de daggasten, een receptie, een feestavond met een dj of een band, bloemen, corsages, gouden ringen, een vader die zijn dochter weggeeft in de kerk, foto’s, video… en wat heb ik nog vergeten? Je komt zo op tien- tot twintigduizend euro uit.  Of zit ik er nou naast? Twee tradities die heel mooi samen kunnen gaan, maar ook gemakkelijk kunnen botsen. Want je wilt een mooie bruiloft met alles er op en er aan, maar moet  je daar nou helemaal op wachten om te gaan samenwonen? Als je toch zeker van elkaar bent?

De traditie van burgerlijk huwelijk, trouwdienst en daarna pas samenwonen is binnen onze kerk nog wel vrij sterk maar verliest toch aan kracht. De traditie van de romantische bruiloft, waar niks aan mag ontbreken lijkt alleen maar sterker te worden. In een leerdienst als vanmiddag is het goed dat we het stof er eens afblazen. Waar gaat het tussen al die tradities nou echt om als je samen een levensrelatie wilt beginnen? En hoe moeten we als kerk dan onze weg gaan in een veranderende tijd. In het eerste stuk van de preek wil ik laten zien wat volgens de bijbel een levensrelatie, zeg maar een huwelijk is. Daarna is er gelegenheid om vragen te stellen. En het tweede stuk gaat dan over de weg die de kerk daarin moet gaan. Maar eerst wil ik iets zeggen over de veranderende tijden.

1.1. Bijbelse lijnen: tijd in beweging

hc-23-41-foto-2Als we het over relaties hebben dan kijken we er naar hoe God het in het begin bedoeld heeft. Dat begin waar Jezus het over had. In het begin toen God de mensen als mannen en vrouwen schiep, prachtig. En de relatie van een man en een vrouw als totale verbintenis van twee levens bedacht. Toen alles nog volmaakt was. Dat is het verleden, en we gaan dadelijk kijken wat het ons te zeggen heeft. Maar, zoals ik daar vorig jaar eens over gepreekt heb, toen we seksualiteit als gemeentethema hadden, het is nu niet meer zoals toen. De tijden zijn veranderd. We leven in een tijd, waarin aan de ene kant nog veel van het moois van toen te beleven valt, ook in huwelijk en seksualiteit, maar waarin ook misbruik en huwelijksproblemen veel verpesten.

En wat sinds die preken van vorig jaar meer onder mijn aandacht gekomen is, is de toekomst waarheen wij onderweg zijn. Jezus heeft het in het laatste stukje van de bijbellezing over het koninkrijk van de hemel. En wat hij dan zegt is moeilijk te begrijpen, over jezelf onvruchtbaar maken met het oog op het komende koninkrijk. Maar het is wel duidelijk dat Jezus ons wil leren het huwelijk niet alleen in het licht van het verleden te zien, maar ook in het licht van de toekomst. Zoals hij later, in één van zijn laatste gesprekken vertelt dat er in het komende rijk geen huwelijk meer zal zijn (Mat. 22:23-33). Dan hebben we niet meer een aards lichaam, dat de aardse seksuele driften kent, die heel veel lijken op die van de dieren. We zullen zijn als de engelen in de hemel, we hebben nog wel ons eigen lichaam, maar dat zal een hemels lichaam, een geestelijk lichaam worden volgens 1 Korinte 15. Dan zijn onze huwelijken gedateerd omdat ze overtroffen zijn de huwelijksrelatie die we met Christus hebben.

In de christelijke bezinning op huwelijk en seksualiteit is altijd veel aandacht geweest voor het verleden in het paradijs. Daardoor is er wel eens een neiging om er te mooi over te preken en de strijd van het heden en de rottigheid van het heden uit het oog te verliezen. Hoewel iemand als Augustinus dat wel heel duidelijk gehad heeft. Voor de toekomst van huwelijk en seksualiteit en de betekenis ervan voor vandaag hebben we nog veel te weinig aandacht gehad. Er komt wat aandacht voor, maar dat gaat nog heel moeizaam en ik moet u zeggen dat ik het ook moeilijk vindt om te ontdekken wat de toekomst zonder huwelijken en met verheerlijkte lichamen voor ons trouwen en ongetrouwd blijven vandaag betekent. Maar hier valt nog veel te leren. Dan zie je als je ongetrouwd blijft op een bepaalde manier dichter bij het komende koninkrijk bent dan wanneer je trouwt. Willen wij recht doen aan wat Paulus daar over schrijft, dan zullen we het leven zonder huwelijk hoger moeten waarderen. Dat is de toekomst! Dat staat haaks op de cultuur van nu: het lijkt alsof iedereen recht heeft op een relatie en seksualiteit en daardoor gelukkig wordt. Ook in de kerk heerst die cultuur.

1.2. Bijbelse lijnen: het bijbelse huwelijk

Als we dan de tradities van de trouwdag eens van onder het stof halen, waar gaat het dan om?

  • In de eerste plaats dat twee mensen elkaar trouw beloven voor het leven. Jezus haalt in Matteüs 19 een Genesis 2:24 aan over een man die ‘zich hecht aan zijn vrouw’. Hij wordt met haar tot een eenheid. In de statenvertaling wordt het woord ‘kleven’ gebruikt. Twee mensen zitten zo aan elkaar geplakt dat ze niet goed meer van elkaar los te maken zijn. Dat dit ‘hechten’ als trouw voor het leven bedoeld is wordt bevestigd door wat we Jezus hoorden zeggen. Hij trok er de conclusie uit dat wat God samengevoegd heeft, dat de mens dat niet mag scheiden. (Mat. 19:6)

Voor mensen kan dat moeilijk zijn. Want wij leven niet in het paradijs maar in het heden. Dan kun je elkaar alleen trouw zijn als je kunt vergeven. Als je bereid bent de liefde soms van één kant te laten komen. Als je in je huwelijksliefde vol bent van de liefde van Christus. En als het niet lukt, als er toch een scheiding komt, ook dan mag je weten van de liefde van Christus die geduld heeft en vergeeft. Maar de norm is, ook vandaag: je mag niet scheiden wat God heeft samengevoegd. Alleen Godzelf mag dat omdat hij ons, getrouwd of ongetrouwd, naar het volmaakte leven, het huwelijk met Christus leidt.

Je zou kunnen zeggen dat hij ons iets afpakt, maar uiteindelijk geeft hij ons iets mooiers.

  • Het bijbelse huwelijk is in de tweede plaats een relatie van een man en een vrouw. Ik weet dat dat voor sommigen moeilijk is en ik zou het u gunnen dat het anders was. Maar ik kan in de bijbel echt geen ruimte zien voor een seksuele relatie van twee mannen of twee vrouwen. Wel zie ik dat er in het nieuwe testament veel meer ruimte komt voor het ongehuwd blijven en de onthouding. Als kerk hebben wij nog onvoldoende geleerd om dat normaal te vinden. En daarmee maken we het onnodig moeilijk voor homo’s en hetero’s die niet trouwen. Zeker als je door hebt dat onze toekomst een toekomst zonder huwelijk is, dan moeten we het ongehuwd blijven fors opwaarderen.
  • Terug naar het bijbelse huwelijk, een trouwbelofte van man en vrouw. Deze trouwbelofte heeft een publiek karakter. Het is niet alleen een privézaak. De verbintenis raakt ook ouders en familie: de vader en de moeder die ‘verlaten worden’. Het nieuwe paar functioneert in familie, kerk en samenleving als een nieuwe twee-eenheid. Zo moeten ze in familie, kerk en samenleving geaccepteerd worden, de rechten krijgen die daar bij horen en de bescherming, die hun relatie en hun kinderen nodig hebben. Daarom zie je in de bijbel ook steeds dat de familie en dorpssamenleving bij de huwelijkssluiting betrokken zijn. Denk aan de huwelijken van Isaäk (Gen. 21:21), Jakob (29:22-28), Boaz en Ruth (Ruth 4:9-12) en de bruiloft in Kana (Johannes 2:1-11).
  • En nog een vierde kenmerk van het bijbels huwelijk: op het moment van deze publieke trouwbelofte voor het leven start een verbintenis waarin man en vrouw een eenheid vormen. Ze worden één van lichaam zegt Genesis 2:24. Samenwonen en seksuele eenwording hebben een plaats in deze relatie. Seksualiteit buiten de relatie van levenslange trouw wordt in de bijbel afgewezen. (dit wordt verondersteld in Deut. 22:13-30; zie ook Hoogl. 2:7 en 1 Kor. 7:9).

Dit is het huwelijk van het begin. En met vallen en opstaan, onder Gods genade, hanteren we dat als norm op weg naar de bruiloft van het Lam.

[gelegenheid om vragen te stellen: vijf, maximaal tien minuten]

2. Hoe gaan we er als gemeente mee om

Tenslotte vier opmerkingen over hoe we hier als gemeente mee omgaan.

2.1. Herwaardering leven zonder huwelijk

Om te beginnen, ik zei het al, moeten we het leven zonder huwelijk veel hoger waarderen. Trouwen kan heel mooi zijn, maar ook het leven zonder man of vrouw kan echt goed zijn. Wij moeten af van het automatisme waarbij trouwen de norm is. Wij moeten af van een gemeente die bestaat uit gezinnen die op zich zelf staan en weinig openheid kennen voor ongetrouwden. We zijn onderweg naar een maaltijd, het bruiloftsmaal van het Lam. Dat is geen maaltijd van vader, moeder en kinderen, maar een maaltijd waaraan getrouwden en ongetrouwden samen aanschuiven.

2.2. Kerk als thuisbasis voor de trouwbelofte

In de tweede plaats zal de kerk steeds meer de thuisbasis worden voor de trouwbelofte. In 1796 heeft de overheid die taak van de kerk overgenomen. Voor die tijd trouwde je in de kerk. In 1796 werd het burgerlijk huwelijk ingevoerd. Je trouwde op het stadhuis en je ging daarna naar de kerk waar je je belofte voor Gods aangezicht herhaalde en om zijn zegen bad. Maar in 2016 is het burgerlijk huwelijk niet meer wat het in 1796 was. Als ik kijk naar het bijbels huwelijk, dan is het burgerlijk huwelijk (vgl. punt 1.2)

  • geen relatie van levenslange trouw, je kunt gemakkelijk scheiden
  • geen relatie van man en vrouw maar van twee mensen ongeacht het geslacht
  • het is veel meer een privéaangelegenheid geworden, al heeft geeft de huwelijkssluiting op het gemeentehuis de relatie nog steeds wel een plek in de samenleving
  • en de wetgever is er al helemaal niet in geïnteresseerd of je geslachtsgemeenschap hebt voor of buiten je huwelijk

Deze uitholling, waardoor het burgerlijk huwelijk nauwelijks nog op het bijbels huwelijk lijkt geeft aan de kerkelijke plechtigheid een veel groter gewicht. Daar beloof je elkaar trouw voor het leven. De kerk moet thuisbasis willen zijn voor deze trouwbelofte. De kerk moet zich er sterk voor maken dat de leden die het leven samen gaan delen hier beginnen met een trouwbelofte voor het leven. Niet pas als het geld er is voor een mooi traditioneel trouwfeest, maar echt als het begint. En ook in die zijn thuisbasis zijn voor de trouwbelofte dat je hier zondag aan zondag de liefde leert om elkaar trouw te blijven en dat je een gemeenschap bent die helpt in die trouw voor elkaar.

2.3. Kerk samen met de overheid

En het burgerlijk huwelijk dan? Heeft dat helemaal geen waarde meer? Toch wel: het burgerlijk huwelijk regelt een aantal belangrijke zaken, bijvoorbeeld een weduwenpensioen, het vaderschap over de kinderen en nog veel meer. Hoe uitgehold het ook is, het biedt toch een zekere bescherming aan elkaar, aan de relatie en aan de kinderen. Daarom staat de kerk er terecht op dat je ook een burgerlijk huwelijk sluit. Naast de kerk is de overheid nodig. Wat onze kerkenraad betreft is het wel een punt van bezinning of het geregistreerd partnerschap, wat tegenwoordig dezelfde rechten en plichten kent als het huwelijk, ook door de kerk niet op dezelfde manier gewaardeerd zou moeten worden. Daar komen we graag nog eens op terug in een gemeenteavond volgende maand.

2.4. Als paren een andere weg kiezen

En in de vierde plaats: als een jongen en een meisje, een man en een vrouw een andere weg kiezen… Dat kan heel verschillend zijn: ze trekken gewoon bij elkaar in en kijken dan wel eens verder. Of willen echt hun leven lang trouw blijven een maken een doortimmerd samenlevingscontract. Hebben wij deze mensen nog iets te bieden, of staan we dan met lege handen? Dan komt het er op aan dat je met hen gericht bent op de toekomst. Waarheen wil je met hen onderweg? Gericht zijn op de toekomst betekent dat je met deze mensen kijkt hoe hun relatie toch, als een relatie van levenslange trouw een plek kan krijgen in Gods gemeente. Het zou toch heel mooi zijn als deze twee mensen na stimulerende gesprekken en onderwijs zo ver kunnen komen dat er toch een moment komt om God te beloven elkaar trouw te blijven. Daarbij moet je niet voorbij gaan aan wat er verkeerd geweest is. En dan is iedere situatie weer anders. Maar dat moet wel het perspectief zijn, dat ook hun relatie een plek heeft in de gemeente als thuisbasis van de trouwbelofte. En samen op weg naar de komende bruiloft.

Een aantal weken hebben we aandacht besteed aan het leven in veranderende tijden. Ook wijzelf veranderen. Het kan niet anders. Meer dan dertig jaar geleden zijn we een gemeente met verschillen. Dat heeft plus- en minpunten. We zijn een gemeente geworden met meer ruimte. Ook tegenover anderen van buiten. Een ruimte die ook gewoon hoort bij het gemeente-zijn volgens de gereformeerde belijdenis. Maar het vraagt ook wat van ons: onderling gesprek. We moeten er meer over nadenken waarom we doen wat we doen. Vaker uitleggen. Je kunt minder dan vroeger met de stroom meelopen, je moet er zelf over nadenken. Het vraagt ook de bereidheid naar elkaar te luisteren. Wat ik in de afgelopen weken steeds weer ontdekte is dat het helpt als we ons realiseren waarheen we onderweg zijn. Niet de nadruk leggen op wat we hadden en wat we kwijt raken, maar op Gods toekomst waarheen we onderweg zijn: de eeuwige rustdag, de samenleving van alle talen en culturen, de bruiloft van het Lam.

Amen

De liturgie was:

hc-23-41-liturgie

3 oktober 2016

De tijden veranderen 2: preek over vluchtelingen

hc-23-40-foto-1Vluchtelingen in Nederland. Hoe ga je er als christen mee om? Hierover ging de tweede van drie leerdiensten over ‘De tijden veranderen en wij…’. Direct bij de opening van de dienst was er een korte overdenking bij Filippenzen 3:20: burgers van een komend rijk. In de preek worden drie bijbelse lijnen getrokken: (1) vreemdelingen in de samenleving als realiteit, (2) rechtvaardigheid en barmhartigheid, (3) een kritische noot. Na interactief moment waarin vragen gesteld konden worden volgt het afsluitende deel van de preek over de vraag hoe we er als gemeente mee omgaan. Hierin wordt onder andere ruimte gevraagd voor gemeenteleden die meer dan anderen moeite hebben met de komst van vluchtelingen. De preek sluit af met een praktische aanwijzingen.

Bij de opening, na het lezen van Filippenzen 3:17-21

We lazen direct na de openingspsalm, Psalm 72:2,7,10, enkele verzen uit Filippenzen 3. Voorafgaand aan het gebed een enkel woord ter overdenking:

Bij de opening van deze dienst, een leerdienst over de veranderende tijden, en vanmiddag dan speciaal over vluchtelingen, een enkel woord over vers 20: ‘Wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en vandaar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus’.

Na de vorige preek in deze serie, over de zondagsrust, stonden er nog een paar mensen na te praten. Iemand zei: ‘Mijn man zei altijd: hoe je de zondag viert, het gaat er om dat je een voorsmaak hebt, al iets ervaart van de eeuwige rust’. Daar werd over doorgepraat of om het anders te zeggen: daar ging de preek verder. Want zo werkt de Heilige Geest.

hc-23-38-foto-2Op de zondag, hoe je die ook precies in vult mag je iets proeven van de rust die komt. Zo staat het ook in de catechismus (Zondag 38) en het is een diepe gedachte de zondag in de veranderende tijd in dat perspectief te zien. Bij alles wat er verandert, over zondagsrust en wat ook maar, helpt het om vooruit te kijken. Waarheen zijn we onderweg? Niet zozeer terugkijken op wat we kwijt raken aan zondagsrust, dat is niet de norm, maar vooruitkijken naar het komende rijk, waarvan wij nu al burgers mogen zijn. Ons ankerpunt is dus niet: waar komen we vandaan en wat raken we kwijt, maar waarheen zijn we onderweg en wat kunnen we daar vandaag al van ervaren. Eschatologisch, met een mooi woord. Dat helpt ook als je kijkt naar ons land waar steeds meer mensen uit andere culturen binnen komen –het onderwep van vanmiddag. Niet kijken: waar komen we vandaan en wat raken we kwijt, maar waarheen zijn we onderweg. En dat zal ons ook vast helpen als we volgende week over het huwelijk hebben. Waarheen zijn we onderweg en hoe kunnen we ons daarop richten.

Daarna was ons gebed:

Vader, wij danken u voor de mooie toekomst waarheen wij onderweg zijn. Wij verdienen het niet. Ons doen en laten, onze houding is vaak zo anders. De tijden van onze ouders en grootouders, de tijd van vandaag ook, het is allemaal zo vol van egoïsme en hebzucht, van geweld en hardvochtigheid. Leer ons in die wereld burgers van een komend rijk te zijn. Onderwijs ons deze middag door uw Geest. Om Jezus’wil. Amen.

Aansluitend zongen we LB Gezang 802:1,2,4 ‘Door de wereld gaat een woord’

  1. Bijbelse lijnen

Wij zijn burgers van een komend rijk, zo hoorden we. En tegelijk zijn wij burgers van deze wereld, een wereld waar vele duizenden op de vlucht zijn. Èn we zijn burgers van Nederland, een land wat soms moeite heeft met de toestroom van vluchtelingen en andere vreemdelingen in de samenleving. Hoe moet je je als christen hierin opstellen? Ik geef eerst drie bijbelse lijnen aan. Daarna is er de gelegenheid om vragen te stellen: vijf, maximaal tien minuten. En als afronding geef ik aan wat dit betekent voor ons als gemeente.

1.1. Vreemdelingen, een realiteit

Het komt opmerkelijk vaak voor in de bijbel dat mensen van het ene land naar het andere land trekken. Ik denk dan aan Abraham die vanuit Irak naar het huidige Israël trok en daar als vreemdeling rondreisde. Aan Jakob die vluchtte voor zijn broer Esau, Mozes, die vanuit Egypte de woestijn in vluchtte. Ik denk ook aan de vrijsteden waar je in de bijbel over leest. Wie per ongeluk iemand gedood had en zelf met de dood bedreigd werd door de familie van het slachtoffer –bloedwraak- die vluchtte naar een vrijstad en vond daar asiel.

In de bijbel zien we een wereld met veel beweging, ook van complete volken. Het volk Israël reisde vanuit Egypte naar Kanaän. Amos zegt daar over: nou moeten jullie niet denken dat jullie daarom zo bijzonder zijn. Want de God heeft Filistijnen ook vanuit Kreta naar het palestijnse land gebracht en de Arameërs uit Kir. (Amos 9:7) Ik denk ook aan het bijbelboek Galaten, wat Paulus schrijft aan de keltische bevolking die vanuit Midden-Europa naar Turkije verhuisd was. Andere keltische groepen kwamen juist in het westen terecht, denk maar aan Asterix en Obelix.

Een stuk grond is niet onlosmakelijk verbonden aan een mens of een familie of een compleet volk. Nee, de aarde is van God en de mensen zijn over de aarde in beweging.Als de wereld van de eeuwen overziet, dan zie je verhuizingen en volksverhuizingen, zoals je in het weerbericht de wolkenvelden over de continenten ziet schuiven. Het is als het weer: je kunt het niet tegenhouden.

Het roept de vraag op: Waarom trekken mensen naar andere landen? Allerlei redenen. Om in vrijheid te kunnen leven, om veilig te zijn. Mensen komen in Europa wonen omdat dit deel van de wereld rijker is dan ander delen van de wereld. En hoe komt het dat wij rijker zijn? Voor een belangrijk deel omdat wij met onze VOC-mentaliteit andere delen van de wereld arm gemaakt hebben. Mensen uit die landen trekken hier op aan om weer te delen in de rijkdom die wij hier naar toe gehaald hebben. Je moet er ook rekening mee houden dat de klimaatverandering miljoenen in beweging zal brengen. Als grote delen van de aarde verdrogen of door stijging van de zeespiegel onbewoonbaar worden. De bijbel noemt speciaal de vluchtelingen die moeten vluchten voor hun geloof. Jezus leert ons dat we ze moeten opvangen. Vreemdelingen en speciaal vluchtelingen, ze horen bij de werkelijkheid waar wij in leven.

1.2. Rechtvaardigheid en barmhartigheid

Het tweede wat ik wil noemen is de oproep die de bijbel doet om vluchtelingen en andere vreemdelingen rechtvaardig en barmhartig te behandelen. Rechtvaardig: vreemdelingen hebben een kwetsbare positie. Gemakkelijk gebeurt het dat zij niet de rechten krijgen die andere mensen wel hebben. Vaak worden ze in één adem met de weduwen en de wezen genoemd. Maar God beschermt de vreemdelingen, zingen we in Psalm 146. Hij waarschuwt de rechten van vreemdelingen te eerbedigen (Deut. 24:17) De rechters krijgen de instructie: ‘Hoor beide partijen en doe rechtvaardig uitspraak, zowel tussen twee volksgenoten als wanneer er een vreemdeling bij betrokken is’ (Deut. 1:16). Leviticus 24:22 zegt: ‘Vreemdelingen en geboren Israëlieten moeten volgens dezelfde norm worden berecht. Ik ben de HEER, jullie God’. Vreemdelingen mogen er niet onder lijden dat hun positie zwakker is, dat niemand het voor hen opneemt en je ongestraft hun rechten kunt schenden. Vreemdelingen hebben dezelfde rechten als Israëlieten. Dat gaat ver. Maar het gaat nog verder.

De bijbelse wetten roepen op de vreemdeling barmhartigheid te bewijzen. Vorig jaar op dankdag heb ik er over gepreekt. Bij de oogst mochten de vreemdelingen en de armen oprapen wat de boer en zijn mensen hadden laten vallen. Ja, ze moesten zelfs het gewas aan de rand speciaal laten staan (Lev. 23:22). En bij het loofhuttenfeest moesten ook de vreemdelingen uitgenodigd worden om mee te feesten (Deut. 16:14).

De wetten roepen op je naaste lief te hebben als jezelf. En bij die naaste moet je dan denken aan de volksgenoot, maar ook aan de vreemdeling. Jezus gaat nog een stap verder en zegt dat je zelfs je vijand lief moet hebben. Deze toon komen we ook tegen als zondag 40 het verbod op doodslag uitlegt.

We lazen Zondag 40

1.3. Kritisch tegenover vreemdelingen

Je treft in de bijbel ook een kritische toon tegenover de vreemdeling. In Deuteronomium 7 lees je dat het joodse volk zich niet mag vermengen met de andere volken die wonen in het land Kanaän, waar ze zich gaan vestigen. Ze mogen niet met ze trouwen. Je leest vaker in de bijbel dat huwelijken van mensen die in God geloven met mensen die niet in hem geloven verboden worden. Een gemengde relatie wordt als een bedreiging voor je geloof gezien. De vreemdelingen krijgen geen toegang tot de tempel (zie 1 Koningen 8:41-42). Je leest in Deuteronomium zelfs dat ze uitgeroeid moeten worden.

Wat betekent dit voor ons? In ieder geval niet dat wij de vreemdelingen moeten uitroeien. Dat was een straf, een oordeel van God omdat die volken zoveel kwaad gedaan hadden. Dat is iets heel specifieks, dat heeft niets te maken met hoe wij vreemdelingen of met mensen van een ander geloof of helemaal geen geloof moeten aanpakken.

De bijbelse wetten leren ons om de vreemdeling een plek in ons midden te geven en tegelijk overeind te houden dat je geloof niet zomaar inwisselbaar is met een ander. Niet met de Baäldienst. En ook de islam is niet net zoiets als ons geloof. De waarschuwing tegen gemengde relaties klinkt ook door in het nieuwe testament. We mogen geen vreemdelingenhaters worden, maar we mogen best kritisch zijn over de islam of het boeddhisme. Maar bedenk: als wíj het over vreemdelingen hebben, dan hebben we het voor een belangrijk deel ook over christenen.

Er is geen reden om vreemdelingen de ruimte te ontzeggen om hun eigen geloof te belijden. Jezus leert ons in de gelijkenis van de akker dat de verschillende soorten zaad gelijk op mogen groeien, zeg maar christenen, moslims en atheïsten, tot de dag van de oogst, de dat waarop hij zelf het oordeel voltrekt. (Dat hoeven wij niet te doen.

Samengevat:

  • Vluchtelingen en andere vreemdelingen horen bij de werkelijkheid waar we in leven.
  • De bijbel roept op tot rechtvaardige, gelijkwaardige behandeling van vreemdelingen en volksgenoten, ja zelfs tot barmhartigheid tegenover vreemdelingen.
  • Vreemdelingen met een ander geloof mogen daar de ruimte voor krijgen. Tegelijk zijn we er duidelijk over dat het christelijk geloof uniek is tegenover de andere godsdiensten.

hc-23-40-foto-2En, om terug te komen op het begin: we zijn onderweg naar een toekomst waarin mensen van alle talen en natiën een nieuwe eenheid vormen. De multiculturele samenleving, hoe moeilijk soms ook, heeft dát spannende perspectief. Leef je als mensen onderweg naar die toekomst?

(Meer informatie over vluchtelingen in de bijbel in de uitgave Uw volk is mijn volk van het Nederlands Bijbelgenootschap)

Na deze bijbelse lijnen was er de gelegenheid vragen te stellen

  1. Hoe gaan we er als gemeente mee om?

2.1. Bewogenheid

In een harde samenleving onderscheidt de christelijke gemeente zich door liefde en bewogenheid. En wie zou er niet bewogen zijn met het lot van mensen die het zo moeilijk hebben in hun eigen land dat ze liever de gevaarlijke reis naar een onbekend land wagen. Er zitten een heleboel kanten aan het vluchtelingenvraagstuk en ik wil niet één daarvan negeren, maar als grondhouding is bewogenheid, christelijke liefde op zijn plaats. Als je geleerd hebt wat het is om als zondaar door God aanvaard te worden, dan moet dat toch ook te merken zijn aan een aanvaardende houding die huidskleur en cultuur overstijgt.

3.2. Ruimte voor angsten en zorgen

Bij veel gemeenteleden merk ik puur die bewogenheid. En dat gaat dan soms ook samen op met vrijwilligerswerk onder vluchtelingen en financiële steun. Ik hoor ook kritische geluiden over de toestroom van de vluchtelingen. Soms sympathie voor standpunten van Geert Wilders. En dan zijn er weer anderen die daar boos over worden en vinden dat je zulke dingen niet mag zeggen. En ik begrijp die boosheid ook wel, want die komt voort uit bewogenheid met het lot van vluchtelingen.

Maar ik begrijp ook dat je moeite kunt hebben met al die vluchtelingen. Ik ga niet meeroepen: de grenzen dicht. Nee, hebt u wel eens een grens gezien? Ga eens kijken achter Gramsbergen. Ja bij Hazeldonk kun je een slagboom neerzetten. Maar wij hebben alleen al aan de landzijde meer dan 1000 kilometer grens. Dat kun je niet dichtgooien. Zelf als we het geld over hebben voor een muur van 1000 kilometer en 10.000 soldaten voor de bewaking dan zul je nog zien dat er gangen onderdoor gegraven worden. Als het uw standpunt is dat we de grenzen dicht moeten gooien, dan moet ik zeggen dat geen serieuze mogelijkheid is. Ik zei eerder al, je ziet in de bijbel en in de geschiedenis dat er altijd vluchtelingen en complete volksverhuizingen geweest zijn en dat hou je niet tegen.

Maar ik snap wel dat je hier serieuze problemen ziet. En ik sta er ook voor dat je dat hier in de kerk hardop kunt zeggen. We moeten geen politiek correcte cultuur krijgen waarin je niet mag zeggen dat je moeite hebt met de komst van vluchtelingen. Er zijn best problemen met asielzoekers. Wij krijgen in Ommen dit jaar geen asielzoekers, maar als er wel weer gekomen waren, waren dat waarschijnlijk niet zoals vorige jaren gezinnen geweeest maar jonge mannen. Een Bestmenerberg vol jonge buitenlandse mannen. Je mag best hardop zeggen dat je er zorgen over maakt hoe dat allemaal gaat werken. Zorgen, angsten over vreemdelingen in onze samenleving mogen in de gemeente openlijk benoemd worden. Dat moeten we niet het zwijgen opleggen.

Zorgen over de toenemende islamisering van Nederland. Hebben we hier over vijftig jaar  een islamitische meerderheid die het ons moeilijk maakt christen te blijven? De ontwikkelingen lijken niet die kant op te gaan. Toch stel ik dan ook de vraag wat moeilijker is: christen blijven in een moslimland of christen blijven in een atheïstisch land? Zouden de christenen in moslimlanden niet voor óns bidden of wij het vol zullen houden.

3.3. Wat kunnen wij doen in de praktijk

In de afgelopen jaren hebben veel vrijwilligers, ook uit onze gemeente zich ingezet voor de mensen op de Bestmenerberg. Nu dat niet meer van ons gevraagd wordt, zou ik zeggen: kijk ook naar de buitenlanders en met name de nieuwe asielzoekers in je eigen straat.

Iemand van ons had een berichtje op Facebook over een buurman uit het Noord-Afrika, die niet begreep dat je in de woonkamer geen open vuur kon maken, die niet wist hoe het ging met containers aan de weg zetten. Vluchtelingen doen soms dingen die in de ogen van Nederlandse burgers heel vreemd zijn, gewoon om dat niemand ze duidelijk maakt wat ze met al die spullen hier moeten doen en wat onze gewoontes zijn. Je kunt van de overheid verwachten dat die alles wel duidelijk maakt, maar zo werkt dat niet in de praktijk. Daar heb je een samenleving voor nodig: wij dus.

Dit gaat over wat ik al wel vaker benoemd heb: als kerk, als kring oog hebben voor de problemen direct om je heen. Niet iedere vluchteling zal hulp nodig hebben van één van ons. Vanuit bewogenheid met vluchtelingen kun je ze overladen met aandacht en zorg. Behandel ze niet als ‘zielige’ mensen, behandel ze niet als domme mensen die opgevoed moeten worden, behandel ze met respect. Niet iedereen van ons is er even goed in contact te makken met vreemden. Maar heb je ogen er voor open. Zie het als er dingen fout gaan als er hulp nodig is. En kom je er niet uit, vraag hulp van je kring, van je diaken.

De tijden veranderen. Ons land verandert, er komen andere mensen. Dat hou je niet tegen en dat moet je niet tegen willen houden. Wij zijn op weg naar het volk van de toekomst uit alle talen en culturen. Dat is het ideaal van God, daarvoor stierf Christus.

Amen.

hc-23-40-liturgie

20 september 2016

De tijden veranderen 1: Zondagsrust

hc-23-38-foto-2De eerste van drie preken over veranderende tijden en groeiende verschillen binnen de gemeente. We begonnen met het thema ‘zondagsrust’. Een preek waarin eerst de bijbelse lijnen werden getekend. Daarna was er de gelegenheid om vragen te stellen. En in het laatste deel werd aangegeven hoe als gemeente om te gaan met het probleem dat de zondagsrust steeds meer onder druk staat en gemeenteleden er verschillend mee om gaan.

De preek:

0.1. Serie leerdiensten: De tijden veranderen en wij…

We beginnen vanmiddag aan een serie leerdiensten over ‘De tijden veranderen, en wij…’ De afgelopen tijd heb ik verschillende keren gepreekt over verschillen tussen de gemeente en hoe je daarin met elkaar omgaat. Verschillend is onder andere hoe we reageren op veranderingen in onze wereld. En dan kijk ik maar gewoon naar de onderwerpen die in de tien geboden aan de orde komen. De afgelopen weken zijn de eerste drie geboden behandeld en vanmiddag is het vierde gebod over de rustdag aan bod. Je ziet veranderingen in hoe we daar mee omgaan en je ziet ook dat de verschillen groter worden. Volgende week slaan we een keer over, dan hebben we een soort jeugddienst in het kader van de week voor de eenzaamheid. En dan komen we bij het zesde gebod: niet doodslaan. Of, positief gezegd: wél je naaste liefhebben als jezelf. Je zou denken: daar zijn we het allemaal over eens. Maar als die naaste een vluchteling uit Syrië is zie je ook hier de meningen uiteen gaan. En daarna komt het zevende gebod over huwelijk en relaties. De tijden veranderen, en wij…

0.2. Eerste thema: Zondagsrust 

hc-23-38-foto-3Deze zomer hing er een groot spandoek over de vechtbrug. ‘Komende zondag winkels open in Ommen’. De koopzondagen hebben de laatste twee jaar voor heftige discussie gezorgd. En ook voor lastige vragen: hoe ga ik er mee om als ik moet werken op zondag? En voor ondernemers: wel of niet meedoen met de koopzondag? En hoe ga je daar als consument dan weer mee om? Over de zondagsbesteding dachten we al langer verschillend, maar nu wordt het ineens heel zichtbaar.

In de preek van vanmiddag wil ik eerst de bijbelse lijnen laten zien. Daarna is er gelegenheid om vragen te stellen. En in het derde deel wil ik u meegeven hoe we er als gemeente vandaag mee kom kunnen gaan. De komende diensten zullen steeds die opzet hebben.

1.1. Bijbelse lijnen: oude testament

De bijbelse lijn beginnen we, ook als het over de zondag gaat in het oude testament. De eerste keer dat de bijbel over een rustdag spreekt is in het scheppingsverhaal. Rusten, een rustdag, hoort er dus al direct bij, zo heeft God de mens bedoeld. In de bijbelse tijd gebeurde dat niet altijd. Ik denk bevoorbeeld aan de tijd dat de Israëlieten als slaven in Egypte leefden. Toen God ze bevrijdde gaf hij ze ook het gebod om de rustdag te houden. Een gebod, want je doet het niet uit jezelf. Dan is het juist bevrijdend als er iemand tegen je zegt: stoppen. De geboden over de sabbat zijn vrij strikt. Zelf in een drukke tijd in de landbouw, de ploegtijd of de oogsstijd moest je op de zevende dag rusten. In zulke strikte geboden blijkt dat God het echt wil, dat hij je echt rust gunt. Maar ook dat bezige mensen, zeker in de stress van het werk, het echt nodig hebben dat er iemand tegen je zegt: en nou stoppen. Je moet er toe gedwongen worden, want uit jezelf bevrijdt je je niet van de werkstress.

Het gebod van de rustdag heeft ook een sociale kant: iedereen doet het op de zelfde dag. Dat maakt de beleving van de rust veel sterker. Het heeft ook met geloof te maken. Je moet het vertrouwen hebben dat God wel voor jou zorgt ook als jij een dag in de week niet werkt.

God dringt zijn mensen als het ware dat vertrouwen op: vertrouw maar op mij, ik zorg voor je, ook als jij een dag niet werkt.

Die geloofskant zie je er ook in dat op de sabbat extra offers gebracht worden. En later als er synagoges komen, dan is juist de sabbat de dag om naar de synagoge te gaan. Maar dat komt pas laat in het oude testament, je moet je de oorspronkelijke sabbat niet voorstellen als een zondag met ons soort kerkdiensten.

1.2. Bijbelse lijnen: nieuwe testament

Het typische van het gebod over de rustdag is dat je een vrij groot verschil ziet tussen het oude en het nieuwe testament. Onze zondag lijkt wel op de sabbat uit het oude testament als je sabbat en zondag hebt, dan is het toch niet het zelfde. Het is niet één doorlopende dijk, maar je kunt het meer vergelijken met de heuvels tussen Ommen hier en Holten. Als je bij Camping Bergzicht omhoog gaat dan heb je niet één lange bergrug tot aan Holten. Je krijgt eerst de Archemerberg en de Lemelerberg dan heb je tussen Lemele en Hellendoorn even niks en dan krijg je de Eelerberg, de Hellendoornseberg en zo verder tot de Holterberg. Maar tussen de Lemelerberg en de Eelerberg is het even weg. Zo heb je de sabbat in het oude testament en vanaf 300 na Christus de vrije zondag. Maar hoe het in die drie eeuwen daar tussen zit, dat is wat minder duidelijk. Een vrije zondag kenden de meesten in die tijd niet. Ik zei het al bij het lezen uit 1 Korinte 11. In het joodse gebied had je de vrije sabbat. De romeinse cultuur had zijn eigen vrije dagen. En de slaven, die moesten elke dag of vrijwel elke dag werken.

De christelijke gemeente kende als geheel geen vrije dag. Wel kenden ze de eerste dag van de week als dag van de opstanding.  En wat het nieuwe testament daar over zegt wordt mooi samengevat in zondag 38.

[Zondag 38 lezen]

Over rusten hoor je vrijwel niet. De rustdag wordt alleen in een bijzin genoemd, die in de oorspronkelijke duitse tekst niet voorkomt maar die in de vertaling is toegevoegd. De zondag was aanvankelijk geen rustdag maar een dag om de opstanding te vieren met kerkdiensten, als het moest voor en na het werk.

Veel joodse christenen zullen aanvankelijk de sabbat onderhouden hebben. Paulus schrijft ergens dat we elkaar niet moeten veroordelen over dat vieren van de sabbat (Kol. 2:16). Maar, zoals ik al zei: het was vanaf het begin goed voor de mens een rustdag te hebben. Gaandeweg, ik mag wel zeggen: onder de leiding van de Heilige Geest, werd in de christelijke gemeente de zondag de rustdag. Rond het jaar 321 stelde de christelijke keizer Constantijn de zondag vast als rustdag voor het hele rijk. Ik zou zeggen: een geschenk van God om zuinig op te zijn. Allereerst een dag om God te ontmoeten en de rust bij hem hier te ervaren. Maar daarom heen ook dag van rust die dat besef van rust, rust bij God versterkt. Rust bij Gods genade. Een dag om de opstanding, het leven te vieren.

[Gelegenheid om vragen te stellen]
  1. Hoe gaan we er als gemeente mee om?

3.1. Er zijn verschillen

Er zijn verschillen in de gemeente. In de vakantie zie je die vrij duidelijk. Misschien bent u zo iemand de elke zondag in de vakantie naar de kerk toe gaat, als het kan twee keer, en die probeert zoveel mogelijk te voorkomen dat je dingen moet kopen op zondag en dat anderen voor je moeten werken. Of misschien gaat het bij u juist zo dat de zondag ongeveer hetzelfde is als de andere vakantiedagen. Juist in de vakantie is te merken dat we verschillend tegen de zondag aankijken. Maar dat merk je ook in het wel of niet werken op zondag: de één heeft er veel meer moeite mee dan de ander. Niemand is er enthousiast over, maar ik merk dat de één er veel gemakkelijker in meegaat dan de ander.

Verschillen in de kerk, daar zijn wij als vrijgemaakten vanouds niet zo mee vertrouwd, maar het is wel iets wat er bij hoort in de kerk, juist in de gereformeerde kerkvisie. Wij zijn geen club van volmaakte gelovigen met een levensstijl waar iedereen een voorbeeld aan kan nemen, wij zijn, zoals artikel 29 van de NBG het zegt, zondaren die hun toevlucht zoeken bij Christus. In een gereformeerde kerk zijn verschillen in levenstijl, de één is meer toegewijd aan de Heer dan de ander en ook kunnen mensen vanuit eenzelfde sterke toewijding soms verschillende keuzes maken. En naarmate de samenleving meer divers is zul je ook in de kerk steeds meer verschillen zien. Iets om over na te denken: die verschillen die er zijn in de kerk moet je dat als een pluspunt zien of als een minpunt? Iets om over na te denken en op terug te komen in deze serie leerdiensten.

Hoe je daar ook over wilt denken, het maakt het wel lastiger dat je minder steun van elkaar ervaart. Een ondernemer die op zondag de winkel dicht laat voelt zich niet gesteund als anderen wel op zondag werken, dingen kopen en anderen voor zich laten werken. Vroeger zat iedereen ongeveer op één lijn wat de zondagsinvulling betreft en dan was dat makkelijker.

3.2. Zoveel mogelijk vrij

Laten we, ook bij verschillen die er zijn, proberen zoveel mogelijk het uitgangspunt van de zondag als vrije dag vast te houden. Het is een geschenk van God om zuinig op te zijn, zo zei ik in het eerste deel van de preek. Werken op zondag is niet altijd te vermijden. De één zal daarin verder gaan dan de ander. De één kán ook verder gaan dan de ander. Een voorbeeld. Een vader van een gezin, die incidenteel op zondag moet werken en die anders ontslagen wordt, zal moeilijker nee kunnen zeggen dan een tiener die een bijbaantje heeft in een winkel. Ik kan mij voorstellen dat die vader het zondagswerk niet durft te weigeren, al zijn er voor veel werknemers nog best mogelijkheden om het werken op zondag te voorkomen, ook door goed te onderhandelen. Als ze je van maandag tot zaterdag als een trouwe werknemer of collega zien, kun je op zondag nog wel eens iets bereiken. Maar soms lukt dat ook niet. Een bijbaantje dat je als tiener hebt, dat is echt wat anders. Het is natuurlijk vervelend als ze je niet aannemen of als je ontslagen wordt omdat je niet op zondag wilt werken, maar laten we er niet te kinderachtig over doen, het is maar een bijbaantje, je levensonderhoud hangt er niet van af, en je mag er als jongere best wat voor over hebben om te staan voor je principes. Laat iedereen binnen de mogelijkheden die je hebt proberen de zondag als vrije dag te houden. Een cadeau van God wat het waard is om er veel voor over te hebben.

En gun het een ander zoveel mogelijk. Je kunt niet altijd voorkomen dat iemand voor jou moet werken. Maar als het over winkels gaat: bijna alles kun je op de zaterdag al kopen. Natuurlijk kun je zeggen: het is hun verantwoordelijkheid dat ze op zondag werken. Dat is ook zo, maar ik wil daar niet méé verantwoordelijk voor zijn. Het komt ook de kracht van mijn zondagsrust ten goede als ik een dag lang echt afstand neem van de hectiek van de economie. Om die reden doe ik ook weinig op internet op zondag, gewoon om een dag van pure rust te hebben.

Ik heb wel eens horen verdedigen dat we de winkels en bedrijven die op zondag open zijn moeten boycotten. Ik geloof niet dat het onze opdracht is om zo vijandig in de samenleving te staan. Maar aan de andere kant: het is wel mooi als die ondernemers die de zondag als rustdag willen handhaven op de andere dagen wat meer klandizie van onze kant krijgen. Onderschat niet hoe moeilijk deze dingen liggen voor christelijke ondernemers.

Het valt mij op dat christenen in het buitenland zich minder inspannen om zichzelf en anderen op zondag en vrije dag te gunnen. Ik wil hen daarom niet veroordelen of minder gelovig noemen. Ik wil ook christenen in Nederland en binnen onze eigen kerk die een ‘ruimer’ standpunt innemen niet aan de kant zetten als tweederangs christenen. En ik roep u allen ook op om dat niet te doen. En tegelijk houdt ik vol dat de vrije zondag een geschenk van God is om je ieder in je eigen omstandigheden sterk voor te maken.

Amen

hc-23-38-liturgie

20 september 2016

In de kerk: God is er (avondmaalspreek)

Na twee preken over Gods aanwezigheid in de kerk vierden we in de derde dienst Christus’ aanwezigheid in het avondmaal. Een korte preek over Lucas 22:14-20 ging er over hoe niet alleen de Geest en de Vader aanwezig zijn, maar hoe juist ook Christus aanwezig is in heel de kerkdienst.

De preek:

Er miste nog iets. Twee zondagmorgens ging het er over hoe God aanwezig is in de kerk. Ik heb daar mooie dingen over gezegd. God is hier door zijn heilige Geest die gaven geeft als uitleggen, bidden, zingen, boven jezelf uitgetild worden. Maar ook dingen die zo gewoon lijken. Niemand kan belijden dat Jezus Heer is, dan door de Heilige Geest. En denk ook aan het geven in de collecte.

Als je het hebt over de Heilige Geest, die hier werkt, die in je werkt, dan is dat niet altijd en niet voor iedereen hetzelfde. Daarom heb ik het vorige week gehad over God de hemelse Vader, die hier aanwezig is… Nee, niet fysiek, maar door naar ons toegewend te zijn. Hij roept ons, hij is hier al voordat wij hier zijn. Hij is er, ook als wij hem niet of niet zo sterk ervaren. En wij mogen van hier uit zijn zegen meedragen.

Mooi allemaal. En toch miste er nog iets. We hebben het gehad over de Geest die een kracht in ons is en over de Vader die naar ons is toegewend. Maar daar tussen zit nog een lege plek.

De plek van Jezus Christus, God de Zoon. Het meest sprekend is God door hem aanwezig.

Hoe is Jezus hier in de kerk aanwezig? Ik denk aan woorden. Woorden als genade en vrede van Jezus Christus. Het gebod, dat ook Jezus aan ons voorhoudt, dieper nog dan het op Sinaï klonk. Ik denk aan de bijbellezing uit het evangelie. Maar ook, wat we vandaag niet doen, als we lezen uit het oude testament, de geschriften waarvan Jezus zegt dat ze van hem getuigen. In de preek er over. Iedere keer hoor je weer op een andere manier dat je door Jezus bij God terecht kunt en toekomst hebt en hoe je als volgeling van Jezus met hem op weg gaat. De ene keer wordt Jezus’ naam vaker genoemd dan de andere keer. Iemand zij eens tegen mij na een preek: je hebt Jezus’ naam maar weinig genoemd, maar ik herkende in hoe je preekte Jezus de goede herder.

b-28-17-foto-1Ook aan de zegen waarin Jezus belooft met ons mee te gaan. Jezus is het Woord, zegt Johannes (Johannes 1:14). Juist in hem is God hier sprekend aanwezig.

Jezus is aanwezig in Gods woord naar ons toe. Maar ook omgekeerd: als wij bidden, bidden we in Jezus’ naam. Ook in die woorden van ons naar de Vader toe is hij aanwezig. In een psalm die we in zijn naam voor God mogen zingen. In een gezang waarin we ook Jezus prijzen.

Twee kanten op is Jezus aanwezig in de woorden die hier klinken. En: er klinken hier niet alleen woorden, ook gebaren, handelingen, rituelen. Een kerkdienst is vol van rituelen als de handdruk van de ouderling aan de dominee, de uitgestrekte armen bij de zegen, het opstaan bij de geloofsbelijdenis, en nog veel meer.

avondmaalEr zijn twee rituelen waarin Christus zichzelf helemaal aan ons geeft, de doop en –zoals vandaag- het avondmaal. Het avondmaal is zijn maaltijd. Hij begon er mee op die avond waar we net over gelezen hebben. Hij nodigt ons uit, roept ons. Hij is de gastheer. Hij zorgt ook dat we te eten hebben. Ja hij geeft zichzelf aan ons te eten. Dit is mijn lichaam voor jullie. Zo geeft hij zichzelf aan u, aan jou. Ook als ìk het straks aan je uitdeel. Dan gebeurt er iets. Niet alleen in je hoofd, dat je aan Christus denkt. Maar ook tussen hem en jou dat hij zichzelf aan je geeft. Hij geeft zichzelf aan je: het offer dat hij bracht voor je zonden, zijn nieuwe manier van leven, die hij in jou wil zijn, zijn gemeenschap waar je deel van uit mag maken. Op het moment dat je het brood aanpakt geeft hij dat echt aan je, geeft hij zichzelf aan je. En u, jij, je pakt het aan: Ik geloof dat mijn zonden vergeven zijn, dat het goed is tussen God en mij. Ik wil dat nieuwe leven leven, ik wil bij zijn gemeenschap horen.

Zo intens mag ik Gods, Christus’ aanwezigheid hier ervaren.’ Hij wil hier de grote aanwezige zijn en hij wil met je meegaan, je leven zijn.

Amen

b-28-17-liturgie