Jezus’ lijden in eenzaamheid

9 april 2017

Jezus’ lijden in eenzaamheid

Vanmorgen, Palmzondag begonnen we de kerkdienst met het evangelie van Jezus’ intocht. We lazen het en zongen het mee: ‘Hosanna in de hoge’. We lazen in deze dienst het lijdensevangelie uit Matteüs 26 en 27. De preek ging over 26:31-32.

Hebt u een idee hoeveel mensen er in deze stad eenzaam zijn? Wie het bij u in de straat zijn? Hebt u een idee hoeveel mensen er hier in de kerk eenzaam zijn? Je kunt hier zitten, mensen aan alle kanten om je heen, mensen waar je misschien ook nog wel mee praat, en toch ben je eenzaam. Nee ik bedoel niet dat je je wel eens een eenzaam gevoel hebt. Maar echt dat je je niet verbonden voelt. Ze begrijpen je niet. Ze weten niet wat er werkelijk in je omgaat. Midden tussen de mensen kan leven een eenzame weg zijn.

Hier in de kerk wil ik het hebben over iemand die weet wat eenzaamheid is. Sterker nog: de kerk ìs van iemand die weet wat eenzaamheid is. Laten we eens kijken hoe hij de weg van de eenzaamheid gaat. Ja, je ziet hem echt op weg gaan. Net zaten ze nog samen aan tafel. Ze vierden Pesach. Echt een feest van verbondenheid. Eén van de groep is al eerder van tafel gegaan, maar de twaalf die overblijven zijn hecht met elkaar. Veel mensen zijn vijandig tegenover Jezus en zijn leerlingen. Maar zij zijn elkaar trouw gebleven. En zo stappen ze op van de tafel. Op weg… Waar naar toe? Waar gaat dit op uitlopen? Eén is er al afgehaakt en nu horen we Jezus zeggen: ‘Jullie zullen mij deze nacht allemaal afvallen.’ Hij heeft het over een kudde die uiteengedreven wordt, verstrooid. Jezus alleen en al die discipelen ook ieder hun eigen weg. Ieder in zijn eenzaamheid.

Wat is er hier aan de hand? Je gaat er iets meer van begrijpen als je ontdekt waaróm ze Jezus afvallen. Wat denkt u, waarom laten ze Jezus in de steek? Omdat ze bang zijn voor de soldaten? Dat zou je denken. En dan is de boodschap voor ons: en jij… laat jij Jezus ook in de steek als het je moeilijk gemaakt wordt? Op zich een goed punt om over na te denken. En angst was er ook zeker. Maar Jezus heeft het over iets wat dieper zit. Jullie zullen mij afvallen. Iemand afvallen betekent dat je niet meer achter hem staat, dat je hem niet meer ziet zitten.

In oudere bijbelvertalingen lees je ‘aanstoot aan mij nemen’ of ‘je aan mij ergeren’. Dat is wat Jezus straks ziet gebeuren. Dat gaat dus veel dieper dan: jullie zullen te bang zijn om bij mij te blijven. Ze begrijpen er niets van dat Jezus gekomen is om te lijden. Dat zat al in die heftige reactie van Petrus, een half jaar geleden, en ondanks alles wat Jezus geprobeerd heeft er over te vertellen is het totaal niet geland bij hen. Op weg naar Getsemane zijn deze vrienden volslagen vreemden voor elkaar aan het worden. Dit is de eenzaamheid waarin Jezus lijdt. Het is niet alleen verschrikkelijk om gevangen genomen te worden,  onrechtvaardig veroordeeld, gemarteld, bespot en gedood. Hij weet al wat hem te wachten staat, de volle lading en hij weet dat zijn vrienden gaan afhaken. Dat dit voor hen niet te begrijpen is. En dat híj er helemaal alleen voor staat. Zelfs voor zijn trouwste vrienden is hij een vreemde geworden. En uiteindelijk wordt hij zelfs door God in de steek gelaten. Zo gaan ze op weg. Mensen die nog samen zijn, maar die op weg zijn elkaar kwijt te raken. De eenzaamheid tegenmoet. Het teleurstellende einde van drie jaar intensief samen optrekken.

Voordat ik er met u over ga nadenken wat voor zin dit allemaal heeft, zou ik zeggen: voel eerst eens hoe leeg deze eenzaamheid is.

 

Inderdaad, hier in de kerk gaat het over iemand die weet wat eenzaamheid is. Maar als je naar Jezus luistert hoor je nog meer. Moet je wel goed luisteren, want je merkt dat de leerlingen het niet horen. Die protesteren alleen maar tegen het eerste wat Jezus zegt. Maar ze hebben kennelijk toch onthouden wat Jezus nog meer gezegd heeft en vinden het belangrijk dat wij er nu wel naar luisteren, daarom geven ze het aan ons door. Ze hebben Jezus horen zeggen ‘Ik zal de herder doden en de kudde verstrooien’. Wat wil Jezus hiermee zeggen? Het klinkt als een algemene waarheid: goede leiders zijn belangrijk anders worden mensen stuurloos, of dat nou in een kerk, een elftal of een bedrijf is. Ja, dat is op zich wel waar, maar op het moment dat Jezus dit zegt is het veel persoonlijker. Hij haalt hier een profetie van Zacharia aan. De profetieën van  Zacharia zijn soms moeilijk te begrijpen, maar nu Jezus daar zo nadrukkelijk aandacht voor vraagt wil ik met u proberen er toch iets van te begrijpen om zo iets meer van Jezus en zijn eenzaamheid te begrijpen.

Zwaard, ontwaak! Verhef je tegen mijn herder ,tegen de man met wie ik mij verbonden heb, spreekt de Heer van de hemelse machten. Dood de herder, zodat de schapen verdwalen. Zacharia 13:7

Zwaard, ontwaak, verhef je! God gaat een straf voltrekken. Aan wie? Wie heeft Gods straf verdiend? De herder? De schapen? De herder wordt hier als Gods beschermeling genoemd.  ‘Mijn herder met wie ik mij verbonden heb’ Een vrij speciale uitdrukking. Zeg maar: de messias. Niet de herder verdient de straf. Het moeten de schapen wel zijn. Zij verdienen de straf, maar de hérder draagt de straf. Net als die knecht van de Heer in Jesaja 53. De Heer laat de ongerechtigheid van de dwalende schapen op hem neerkomen. De herder wordt gedood, de straf die de schapen verdienen. De schapen dwalen weerloos rond en laten hun herder in de steek. Ik denk dat de mensen uit de tijd van Zacharia dit maar een vreemd verhaal vonden. Maar dan komt Jezus. ‘Ik ben de goede Herder, ik zet mijn leven in voor mijn schapen’ (Johannes 10:11,15) Nu gaat het gebeuren. Jezus gaat in alle eenzaamheid lijden.

Die eenzaamheid en onverbondenheid is de straf die wij verdienen. Alleen zijn. Mensen kwijt raken op wie je rekende. In de steek gelaten worden. Want zo zijn wij zelf. We laten anderen in de steek. Als dat mij overkomt, dan krijg ik mijn verdiende loon. Ja, ik verdien het zelfs om door God in de steek gelaten te worden. Helse eenzaamheid. Dat ondragelijke dat gaat Jezus nu dragen. Jezus lijdt in eenzaamheid, hij doet dit voor ons.

Maar er is nog meer wat de leerlingen hem hebben horen zeggen. Op het moment zelf drong het niet echt door, maar ze vinden dat wij nu toch wel moeten weten dat Jezus ook gezegd heeft: ‘..nadat ik uit de dood ben opgewekt zal ik jullie voorgaan naar Galilea.’ Zoals die twaalf daar op weg zijn lijkt het allemaal op niets uit te lopen. Ze worden vreemden voor elkaar en Jezus wordt gedood. Maar Jezus zal uit de dood weer gaan leven. Daar begrijpen ze nog helemaal niks van. Maar volgende week en de weken daarna gaan we er iets van zien. De kracht die daar in zit, wat dat met mensen doet, als je er meer over wilt horen, als je er meer van wilt merken moet je volgende week weer in de kerk komen. Dan merk je ook dat dat wel iets is dat tijd kost. Het kost de leerlingen alleen al moeite om het te geloven. Maar er gaat wat gebeuren. Jezus zegt: dan ga ik jullie voor naar Galilea. De weg die op niets uit dreigde te lopen krijgt toch een vervolg. Het loopt toch ergens op uit. Maar waar loopt het op uit? Galilea. Wat betekent dat? Het was in ieder geval de regio waar ze samen waren. Na de eenzaamheid en onverbondenheid komt er door Jezus’ sterven en opstanding weer verbondenheid. Daar gaat het naar toe. Galilea, het is ook de streek waar Jezus ze heeft opgeleid om de wereld in te gaan mensen bijeen te brengen. Galilea, we gaan ons daar binnenkort wel meer in verdiepen. Maar nu zien we alvast dat die twaalf mannen die daar zo op weg gaan, dat dat eerst wel op niks uit lijkt te lopen, alleen op Jezus’ eenzame dood en ronddwalende leerlingen, maar dat het uiteindelijk uitloopt op iets moois. Op mensen die verbonden zijn, met Jezus, met God en met elkaar.

En dan zitten we ineens bij onszelf, hier in Ommen. Een stad met eenzame mensen, hoeveel? Een kerk waarin mensen eenzaam zijn, ja, echt. Een stad, een gemeente waar Jezus verbondenheid brengt. Eenzaamheid en onverbondenheid verandert in verbondenheid. Hoe?

Laat ik eerst de verbondenheid met Jezus noemen. Jezus wil dat mensen, ook eenzame mensen, hem leren kennen. Als je hem kent, dan is er iemand in de hemel die je begrijpt en om je geeft, hoe eenzaam je tussen de mensen ook bent. Dat lijkt een schrale troost, maar dat is het helemaal niet. Het is dé grote verandering als je van onderbonden verbonden wordt, verbonden met God, met Jezus, de verbinding die meer is dan alles wat je hier op aarde hebt of mist. Wees daar zelf gelukkig mee, koester het. En ga er mee op stap naar wie ongelukkig en onverbonden is.

In die gemeenschap gunt en verlangt Jezus ook verbondenheid met elkaar. Heb je ogen er voor open wie eenzaam is. Dat zijn niet altijd de mensen die alleen wonen. Je kunt je tussen de mensen onbegrepen en onverbonden voelen. Wat is het dan veel waard als er mensen zijn die echte belangstelling hebben. Niet op de manier van ‘jij bent eenzaam, laat ik jou eens komen helpen’ maar gewoon om een mooi mens beter te leren kennen. Die ander in jou straat, jouw kerkbank die voor Jezus zoveel waard was dat hij er de ultieme eenzaamheid voor inging.

Amen.

 

De liturgie:

Morgen lezen we verder in Matteüs 26, Jezus lijden onder verloochening (vers 33-35).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *